analyse Oranje tijdens WK

Oranje’s WK-reis zal alleen maar hongerig maken naar eremetaal

Lineth Beerensteyn zakt door de knieën nadat de Verenigde Staten het WK winnen. Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Wat een heerlijke, ambitieuze ploeg is Oranje. Altijd bezig met beter worden, met leren, van zichzelf en van anderen, van de trainer en van elkaar. Dat de ploeg in de finale verliest van de Verenigde Staten zal de honger naar meer eremetaal slechts groter maken.

Nee, ze hoefden geen grachtentocht bij de tweede plaats. Ze voeren al eens door de grachten van Utrecht, na de zege op het EK, twee jaar geleden. Dat was overweldigend mooi, met al die duizenden op de kade. Toenmalig aanvoerder Sherida Spitse kijkt nog weleens naar de beelden. Maar een feest is voor winnaars. Althans, dat vinden zij, de vrouwen.

En zij zijn winnaars. De vrouwen van de nationale ploeg voetbalden lang niet altijd goed en mooi tijdens het WK in Frankrijk. Sterker, vaker voetbalden ze helemaal niet mooi, in de zin van vloeiend of esthetisch hoogwaardig. Dat kwam volgens bondscoach Sarina Wiegman ook omdat de tegenstanders Nederland veel beter hadden geanalyseerd dan voorheen, omdat Oranje derhalve minder ruimte kreeg en omdat de opponenten beter waren dan op het EK, afkomstig vanuit een andere, niet-Europese cultuur. Japan, Canada en de Verenigde Staten staan hoger op de wereldranglijst. Dan is het logisch dat het moeilijker gaat.

Daarmee heeft Wiegman een punt. Bovendien: stel dat Oranje eens echt goed gaat voetballen, ja wat dan, waar blijft de rest van de wereld dan? Voetballand Nederland, met zijn geweldige faciliteiten, zijn structuur en zijn lange, voor sport zo geschikte vrouwen (en mannen), kan standaard top zijn. Met zijn grote, nog steeds groeiende arsenaal spelers, al is de rek een beetje uit de aanwas.

Alleen maar beter

Maar wat een heerlijke, ambitieuze ploeg is Oranje. Altijd bezig met beter worden, met leren, van zichzelf en van anderen, van de trainer en van elkaar. En bijna altijd met een lach op het gezicht. Samen de strijd aangaan. Alles geven, met doorgaans sportieve middelen. Dan kun je winnen of verliezen. Dat is de essentie van sport. Het WK was wat dat aangaat het Grote Genieten, ook voor degenen die mochten kijken in de keuken en meereisden in het kielzog van het elftal.

Een vrolijk arbeidscollectief was Nederland tijdens het avontuur in Frankrijk. Geen onvertogen woord viel. Een rel? Wat is dat? Ontevreden spelers? Ja, natuurlijk is Kika van Es verdrietig dat ze haar plaats als linksachter verloor aan Merel van Dongen, die het op haar beurt moeilijk had en in de finale weer op de bank zat. Geregeld denkt Anouk Dekker, in de eindstrijd juist terug in het elftal, terug aan haar schorsing voor de eerste wedstrijd van het WK, waardoor Wiegman noodgedwongen andere opties doorzocht. Maar onvrede uitspreken? Ja, heel liefjes, bedekt onder masserende woorden.

Het WK is een voorlopig hoogtepunt op de imponerende, moeilijke weg die het Nederlandse vrouwenvoetbal aflegde, van het debuut bij het EK van 2009 in Finland tot de finale van het WK in 2019 in Lyon. Van ongeziene sporters tot trekkers van een miljoenenpubliek. Dat was ook wat buitenlandse journalisten vooral wilden weten in de aanloop naar de finale. Verslaggevers uit Chili, Noorwegen of Brazilië. ‘Hoe kon het in vredesnaam dat Nederland finalist was op zijn pas tweede WK?’, vroeg de Braziliaan, de man uit het land dat bij de vrouwen nog nooit finalist was, ondanks Marta en al die andere sterren.

En de Noor snapte het ook niet. Noorwegen had Nederland in de kwalificatie toch naar de tweede plaats verwezen, en naar een hachelijke herkansing via de play-offs? Wiegman antwoordde hem dat de nederlaag Oranje deed ontwaken uit de euforie sinds het EK. Dat verhaal hoorde je vaker, ook van speelsters. Want natuurlijk heeft de Europese titel veel veranderd. Lieke Martens, Vivianne Miedema en Shanice van de Sanden tekenden voor vrouwen grote contracten met een paar ton salaris, ze waren populair en hip.

Niet dat de rest groen zag van afgunst, maar de verhoudingen veranderden. En dus spraken ze open met elkaar  na ‘Noorwegen-uit’, dat ze moesten terugkeren naar de basis van nederigheid en opofferingsgezindheid. Dat is ze aardig gelukt op het WK, met de bescheiden, perfectionistische bondscoach die ook nog eens lief is, zoals Daniëlle van de Donk dat zo mooi zei. Wiegman is zoals je een ouder wenst. Streng doch rechtvaardig, met gevoel voor verhoudingen en openstaand voor probleemoplossing. Hard, maar met mededogen. Gedisciplineerd, maar met gevoel voor het moment.

Daniëlle van de Donk in tranen na de verloren WK-finale. Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Tussenstation

Het WK is dus een prachtige tussenstap in een traject dat nog lang niet voorbij is, een weg vol anekdoten, verhalen, kansen en (on)mogelijkheden. Een traject van uitgekomen meisjesdromen. Linksachter Merel van Dongen schrijft als kind dus een brief aan Ajax. Waarom mag ze niet aan de talentendag meedoen? Ze krijgt een brief terug. Nou ja, ze is een meisje. Meisjes kunnen geen prof worden. Zo is dat nu eenmaal. Begrijpt ze toch wel. Als ze prof wil worden, moet ze naar Amerika.

De internationals van nu kijken naar de laatste finale van de mannen, in 2010, met hun shirt van Van Persie of Sneijder. De een huilt na de nederlaag, de ander niet. Van Dongen is tien kilo zwaarder dan nu, herinnert ze zich. Ze had de hele dag gevolleybald, op die julidag.

En dan, op een zomeravond in Lyon, staan ze zelf in de finale. Van het WK. Ze zijn intussen bijna allemaal prof, bij een club in het buitenland nog wel. Nee, ze verdienen geen miljoenen, maar ze kunnen leven van hun sport. Hun meisjesdromen zijn uitgekomen. Ze voetballen in stadions, wonen in een mooi appartement en krijgen betaald voor hun passie. Ze knijpen soms in hun arm. Is dit echt?

Alleen: de weg is nog lang niet afgelegd. Dat is trouwens nooit zo in de sport. Wie te lang stilstaat, ziet anderen voorbijrazen op de snelweg van ambitie. Het voetbal kan beter, het moet zelfs beter. Voormalig bondscoach Vera Pauw speelde ‘poldercatenaccio’ in 2009. Ze hield vooral tegen, met een granieten defensie geleid door haar onverzettelijke aanvoerder Daphne Koster. Daarop volgde meer verzorgd voetbal van bondscoach Roger Reijners, die de huidige ploeg min of meer neerzette. Sarina Wiegman was al zijn assistent. Zij is succesvol. Steeds winnen van hoger geklasseerde ploegen op de ranglijst is een topprestatie.

Nieuwe aanwas

De ontwikkeling gaat verder. Het elftal was vrijwel hetzelfde als in 2017 bij het EK. Dat is op zich logisch. De leeftijd van de basisploeg is gunstig, met vrijwel allemaal twintigers. Maar het is ook vreemd dat met zo veel voetballende meisjes nog niemand echt aan de deur klopt sinds het EK, op Lineth Beerensteyn na dan, die destijds al tot de selectie behoorde. Talent genoeg, naar het schijnt, maar wanneer breekt het door? De voortekenen zijn gunstig. Zo won de ploeg onder 15 jaar onlangs voor het eerst in dertien jaar van Duitsland.

De huidige internationals voetbalden vrijwel allemaal met jongens, tot ze een jaar of zestien waren. Ze noemden dat een deel van het geheim, door de fysieke harding en het snellere spel. Hoe meer meisjes zich bij de KNVB melden als lid, des te meer meisjesteams ontstaan. Wat misschien ten koste gaat van de kwaliteit, van dat ene talent dat beter onder grotere weerstand bij de jongens kan spelen. Het is een beetje afwachten hoe dat gaat lopen. Wie weet, zijn meisjesteams straks zo goed dat ze winnen van jongens, wat hier en daar al gebeurt.

Grootste zorgenkind is de eredivisie, waarin te weinig verbetering zit. Weinig geld, weinig publiek, weinig aantrekkelijkheid, mede door twijfels bij de profclubs van de mannen. Zij vragen zich af: willen wij nu een vrouwentak? Wat moeten we daarmee? Dat kost toch alleen geld. Ajax sloot onlangs een cao voor de speelsters, maar dat is slechts een stapje. De gemiddelde leeftijd van de competitie is net 20 jaar, met meiden die na hun studie een keuze dienen te maken: werken of voetballen.

Vrijwel alle internationals voetballen inmiddels in het buitenland, waarbij Engeland steeds meer progressie boekt. Daar snappen de clubs dat het goed is een vrouwenafdeling op te tuigen. Dat heeft niet alleen te maken met binding van supporters en met maatschappelijke betrokkenheid, maar is ook een kwestie van het aanvoelen van de tijdgeest.

Wat dat aangaat loopt Nederland achter, terwijl een sterke eredivisie de kweekvijver behoort te zijn voor de nationale ploeg. Aan de horizon van het vrouwenvoetbal blinkt dus niet alleen goud. Alleen: vrijwel niemand dacht afgelopen maand aan dat problemen, met dank aan dat fascinerende arbeidscollectief, met de lach om de lippen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden