Nieuwsideale tijd sportprestaties

Pas om twaalf over vijf 's middags is het sportlichaam klaar voor de piekprestatie

Er is een ideale tijd om het lichaam een sportprestatie te laten leveren. Dat is twaalf minuten over vijf in de middag. Dat komt voort uit wetenschappelijk onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen over de invloed van de biologische klok op de prestaties van olympische sporters.

Michael Phelps tijdens de Olympische Spelen in Brazilië in 2016. Beeld Getty Images

Er werd, aldus professor Roelof Hut, altijd al vanuit gegaan dat het lichaam aan het eind van de middag zijn beste prestatie levert, maar die these is nu bevestigd door 144 finalisten van olympische zwemnummers in Athene (2004), Peking (2008), Londen (2012) en Rio (2016) met elkaar te vergelijken.

De programmering van het zwemtoernooi werd wegens het belang van een dikbetalende Amerikaanse tv-zender voor Peking en Rio aangepast. In China werden de finales in de ochtend gezwommen, in Brazilië laat in de avond tot aan middernacht.

Van die afwijking van het normale patroon is dankbaar gebruik van gemaakt door de onderzoeksgroep uit Groningen. Hut: ‘Destijds was er protest vanuit de zwemwereld, maar voor onze analyse was die wijziging van de programmering heel mooi.’

Piekprestaties in finales

Tijden uit de series, de halve finales en de finales werden bij het onderzoek vergeleken. In finales worden altijd de beste tijden gezwommen. Het verschil tussen een finaletijd, de met veel training voorbereide topprestatie, en die uit de series was bij de Spelen van Athene en Londen, met hun reguliere begintijden, het grootst: 0,99 en 0,93 procent.

Bij die olympische toernooien werden de finales aan het eind van de middag dan wel het eerste deel van de avond gezwommen: het ideale moment zo is gebleken. In Peking en Rio, met hun afwijkende programma, lagen die tijden dichter bij elkaar, 0,6 procent: het bewijs dat de biologische klok van de zwemmer op dat moment niet zijn beste stand kende.

Groter dan verschil tussen goud en zilver

Het verschil tussen een verrichting om vijf uur in de middag en eentje in de ochtend bedraagt 0,32 procent. Het ‘tijd van de dag-effect’ is, aldus het onderzoek van Hut en Stanford-wetenschapper Renske Lok, in de helft van de gevallen groter dan de verschil tussen goud en zilver, tussen zilver en brons en tussen brons en de vierde plaats.

Het gaat daarbij om gemiddelden. Hut: ‘We weten niet of de verhouding tussen sporters veranderd is door, zoals in Peking, in de ochtend te zwemmen. We weten niet of die anders was komen te liggen, of Cavic gewonnen had van Phelps, als er om 17.12 uur was gezwommen. Dat hangt af van de biologische klok van het individu. Als je die kunt berekenen.’

Wie zich daarop richt, met het oog op Tokio waar de finales net als in Peking in de ochtenduren worden afgewerkt, kan een fors voordeel bewerkstelligen. Hut: ‘Met dit onderzoek in de hand zeg ik: dit gaat niet om peanuts, jongens. Het kan je echt een medaille schelen. Als je rekening houdt met de individuele, optimale tijd van de prestatie.’

Een vervolgonderzoek in Nederland zal ook moeten uitwijzen of het hogere prestatievermogen in de namiddag komt door de dan immer hogere lichaamstemperatuur of dat er in de spieren een biologische klok zit. ‘Dat is nog een grote open vraag’, aldus professor Hut.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden