Beschouwing Hein Otterspeer

Otterspeer Nederlands kampioen sprint; zege is de afsluiting van een vervelende periode

Eindelijk klopte alles weer ouderwets voor Hein Otterspeer. Zijn pijnlijke rug speelde niet op en het zat goed tussen de oren. Op nieuwe schaatsschoenen werd hij met overmacht Nederlands kampioen sprint.

Hein Otterspeer op de tweede 1000 meter. Beeld Klaas Jan van der Weij

Het was op 18 mei 2015 dat een grijze Renault Twingo op een kruispunt in het Groningse Sebaldeburen, niet ver van Oude Gaarkeuken, Hein Otterspeer over het hoofd zag. Bám! Daar vloog de schaatser uit Gouda dwars door de zijruit.

Otterspeer werd gisteren voor het eerst sinds dat vermaledijde jaar 2015 weer Nederlands kampioen sprint, voor de tweede keer in zijn carrière. Hij bleef op de vierkamp vooral dankzij twee razendsnelle 1.000 meters zijn naaste rivalen Daidai Ntab en Lennart Velema voor. Oud-wereldkampioen sprint Michel Mulder eindigde als vijfde. Europees sprintkampioen Kai Verbij en Kjeld Nuis ontbraken in Thialf.

De zege vormt wat Otterspeer betreft de afsluiting van een vervelende periode, want na het ongeluk in Sebaldeburen was het tobben geblazen met de 30-jarige sprinter. Die rug, altijd maar die rug. Gék werd Otterspeer er soms van. Vorig jaar, op de EK afstanden in Kolomna, wilde hij gewoon zijn veters strikken, schoot het er wéér in. ‘Veters strikken, waar hebben we het over?’, vroeg hij zich radeloos af.

Kwaad tot erger

Afgelopen zomer, op het zomerijs van Thialf, viel hij tijdens een stevig temporondje weer vol op zijn rug. Achteraf gezien liep hij te lang door met klachten. ‘Je gaat compenseren, scheef lopen. Zit niet meer goed op je zadel met fietsten, voert krachtoefeningen niet meer goed uit. Zo wordt het van kwaad tot erger.’

Onderwijl zag hij zijn ploeggenoten van Jumbo-Visma het ene na het andere succes behalen. Hij zegt eerlijk: ‘Ik gun het die jongens van harte, maar soms was dat weleens moeilijk.’ Het woord stoppen maalde vaker door zijn hoofd dan hem lief was.

Hein Otterspeer kent een grillige carrière. Niet alleen zijn rug, ook zijn hoofd speelde hem meermalen parten. In potentie, met zijn lange lijf en krachtige slagen, zou hij een olympisch kampioen kunnen zijn. Maar veel te vaak legde hij zichzelf te veel druk op. Dan stormde het tussen de oren en strandde hij in goede bedoelingen. Twee keer miste hij op een haar na de Olympische Spelen. Een hiaat op zijn erelijst.

Rug sputterde niet meer tegen

Maar dit weekeinde klopte alles weer ouderwets. Dat had volgens Otterspeer meerdere redenen. Ten eerste: zijn rug sputterde niet meer tegen, eindelijk weet hij er mee om te gaan. ‘Het is een kwetsbare plek en ik ben niet meer de jongste. Ik moet er dus veel aandacht aan besteden. Voorkomen is genezen, weet ik nu.’

Ten tweede: nieuw materiaal. Sinds drie weken beschikt Otterspeer over nieuwe schaatsschoenen. ‘Het is een schot in de roos’, zei hij. ‘Ze geven stabiliteit op hoge snelheid.’ Dat het niet gebruikelijk is om midden in het seizoen van materiaal te wisselen, weet hij ook. ‘Maar deze waren zo versleten dat het echt niet meer kon. Ik had ze al te vaak met nieuw leer laten bekleden. Ze waren op.’

Verder: ideale omstandigheden. Het ijs in Thialf was optimaal, de luchtdruk in de hal bijzonder laag. En ook Otterspeer stak in topvorm. Hij groeide in het toernooi en maakte geen fouten, ook niet toen hij op de afsluitende 1.000 meter een tamelijk ruime voorsprong van 0,34 seconden op Dai Dai Ntab moest verdedigen.

‘Terwijl het best lastig is om een 1.000 meter met de rem erop te rijden’, zei hij. ‘Je moet er juist vol in blijven gaan, je taken blijven uitvoeren, want anders ga je alsnog fouten maken.’

Zaterdag had hij al een sterke 1.000 meter laten zien. Hij klokte 1.08,05 en vierde dat met een oerkreet en gebalde vuisten.

Startbewijs voor het WK sprint

Otterspeer werd niet alleen Nederlands kampioen sprint, hij verzekerde zich ook van het laatste startbewijs voor het WK sprint, volgende maand in Heerenveen. De andere twee tickets waren al vergeven aan Europees kampioen Kai Verbij en Kjeld Nuis.

In 2015 nam Otterspeer voor het laatst deel aan de WK sprint. Toen eindigde hij als tweede achter de ongenaakbare Rus Pavel Koelizjnikov. Met misschien wel iets te veel bravoure voor iemand met een zachtaardig karakter kondigde hij destijds aan: ‘Ooit komt die aan de beurt.’

Misschien is dat ‘ooit’ wel volgende maand. Zondag had Otterspeer weer iets van dat zelfvertrouwen terug toen hem werd gevraagd naar zijn kansen op het WK sprint. Hijhad op de tweede 500 meter 34,74 gereden en op de tweede 1.000 meter 1.08,22.

‘Ik ben een echte toernooirijder, kan kort na een 500 meter ook een goede 1.000 rijden. Laat ik het zo zeggen: met een 34’er en een lage 1.08 kom je een heel eind. Als alles bij mij klopt, kan ik de besten van de wereld verslaan.’

Dat was allemaal lang nadat hij met een Nederlandse vlag in Thialf rondreed, zijn vrouw zoende en zijn zoontje Sant-Jan optilde voor een knuffel. ‘Ik ben niet altijd de leukste vader en echtgenoot geweest, de laatste tijd’, zei hij schuldbewust. ‘Daarom wilde ik hen er bij betrekken.’

En misschien wel het mooiste bij het optillen van zijn zoontje: zijn rug hield het.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden