Oud worden zint Nadal niet, toch bracht het hem nog een fenomenale comeback

Sleutel tot overwinning lag in Nadals tweede service

Met tomeloze energie en aanstekelijke hartstocht won Rafael Nadal (31) zijn zestiende grandslam-titel. Na een paar jaar malaise maakte de Spanjaard dit jaar een fenomenale comeback.

Het liefst zou Rafael Nadal de klok terug zetten. Jaren terug. Zijn leeftijd zint hem niet: 31 is minder leuk dan 19. 'Ik heb altijd jong willen zijn', zei hij tijdens de US Open. 'Zelfs toen ik 8 jaar oud was, vond ik het niet leuk om 9 te worden. Er is niets veranderd. Maar tot op heden heb ik geen manier gevonden om de klok stil te zetten.'

Echt niet?

De eenzijdige finale van de US Open, zondagnacht, wekte een andere indruk. Nadal speelde tegen generatiegenoot Kevin Anderson (31) als in zijn jonge jaren, met tomeloze energie, aanstekelijke hartstocht en een bedwelmende controle over de bal. Hij gunde de Zuid-Afrikaan geen schijn van kans in diens eerste grandslamfinale: 6-3, 6-3, 6-4.

Nadal deed niet alleen denken aan de tiener die met ontblote bovenarmen gevestigde reputaties de vernieling in hielp. Hij speelde vermoedelijk beter dan de 19-jarige die hij opnieuw zou willen zijn. Twaalf jaar geleden, in 2005, veroverde hij op Roland Garros zijn eerste grandslamtitel. Het was dat jaar zijn enige hoofdprijs. Dit jaar was hij tweemaal de beste: in Parijs (voor de tiende keer) en New York (voor de derde keer).

De wederopstanding van Nadal en diens aartsrivaal Federer, die de Australian Open en Wimbledon dit jaar won, heeft dit tennisseizoen memorabel gemaakt. Elf maanden geleden leken hun dagen geteld. Federer verscheen op Mallorca om de opening van Nadals luxe tennisacademie luister bij te zetten. De Zwitser was op dat moment de nummer 7 van de wereld, Nadal 6. Beiden kampten met blessures. Inmiddels voert de Spanjaard de ranglijst weer aan, Federer staat tweede.

Lotingsgeluk

'Wat dit jaar is gebeurd is onwaarschijnlijk', erkende Nadal na het behalen van de zijn zestiende grandslamtitel, drie minder dan Federer, twee meer dan voormalig recordhouder Pete Sampras. 'Dit alles na een aantal jaren met problemen, blessures en momenten waarop ik niet goed heb gespeeld. Vanaf het begin van het seizoen is het heel emotioneel geweest.'

Nadal erkende dat zijn goede spel in New York niet als een verrassing kwam. Het hard court is een minder grote aanslag op zijn knieën dan het gras van Wimbledon, waar hij in de vierde ronde werd uitgeschakeld. Zijn kwetsbare gewrichten hoeven minder diep te buigen en zijn bewegingspatroon vergt minder aanpassing. Bovendien had hij geluk met zijn loting.

Door het ontbreken van de geblesseerde Novak Djokovic, Stan Wawrinka en Andy Murray, en de uitschakeling van Federer in de kwartfinale, werd de vorm van Nadal niet eenmaal op de proef gesteld door een vedette. De afgelopen vijftien jaar is het volgens spelersvakbond ATP niet voorgekomen dat een speler grandslamkampioen werd zonder een tegenstander uit de toptwintig te hoeven verslaan. Anderson was als 32ste geplaatst in New York, de laagste klassering voor een finalist sinds de invoering van de wereldranglijst (1973).

Tweede service

De uitzonderlijke lengte van Anderson (met 2 meter 3 was hij de langste grandslamfinalist uit de geschiedenis) vormde voor Nadal ook geen probleem. Sterker nog: de Spanjaard scoorde op zijn opslag meer punten dan het servicekanon uit Zuid-Afrika. Aan het net was hij ook beter. Nadal behaalde een perfecte score van 16 punten uit 16 volleys.

De sleutel tot de overwinning lag vooral in de tweede service van Nadal, de slag die van groter belang is dan vluchtige tennisliefhebbers vaak beseffen. Op de eerste opslag won Nadal 84 procent punten, op zijn tweede 70 procent. Bij Anderson, die bekendstaat als een servicespecialist, waren de cijfers: 59 procent op de eerste opslag en 36 procent op de tweede.

'Punten winnen op de eerste opslag is een gegeven, punten winnen op de tweede een voorrecht', meent Craig O'Shannessy, tennisanalist van de ATP. De tweede opslag biedt de retourneerder de kans om punten aan de serveerder te ontfutselen.

Wie erin slaagt dat te voorkomen, zoals Nadal met Anderson, zal nooit een servicegame verliezen. De Spanjaard profiteerde optimaal: hij gunde de Zuid-Afrikaan op zijn opslag in de gehele wedstrijd niet een breakpoint. Zelf had hij negen breekkansen, waarvan hij er vier benutte.

Op grond van de seizoenscijfers durft O'Shannessy de conclusie aan dat de tweede service de wederopstanding van Nadal verklaart. Hij scoort van alle tennissers de meeste punten op die opslag. Zijn seizoensgemiddelde bedraagt 61 procent, 4 punten hoger dan zijn loopbaangemiddelde en 7 punten hoger dan vorig jaar, toen hij bij alle toptoernooien vroeg werd uitgeschakeld. Vooral op Roland Garros en de US Open kreeg niemand vat op de service: in Parijs won hij bijna driekwart van de punten (74 procent), in New York nauwelijks minder (70 procent).

Zijn leeftijd mag Nadal dan niet aanstaan: op andere vlakken werken hoge cijfers in zijn voordeel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.