Schaatsen Salt Lake City

Oud-schaatser Gianni Romme geeft tips voor Salt Lake City: ‘Ik reed met mijn hart’

Bij Salt Lake City denken schaatsers aan wereldrecords. Maar laat een supertijd zich dit weekeinde plannen? Oud-stayer Gianni Romme, die zeven wereldrecords reed, geeft tips. ‘Een record is geen doel op zich.’

Beeld ANP

Kjeld Nuis vindt het de hoogste tijd en Ireen Wüst droomt er al jaren van: een wereldrecord. Dit weekend staat voor de schaatsers het laatste belangrijke toernooi van dit seizoen op het programma: de finale van de wereldbeker in Salt Lake City, op het snelste ijs ter wereld. De baan in de Amerikaanse staat Utah, gelegen op 1.400 meter, is voor schaatsers het ideale decor voor een wereldrecord. Maar hoe doe je dat?

Gianni Romme geeft raad. De tweevoudig olympisch kampioen van Nagano, tegenwoordig operationeel manager van ijsbaan Twente in Enschede, reed tussen 1997 en 2000 zeven wereldrecords op de 5 en 10 kilometer. Hij is na Ard Schenk (tien wereldrecords) de Nederlandse schaatser met de meeste wereldrecords op zijn naam.

1. Hou je tijdens de race niet bezig met het wereldrecord

‘Een wereldrecord plan je niet, dat overkomt je. Mijn eerste keer was in Heerenveen, 1997, een paar maanden voor de Olympisch Spelen van Nagano: 6.30,63 op de 5 kilometer. Twee ronden voor het einde stond mijn coach Henk Gemser met de letters WR op het bord. Dat was een prachtig moment.’

‘Ik weet nog dat ik opende met een 29’er en zelfs een beetje schrok. Elke schaatser is een cijferfreak en weet precies welke rondetijden nodig zijn voor een wereldrecord. Maar tijdens de race ben je daar niet mee bezig. Je denkt alleen maar: hoe lang hou ik dit nog vol?’

2. Laat het wereldrecord geen doel op zich zijn

‘Een wereldrecord is iets magisch, zeker in een snelheidssport als schaatsen, maar het is een gevolg van, niet een doel op zich. In schaatsen draait het om titels. Een wereldrecord wordt vroeg of laat weer gebroken, maar een titel is voor altijd.’

‘Het tweede en derde wereldrecord dat ik reed, was op de Olympische Spelen in Nagano, op de 5 en 10 kilometer. Een maand later reed ik op de WK afstanden in Calgary op diezelfde disciplines opnieuw twee wereldrecords. Een titel behalen mét een wereldrecord, dat is eigenlijk het ultieme.’

3. Rij met je hart

‘In het hoogspringen had je vroeger Sergei Boebka. Die verbeterde zijn records centimeter voor centimeter. Dat leek hij bewust te doen, want er werden openlijk bonussen op gezet. Ik reed met mijn hart. Zat er een wereldrecord in, dan ging ik er vol voor. Berekenend rijden kan bijna niet in het schaatsen.’

‘In mijn contract stond een bonus van de sponsor bij het behalen van een wereldrecord. Een paar duizend gulden toen nog, geloof ik. Ik kan me niet herinneren dat ik er iets van gekocht heb of zo. Dat moet niet je motivatie zijn als sporter, vind ik. Die keren dat ik in Calgary een wereldrecord reed, kreeg ik een ring met het olympische symbool als beloning. Zoiets had voor mij veel meer waarde.’

4. Wees genadig voor de verliezer van het wereldrecord

‘Sport is emotie, dus je mag best teleurgesteld zijn. Dat was ik ook toen ik op de Spelen in Salt Lake City mijn record kwijtraakte aan Jochem Uytdehaage. Maar je houdt altijd respect voor elkaar, hoezeer je ook baalt.’

‘Ted-Jan Bloemen verpulverde ooit het bord in Salt Lake met het record van Sven Kramer erop. Dat mag, maar mijn stijl is het niet. Ik heb eigenlijk maar één keer van dichtbij meegemaakt dat een schaatser echt werd getriggerd om zijn record terug te krijgen. Dat was toen Sven Kramer zijn record op de 5 kilometer verloor aan Enrico Fabris, in 2007 in Calgary. Een week later had hij het alweer terug. Hij verpulverde die tijd echt. Daar zag je echt: ik wil dat record terug, dat is van mij. Vind ik ook mooi.’

‘Mijn eerste wereldrecord ging ten koste van Johann Olav Koss, mijn grote inspiratiebron. Drie jaar voordat ik zelf goud won op de Olympische Spelen, deed hij dat. Ik weet nog dat ik dacht: had ik maar een paar procent van zijn klasse. Des te mooier vond ik het dat hij in Heerenveen was, toen ik zijn record uit de boeken reed. Hij was daar als analyticus voor de Noorse tv, stond aan de boarding en toonde zich oprecht blij. Dat maakte veel indruk op me.’

5. Sta open voor innovaties

‘Waar ik geluk mee had, was de invoering van de klapschaats. De omslag was in 1997. Op gewone schaatsen ben ik in 1996 nog wereldkampioen geworden, maar daarna stapte iedereen over. In het tijdperk van de klapschaats werd ik echt goed. Het viel mooi samen.’

‘Je denkt altijd: sneller dan dit kan bijna niet. Ik hoor Mart Smeets nog roepen na het wereldrecord van Eric Heiden in 1980 op de 10 kilometer: ‘Dit gaat nooit meer verbeterd worden!’ En inderdaad, soms blijft een tijd lang staan, zoals in het atletiek bij het verspringen. Maar records worden verbeterd zodra er weer een innovatie komt. In het schaatsen zie je die golfbeweging ook: betere trainingsleer, overdekte banen, de klapschaats. Zo gaat elke keer toch weer een stukje van de tijd af. Wat de volgende innovatie is? In wielrennen heb je de vermogensmeter, zodat je precies weet hoe efficiënt je rijdt. In het schaatsen is het toch een beetje gissen. Van bewegingswetenschappers weet ik dat ze er mee bezig zijn. En verder weten we van ijs nog heel weinig. Ik noem maar wat: waarom de bocht niet anders neerleggen, zoals bij een wielerbaan? Een parabolische bocht, zodat je gelanceerd wordt?’

6. Je hebt een tweestrijd nodig om te schitteren

‘Als klein jongetje was ik gefascineerd door de baan in Alma Ata, in de voormalige Sovjet-Unie, Dat stadion lag in een vallei. Bij bepaalde weersomstandigheden diende de tribune als windscherm, waardoor je driekwart van de baan vol wind mee had. Zodra de omstandigheden goed waren, werden er schaatsers van hun bed gelicht, zo ging het verhaal. Het had iets magisch.’

‘Toch zeg ik: je kunt alle dingen eromheen beïnvloeden, maar dat wil niet zeggen dat je per definitie een wereldrecord hebt. Wat drijft mensen nou het meest? De ambitie. Met andere woorden: er moet iets aan vast hangen, veel meer dan alleen een record. Een wedstrijd, met een tegenstander, publiek. Je hebt het gezien aan die poging om de marathon onder de twee uur in Monza te lopen. Het is niet gelukt. En waarom? Het was geen echte wedstrijd. Een sporter heeft strijd nodig.’

Gerard van Velde schaatst in 2002 een wereldrecord op het ijs van Salt Lake City. Beeld Getty Images

Romme en doping

De uitzonderlijke prestaties van Gianni Romme zijn jarenlang in verband gebracht met verboden middelen. Vrijdag onthulde dopingbestrijder Harm Kuipers dat de internationale schaatsbond ISU de voormalige schaatsploeg SpaarSelect, waartoe Romme behoorde, lang extra heeft gecontroleerd. Romme zegt nooit iets te hebben gemerkt van extra controles die de ISU verrichtte met de bedoeling schaatsers af te schrikken en positieve tests te voorkomen. ‘Ik vind het bijzonder dat iemand dat kan zeggen zonder daarbij inhoudelijk te worden.’

De reden voor de verscherpte controles was volgens Kuipers, die het ISU-antidopingbeleid tussen 2000 en 2017 vormgaf, de aanwezigheid van arts ­Berend Nikkels bij Spaar­Select. Nikkels kwam uit het wielrennen en hield er een ­liberaal standpunt op na over doping.

Desgevraagd zegt Romme: ‘Ik heb nooit doping van hem aangeboden gekregen en er ook nooit zelf om gevraagd  ­Berend was er altijd heel uitgesproken over. Schaatsen en wielrennen zijn twee verschillende werelden. In wielrennen heerste een heel andere cultuur rond doping.’

Volgens Harm Kuipers had 6 procent van de deelnemers aan de WK allround in 2000 met schommelende bloedwaardes te maken. Romme won het toernooi. Hij zegt: ‘Die lijst met namen zal best ergens zijn opgeslagen. Laat maar zien. Sterker, daar heb ik zelfs recht op.’ Romme schaatste vijf van zijn zeven wereldrecords als lid van de KNSB-kernploeg, voordat hij bij SpaarSelect in dienst trad. In die periode ­(december 1997 - maart 1998) was Kuipers nog niet als dopingbestrijder actief bij de ISU. Romme: ‘Het is al jarenlang zo: waar uitzonderlijke prestaties worden geleverd, daar zijn altijd geruchten over doping. Het belangrijkste is: ik weet voor mezelf dat ik mijn sport altijd zuiver heb bedreven.’ 

Kansen van Ireen Wüst en Patrick Roest 

Ze won vijf gouden medailles op de Spelen, werd zes keer wereldkampioen allround, maar een ­wereldrecord reed Ireen Wüst nog nooit. Aan het begin van het seizoen, bij de presentatie van haar ploeg, liet ze weten dat een aanval op het wereldrecord op de 1.500 haar grote doel was. In Salt Lake City, bij de finale van de wereldbeker, wacht haar laatste kans. Maar is Wüst in staat om een wereldrecord te rijden? Gianni Romme, haar oud-trainer, verwacht dat het een moeilijke missie wordt. ‘Je kunt wel de ambitie uitspreken, maar dingen lopen altijd anders dan gedacht. We kennen het verhaal van Ireen dit seizoen (in januari overleed haar vriendin en ex-collega Paulien van Deutekom, red.). Ze rijdt nu puur op haar kwaliteit, dat is al knap genoeg. Soms moet je een beetje geluk hebben dat alle puzzelstukjes op die ene dag in elkaar vallen. Ze was heel goed op de WK afstanden. Stel: die wedstrijd was niet in ­Inzell verreden, maar in Salt Lake, dan was ze misschien heel dicht in de buurt gekomen.’ Als er een record sneuvelt in Amerika, dan gebeurt dat door de schaatsers die vorige week in Calgary op de WK allround ook goed waren. ‘Martina Sablikova en Patrick Roest zitten in een flow. En precies dát heb je nodig om een record te rijden.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.