Paardenfonds zoekt investeerders in springtalent

Het moest maar eens afgelopen zijn met de export van al die kostelijke fokproducten van eigen bodem. Steeds meer landen stoven ‘zijn’ springruiters en ‘zijn’ paarden voorbij in landenwedstrijden waar ook ter wereld....

Jacob Melissen, een hippische duizendpoot, kon het niet langer aanzien en bedacht in de Franse paardenplaats La Baule, waar hij vorig jaar om deze tijd getuige was van het zoveelste echec in de Super League, een plan om het verval te stoppen.

Trots presenteerde Melissen gisteren in het Kralingse Bos, de vaste pleisterplaats van het CHIO, zijn reddingsplan. Nee, geen harde actie, geen demonstratie in Rotterdam, geen petitie, geen andere uiting van oproer en verzet. Melissen pakte de zaken slimmer aan, en grootser. Hij stichtte het Springpaarden Fonds Nederland en deed dat zo voortvarend dat hij zijn geesteskind gisteren al, een jaar na La Baule, kon presenteren.

Niet in de perszaal, waarin Melissen als fotojournalist doorgaans verwijlt, maar in een logevertrek van Van Lanschot, de chique zakenbank die wel brood ziet in het initiatief van Melissen en intussen nauw betrokken is bij het project.

Het fonds, dat zal worden geleid door een tweehoofdige directie, streeft naar een startkapitaal van 3,5 miljoen euro. Daartoe worden door Van Lanschot vanaf volgende maand in al zijn filialen certificaten uitgegeven van 10, 25 en 100 mille. Met de opbrengst wil het fonds jonge, talentvolle paarden kopen en opleiden tot toppers.

De zakenbank mikt vooral op hen die verantwoordelijk zijn voor de export. De handelaren dus, veelal vervroegd uitgetreden ruiters die goud geld verdienen, want hun handelswaar ligt goed in de markt. Die kunnen zich dus wel een certificaatje of wat veroorloven, maar doen ze dat ook?

Natuurlijk doen ze dat, geen twijfel mogelijk, zegt Melissen. ‘Ze realiseren zich dat ze alles te danken hebben aan de springsport. Ik heb de indruk dat ze echt blij zijn dat ze nu wat kunnen terugdoen.’

Dat beperkt zich niet tot het kopen van die certificaten. Melissen heeft die handelaren ook maar meteen een hoofdrol aangeboden in de organisatie van het fonds. Vier voormalige topruiters, Emile Hendrix, Henk Nooren, Johan Heins en Willy van der Ham, oud-bondscoach Hans Horn en Arend Schep maken deel uit van een commissie die bepaalt hoe de fondsgelden worden besteed. Zij gaan de directie adviseren welk paard moet worden gekocht, zij bepalen welke ruiter de beschikking krijgt over welk ‘fondspaard’ en zij hebben een beslissende stem bij de selectie van de paarden.

Een opvallende afwezige in die selectiecommissie is Jan Tops, fameus om zijn vele tweede plaatsen in de piste en niet minder fameus om zijn handelsgeest. Er is niet eens een poging gedaan, zo blijkt tijdens de presentatie, om hem bij het fonds te betrekken. ‘Jan is te rijk voor onze club, hij heeft zijn eigen projecten’, aldus Hendrix.

Van Lanschot belooft investeerders een rendement van 15 procent, gebaseerd op de jaarlijkse aankoop van zes paarden en de verkoop te zijner tijd van een deel daarvan. De verkoopwaarde van de fondspaarden wordt geschat op drie ton, met uitschieters tot een miljoen voor toppers.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden