Reportage Parijs-Roubaix

Parijs-Roubaix is het monument waar Gilbert in de nadagen van zijn carrière op aasde

Hij rekende zichzelf niet tot de favorieten. Het was pas zijn derde verschijning in de Hel van het Noorden. Op de wielerbaan van Roubaix dook Philippe Gilbert naar beneden en was hij medevluchter Nils Politt te snel af. 

Philippe Gilbert sleurt aan kop op 19 kilometer voor de aankomst. In zij wil zitten Peter Sagan en Nils Politt. Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant

Philippe Gilbert (36) heeft er even wat meters op de uiterste binnenrand van het velodroom van Roubaix voor nodig, maar dan passeert de Waal zijn medevluchter onderlangs: de Duitser Nils Politt, toch een renner met een verleden op de baan. Hij kan zijn emoties niet de baas: Parijs-Roubaix is het monument waar hij in de nadagen van zijn carrière op aasde.

De tranen op het bestofte gelaat van Gilbert krijgen al snel gezelschap van grimassen, de rug van de ervaren krijger speelt op na het onbarmhartig bonken op de kasseien. Maar het is het plaveisel dat hij doelbewust heeft opgezocht. In 2017 stapte hij over van BMC naar Quick-Step, met als belangrijkste opgave dat hij zich ook in de kasseienklassiekers wilde manifesteren.

Dat betaalde zich meteen uit met winst in de Ronde van Vlaanderen en nu is er de zege in La Reine. Van de vijf monumenten in de wielrennerij (Milaan-San Remo, Ronde van Vlaanderen, Parijs-Roubaix, Luik-Bastenaken-Luik en Ronde van Lombardije) ontbreekt alleen Milaan-San Remo op het cv.

Maar naast de vreugde wordt deze zondagmiddag ook het verdriet van België zichtbaar op het middenterrein van de wielerbaan. Bijna twee minuten na de juichkreet van Gilbert, wankelt de Vlaming Wout Van Aert (24) van zijn fiets en zijgt languit op de grond. De koersbroek vertoont scheuren, op zijn hand zit bloed, op zijn gelaat kleven diepzwarte strepen vuil. Zijn vrouw Sarah knielt naast hem en strijkt hem zachtjes over het voorhoofd.

De misschien wel sterkste man in koers, die op z’n minst net zo had uitgekeken naar deze wedstrijd als Gilbert, was teruggeslagen door een reeks tegenslagen: een lekke band, fietswissels, mechanische pech, een valpartij en een hongerklop. Een slopende inhaalrace krijgt geen passende beloning: hij eindigt als 22ste, op 1.42.

Wraak

Dat Gilbert twee jaar naar de winst in de Ronde van Vlaanderen het hiaat op zijn imposante erelijst al kan invullen, is niet helemaal voorzien. Hij rekende zichzelf niet tot de favorieten. Het was pas zijn derde verschijning in de Hel van het Noorden. Een week eerder had hij in Vlaanderen moeten opgeven, nadat hij de nacht ervoor ziek was geworden.

Hij zon op wraak, verklaart hij na de huldiging. ‘Dat ik de wedstrijd moest verlaten was een grote teleurstelling. Ik wist dat de vorm goed was.’ Afgelopen week was die al weer in de benen gekropen, na een lange rit in de bergen rondom Nice. Wat ook telde, was ervaring. Vorig jaar maakte hij nog de vergissing te weinig te drinken en schoot de kennis van het parcours tekort. ‘Ik wist soms niet eens waar ik me bevond.’ Nu kende hij de lengte van de stroken, de gevaarlijkste plekken, de scherpste bochten. ‘Dat heeft het verschil gemaakt.’

Op 67 kilometer van Roubaix was hij al ten aanval getrokken, waarna zich op 50 kilometer de kopgroep vormde met de renners die het onderling gingen uitvechten. Daarin hadden de Belgen zwaar de overhand: Gilbert was er, zijn ploeggenoot Yves Lampaert, Sep Vanmarcke, de eeuwige verliezer, en de kopman van het Nederlandse team Jumbo-Visma Van Aert, die net als Mathieu van der Poel vorige week na een val de aansluiting met de kop van de wedstrijd had weten te maken.

De anderen waren de Duitser Politt en de titelverdediger en drievoudig wereldkampioen Peter Sagan. Na een reeks tempo­versnellingen bleven alleen Gilbert en Politt over. Van Aert was de eerste die moest passen. Ineens bevond hij zich moederziel alleen in het lege Noord-Franse land. Het was al een prestatie van formaat dat hij zover had kunnen komen.

Tegenslag

De malheur begint al in het Bos van Wallers, waar hij lek rijdt en de ketting vast komt te zitten. Pas na het verlaten van de kasseienstrook kan hij overstappen op de fiets van ploeggenoot Pascal Eenkhoorn. Al slalommend tussen de auto’s, dicht hij het gat met het peloton. Hij wisselt weer van fiets, zijn eigen exemplaar, maar gaat er al in de eerste bocht mee onderuit. Hij vermant zich en sluit weer aan. Maar door de val is de voorste derailleur beschadigd. Alleen het kleinste tandwiel is beschikbaar. Voor een derde wissel is geen tijd meer, van tussendoor eten komt te weinig. Dan weet hij dat de koers verloren is. Ploegleider Nico Verhoeven is na afloop vol lof. ‘Wout heeft gevochten als een leeuw.’

Daarmee is de tegenslag voor het team nog niet voorbij. De volgauto zet alle zeilen bij om Van Aert bij te staan, maar moet een noodstop maken. De achterruit wordt verbrijzeld als een motorrijder achterop botst, gevolgd door een renner, de Belg Tiesj Benoot.

Op het middenterrein zoekt Van Aert naar woorden. Hij neemt wat slokjes drinken en gaat weer achterover liggen. ‘Ik voel me verschrikkelijk. Ik ben stikkapot.’ Als hem wordt voorgehouden dat hij een geweldige koers heeft gereden, is het antwoord kort. ‘Daar heb ik niet veel aan. Het zit me voorlopig niet mee in Parijs-Roubaix.’ Bij de teambus vat ploegleider Verhoeven de reeks gebeurtenissen kernachtig samen. ‘Het was klote.’

Bij de bus van Quick-step verzamelen feestvierende Walen zich rondom de bus van Quick-Step. Ze zwaaien met het zwart-geel-rood en scanderen de naam van Gilbert. In de zwart-gele bus van Jumbo aan de overkant staat de leeuw van Vlaanderen onder de douche.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden