COLUMNPaul Onkenhout

Oranje in een dip? Dat praten vooral de analisten ons aan

Beeld .

In de aanloop naar Italië - Nederland, een wedstrijd in de UEFA Nations League, werden deze week grote woorden gebruikt. Het kwam er op neer dat Oranje onder de nieuwe bondscoach Frank de Boer is verworden tot de risee van het internationale voetbal. Het is weer crisis, of in elk geval bijna. Het plezier is verdwenen, het chagrijn is terug.

De nederlaag in een oefenwedstrijd tegen Mexico en het gelijkspel tegen Bosnië en Herzegovina kwamen aan als mokerslagen. ‘In recordtempo’ (de Volkskrant) is de populariteit van Oranje geslonken.

Aad de Mos, een analist, concludeerde van de ene op de andere dag dat Nederland onvoldoende spelers van internationale klasse heeft. Het Algemeen Dagblad onderzocht waarom De Boer nu al de nationale kop van Jut is en kwam een dag voor de wedstrijd tegen Italië tot de conclusie dat hij natuurlijk charisma mist en er als coach tot nu toe niet veel van heeft gebakken.

Explosief zinnetje: ‘Boven stadion Atleti Azzurri d’Italia hangt nu vooral de dreiging van een crisis.’ Pierre van Hooijdonk, ook een analist, ging daar woensdag overheen met de opmerking dat De Boer zijn hoofd in een strop had gestoken toen hij, volkomen onverwacht, tegen de Italianen de tactiek van Oranje rigoureus veranderde.

Toen het laatste woord had geklonken en Italië en Nederland in Bergamo begonnen aan hun wedstrijd in de Nations League, een Europese flutcompetitie die werd bedacht om landen de moeite van het organiseren van vriendschappelijke wedstrijden te besparen, was het nauwelijks nog voorstelbaar dat Frank de Boer als bondscoach de Kerst zou halen. In Portugal trok Louis van Gaal een goede fles rood open.

Dus het was best verrassend dat Oranje in stadion Atleti Azzurri d’Italia overtuigend voor de dag kwam; dat het plezier van de ploeg afdroop, dat de tactische ingreep van De Boer een meesterzet bleek te zijn en dat iedereen na de 1-1 het gevoel had dat er meer in had gezeten.

Eerste reactie van de totaal verbouwereerde analist Rafael van der Vaart in de studio van de NOS: ‘Dit hadden we niet verwacht.’

Of hij, behalve blij, ook opgelucht was, was de eerste vraag van Jeroen Stekelenburg aan Frank de Boer. Stekelenburg is na het vertrek van Bert Maalderink de nationale vragensteller. Hij had besloten in te zoomen op de emoties van de man die zijn hoofd na een miraculeuze Houdini-act op het laatste nippertje uit de strop had teruggetrokken.

Dus vroeg Stekelenburg aan De Boer of hij opgelucht was, of het moeilijk voor hem was geweest, of hij bang was geweest voor de reacties als het weer mis zou zijn gegaan en of dit voor hem een verschil maakte na ‘die rotavonden’. Heimelijk werd de hand in eigen boezem gestoken. Misschien, opperde Stekelenburg, was de conclusie dat de fut er bij Oranje uit was, wel een ‘projectie van buitenaf’ geweest.

Toen moest de kastijding door Frenkie de Jong van het voltallige korps analisten en commentatoren nog beginnen. Glimlachend maar genadeloos fileerde hij in gesprek met de NOS de rol van de beroepscritici. De stemming in het land was omgeslagen door wat De Jong omschreef als ‘heel veel mensen voor wie het een soort van werk is, analisten en zo’.

Het is over met deze ploeg, was de boodschap, de spelers zijn overschat. De Jong, subtiel verwijzend naar de superlatieven waarmee de analisten tot voor kort strooiden: ‘Dat is wel wat snel.’ Twee keer benadrukte hij dat in de spelersgroep geen vuiltje aan de lucht was geweest. Oranje in een dip? ‘Dat praten mensen ons aan, vooral jullie.’

Daar konden de mensen voor wie kantinepraat een soort van werk is, het mee doen. Op naar de volgende crisis dan maar.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden