Column Peter Middendorp

Ophemelen en neerhalen, oppompen en leegprikken, in anderhalve week, met een jongen van 18

Kjell Scherpen, onze keeper, is eigenlijk nog een jongen. Een grote jongen weliswaar, langer dan twee meter, al 18 jaar en dus volwassen, maar toch. Het meest nam hij zich voor me in, en meer kijkers van TV Drenthe denk ik wel, toen hij in het programma Rood Wit TV zijn slaapkamer liet zien. Boven het voeteneind van zijn bed, je keek er bij het ontwaken meteen in, hing een levensgrote foto van De Kuip, het stadion van Feyenoord.

Ik had nooit gedacht dat deze jongen al een eerste keeper zou kunnen zijn, en zonder blessures bij de beoogde keeper was het waarschijnlijk ook nog lang niet gebeurd. Hij was hooguit een derde keeper, dacht ik, die ervaring mocht opdoen bij de grote jongens, op de bank, terwijl zijn fijne motoriek intussen de tijd zou krijgen om de onstuimige lichaamsgroei van de laatste jaren enigszins bij te benen.

De eerste wedstrijd werd onverwacht gewonnen. Scherpen keepte goed, heel goed, en in de pers ontplofte men van bewondering. Trainer Gert-Jan Verbeek had, zei hij op Fox, de toekomstige Oranjekeeper aan het werk gezien. De Telegraaf tooide hem over twee pagina’s met de eretitel: ‘Portier van twee meter vier’. (feitelijk is hij 2 meter 2, maar dat rijmt niet.) Hij werd overstelpt met aandacht en verzoeken, de hele wereld wilde wat van hem, op maandag hadden er al twintig zaakwaarnemers gebeld.

De eerstvolgende wedstrijd kwamen er veel journalisten naar Emmen om het wonder van twee meter vier te kunnen aanschouwen. Er vlogen er, wat kon je denken, meteen vier in. Bij twee van de vier had Kjell er, zoals dat heet, niet goed uitgezien. Het viel de journalisten een beetje tegen allemaal. Hadden ze zich hier druk om gemaakt? Voor deze zogenaamde ‘nieuwe Jan van Beveren’? Dit zogenaamde Oranjekeepertje?

Ophemelen en neerhalen, oppompen en leegprikken, in anderhalve week, met een jongen van 18. Om twee keer een verhaal te hebben, waarvan in beide gevallen niet veel waar hoeft te zijn. Ze, of we, doen het niet eens expres of ook maar bewust. Goed, slecht, zwart, wit – we houden, heb ik weleens geleerd, gewoon erg van symmetrie.

Uit bij Ajax werd het een week later 5-0. Van alle keepers in eredivisie, zag ik op de ranglijst, had de onze na drie competitieronden veruit het vaakst gevist – tien keer. Na afloop kwamen een paar journalisten nog even kijken hoe het met het keepertje ging. Ineens spraken ze hem naar zijn leeftijd aan, een stuk eronder nog, leek het wel. Vond hij het mooi, de Arena? Groot? Ja, hè? Had hij misschien ook een lievelingsstadion?

Het was de week waarin Kjell de foto van De Kuip boven zijn bed had weggehaald. Hij keek de journalisten even aan. ‘Alle stadions zijn wel mooi,’ zei hij, een snelle leerling met een kleine lach op het gezicht. ‘Er zijn zoveel mooie stadions.’

Tegen De Graafschap, buiten het zicht van overdreven veel camera’s, hervond Kjell Scherpen vorige week zijn oude, nieuwe vorm. En afgelopen weekend, terwijl wij met zijn allen naar het Nederlands elftal zaten te kijken, maakte hij zijn debuut als international. In Oranje onder 19 vooralsnog, maar keepers worden vanzelf ouder.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.