Op zoek naar het honkbalsucces van Curaçao

Honkballers uit Curaçao zijn opvallend succesvol in de belangrijkste competitie ter wereld, de Major League in de Verenigde Staten. Lennart Bloemhof en fotograaf Guus Dubbelman reisden af naar het eiland op zoek naar de basis van het succes. 'Antilliaanse moeders zijn de strengste van de Cariben.'

Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Alsof hij al profhonkballer is. Zo strekt een jongen van nog geen 10 jaar oud zijn rechterarm uit en wijst met zijn knuppel naar de werper. Hij heeft het ritueel waarschijnlijk een keer op televisie gezien. Daarna gaat hij in slaghouding staan. Hij zwaait. Mis. Nog een keer. Mis. Ook de derde keer ziet hij de bal langs zijn zwiepende knuppel vliegen zonder hem aangeraakt te hebben.

Met gebogen hoofd sjokt hij naar de dug-out in Post 6, een honkbalstadionnetje gelegen aan de noordkant van Willemstad, Curaçao. Vanaf de tribunes hoort hij gegil en gejuich. Geen stoel is leeg vanavond tussen de moeders, vaders en kinderen die elke 'uit' als de beslissende bejubelen. Achter het stadion hangt een barbecuegeur, overal klinkt Caribische muziek uit luidsprekers.

Het is begin juni. Curaçao is in de ban van de finales van de jeugdcompetitie. De kampioen mag het eiland vertegenwoordigen in het Caribisch gebied en later misschien wel in de Verenigde Staten. Dat is prestigieus, want Curaçao is een kweekvijver voor honkbaltalent. Eenmaal buiten de eilandgrenzen is de kans op een succesvolle honkbalcarrière groot.

Het dorpje Tera Kora, begin juni: het project Banda'bou Tigers biedt honkbaltraining voor de kinderen van het arme platteland.Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Opvolger van een Yankees-icoon

Lees hier een interview (+) met New York Yankees-speler en Curaçaoënaar Didi Gregorius, over zijn eerste maanden bij het Real Madrid van het Amerikaanse honkbal.

De meeste spelers
Vijf Curaçaoënaars spelen in de Major League, de hoogste profcompetitie in de Verenigde Staten. Daarmee levert het vlekje land voor de kust van Venezuela van alle landen in de wereld verhoudingsgewijs de meeste spelers aan het walhalla van de honkbalsport. Méér dus dan Amerika, de bakermat van het honkbal, en andere grote honkballanden zoals de Dominicaanse Republiek, Japan en Cuba.

Er is dus iets bijzonders aan de hand op Curaçao. Het mysterie wordt groter na aankomst op het eiland. Honkbalveldjes op elk braakliggend stuk grond? Nee. Billboards dan, met beeltenissen van Antilliaanse honkbalhelden uit heden en verleden? Niets van dat alles. Het grootste stadion van het eiland is een voetbalstadion.

Wie het Curaçaose honkbalgeheim wil ontrafelen, moet in de harten van de Curaçaoënaars zoeken. Bijvoorbeeld bij Post 6.

Fotoreportage

Bekijk hier de fotoreportage die Guus Dubbelman en Lennart Bloemhof over honkbal op Curaçao maakten. Van de velden op het platteland tot volle tribunes bij jeugdwedstrijden.

Didi Gregorius in actie voor de New York Yankees.Beeld Guus Dubbelman /de Volkskrant

Honkbalpornografie
Elston Simmons is een van de enthousiaste toeschouwers op de tribune. Toch is hij met regelmaat afgeleid. Op hetzelfde moment speelt zijn zoon Andrelton in Atlanta een wedstrijd voor bijna 30 duizend mensen tegen Pittsburgh Pirates. De hoogtepunten krijgt hij door via zijn smartphone.

Andrelton Simmons (25) wordt in Amerika beschouwd als een van de beste verdedigende spelers in de Major League. 'Honkbalpornografie', schrijven journalisten verlekkerd over de atletische acties of knappe vangballen van de korte stop van de Atlanta Braves. Hij werd de afgelopen twee jaar beloond met de Golden Glove, de prijs voor beste speler op zijn positie.

De spelertjes naar wie Elston Simmons kijkt, hebben één droom: in de voetstappen treden van zijn zoon. Die speelde ook in de jeugdcompetitie van Curaçao. Hij was toen al de rustige en bescheiden jongen die hij nog altijd is, zegt zijn vader. Hij was ook een jongen met aanleg voor alles waarin hij zich vastbeet: 'Als hij met één knikker naar school ging, kwam hij met een zak vol weer thuis.'

Honkballen deed Simmons sinds hij kon lopen. In het ouderlijk huis werd elke minuut aan vrije tijd gestoken in de sport. Vader, zelf fervent honkballer, maakte van allerlei voorwerpen in huis 'ballen' voor zijn twee zoons. Eerst papieren balletjes, later hardere balletjes van aluminiumfolie en uiteindelijk van kroonkurken. Bezemstelen werden gebruikt als knuppels. 'En dan hard aangooien, het liefst van dichtbij', zegt hij. Dat het honkbalvirus aansloeg, wist Simmons toen hij op een dag thuiskwam van het werk en zijn zonen een dagje alleen thuis waren geweest. 'Overal dopjes.'

Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Dutch Caribbean Baseball Academy
Spelen met bierdopjes en bezemstelen. Het is alle Curaçaoenaars die nu op het hoogste niveau spelen bekend. Net als Andrelton Simmons komen ook de andere vier uit honkbalfamilies. Jonathan Schoop (23) en Jurickson Profar (22) vonden elkaar al vroeg op het honkbalveld. Kenley Jansen (27) honkbalde de eerste jaren van zijn leven met zijn twee broers op het gras van de tuin bij zijn ouderlijk huis in Schelpwijk, een middenstandsbuurt in het noorden van Willemstad. En de geboren Amsterdammer Didi Gregorius (25) verhuisde op zijn 5de naar Curaçao. Hij groeide op in Banda'bou, het platteland ten westen van Willemstad. In Tera Kora trainde Gregorius elke dag op de rode grond waaraan het dorpje zijn naam dankt.

Ben Thijssen is namens de Nederlandse honkbalbond bondscoach op Curaçao. Hij heeft ze allemaal zien spelen, de gouden lichting twintigers die nu de stoffige velden op het eiland hebben verruild voor grote honkbalstadions in de VS. Bij grote toernooien heeft hij ze onder zijn hoede als een van de coaches van het Nederlands Koninkrijksteam.

Samen met een aantal honkbalvrienden runt Thijssen sinds vorig jaar een honkbalacademie op het eiland, de Dutch Caribbean Baseball Academy (DCBA). Elke dinsdag en donderdag organiseert de DCBA trainingen voor jongeren in het Tio Daou-stadion, aan de oostkant van Willemstad.

Intrinsieke drang om te honkballen
Ouders zetten hun kinderen af bij het stadion en blijven plakken op de tribune om de training te volgen. Spelers dragen petten van hun favoriete Major Leagueclub. Tijdens de training schudt Thijssen zijn hoofd. 'Te traag', mompelt hij, als een jongetje van 14 in een rood shirt een honkbal opraapt en de bal met een kleine hapering vanaf het tweede naar het eerste honk gooit. 'Ik zeg dat ze thuis moeten blijven oefenen, al is het slechts een balletje kaatsen tegen de muur. Maar sommigen kruipen liever achter de computer.'

Thijssen weet: als je in het honkbal de top wil halen, moet alles wijken. Hij loopt in opvallende kleding rond op het veld - hij heeft een eigen bouwbedrijf en kon vandaag maar net op tijd weg van een bouwplaats. Hij symboliseert ermee een eerste pijler onder het Curaçaose honkbalsucces: de intrinsieke drang om te honkballen.

De jongens die nu in de Major League spelen, werden al clubhonkballer toen ze op de basisschool zaten. Allemaal speelden ze bij de Marchena Braves, waar de trainingen pas 's middags begonnen maar waar zij volgens hun coaches al 's ochtends op het veld stonden.

Het dorpje Tera Kora, begin juni: het project Banda'bou Tigers biedt honkbaltraining voor de kinderen van het arme platteland.Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Onlogische kweekplaats
Het stadionnetje van de Braves ligt midden in de armere wijk Marchena, verscholen achter een doe-het-zelfzaak. Het straatbeeld wordt bepaald door zwerfvuil en vervallen huizen. Als de wind uit het oosten komt, trekt een naar uitlaatgassen riekende lucht over het veld, afkomstig uit de schoorstenen van de Isla-raffinaderij.

Als het veld in Marchena een kweekplaats is, is het een onlogische: het bruine zandveld telt meer hobbels op het veld dan stoeltjes op de tribune.

'Dat is juist ons geheim', benadrukt Thijssen lachend over deze andere pijler onder het succes van het Curaçaose honkbal. Duizenden trainingsuren maakten de huidige Major Leaguers op het veld in Marchena. 'Onze spelers zijn slechte velden gewend. Hun voetenwerk is uitmuntend, want ze zijn constant op hun hoede voor een vreemde stuit. Als ze dan naar Amerika gaan, waar alles op en top geregeld is, is het veld voor hun net een tafelkleedje.'

Voetenwerk
Goed voetenwerk. Het is ook iets dat Jose Felomina regelmatig opschrijft wanneer hij spelers bekijkt op Curaçao. De scout van Major Leagueorganisatie Texas Rangers haalde zo voor zijn club onder anderen Curaçaoënaar Jurickson Profar binnen, in 2013 uitgeroepen tot grootste talent van de Major League. Felomina, ook coach bij de DCBA, kan vaak aan de kleding van een jonge honkballer al zien of hij de juiste genen heeft: 'Hij wil er altijd als een honkballer uitzien, ook tijdens trainingen. Zoals hij.'

Hij wijst naar een jongen die zijn broek hoog heeft opgetrokken, zijn sokken over zijn broekspijpen draagt en z'n shirt diep in zijn broek heeft gestopt.

Caribische honkballers delen een aantal voordelen ten opzichte van de rest van de wereld, weet Felomina: ze beschikken in de regel over sterke, atletische lichamen en kunnen 365 dagen per jaar honkballen dankzij het tropische klimaat.

Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Multi-inzetbaar
Hij weet ook waarmee Curaçaose honkballers hun collega's uit de rest van het Caribisch gebied aftroeven. 'Dominicanen hebben óók hobbelige velden en maken misschien wel meer trainingsuren dan wij. Alleen: zij leren vooral hoe ze een bal vér moeten slaan. Hier leren ze hoe ze moeten honkballen.'

Hij verduidelijkt: spelers op Curaçao leren in de jeugd op alle posities te spelen. Het verbetert hun kansen in de VS, waar ze overal inzetbaar zijn. Zo verliet Kenley Jansen Curaçao als catcher. In Amerika is hij nu werper. Didi Gregorius is korte stop. Tot zijn 16de speelde hij bij Marchena Braves op het tweede honk, omdat Andrelton Simmons de korte stop van dat team was. Simmons kwam bij de Atlanta Braves weer binnen als werper.

Hoe multi-inzetbaar de Curaçaose spelers zijn, blijkt op landentoernooien als ze het oranje tenue van Nederland aantrekken. Er ontstaat dan een soort honkbalvariant van totaalvoetbal. Ze voelen elkaar blindelings aan en nemen elkaars posities over. De Curaçaose inbreng leverde Nederland in 2011 de wereldtitel op. De hele wereld was afgetroefd met hulp van een eiland twee keer zo groot als Texel. Op de met sterspelers overladen World Baseball Classic werd Nederland in 2013 knap vierde.

Meertaligheid
Felomina noemt nog iets wat de spelers op Curaçao meekrijgen en waarmee ze zich in de VS onderscheiden van andere Caribische spelers: meertaligheid. Honkballers uit Cuba of de Dominicaanse Republiek hebben vaak alleen Spaans in hun vocabulaire. Op het op toeristen georiënteerde Curaçao leren kinderen zich verstaanbaar te maken in het Nederlands, Spaans, Papiaments en Engels. Felomina: 'In de VS moeten ze echt goed worden. Daar trainen ze de hele dag. Als hun dan iets wordt uitgelegd, is het cruciaal dat ze het meteen begrijpen.'

Dit jaar staan meer dan vijftig Curaçaoënaars onder contract bij clubs in de VS. En dat er tijdens het seizoen, dat loopt van de lente tot en met de herfst, nog een aantal spelers doorstoot naar het hoogste niveau is niet uitgesloten. Drie spelers van het eiland spelen op het niveau direct onder de Major League. Zij kunnen elk moment worden opgeroepen voor de hoofdmacht. Nog eens ruim tachtig jongens van Curaçao jagen op Amerikaanse hogescholen hun honkbaldroom na.

Al met al zijn er meer Curaçaose honkballers in de VS dan ooit. Die trend heeft een simpele verklaring, zegt bondscoach Ben Thijssen: op de wereldkaarten in de kantoren van Major Leagueclubs staat een rode cirkel om het eiland sinds Hensley Meulens het in 1989 als eerste Curaçaoënaar tot de Major League schopte. Daarna kwam Andruw Jones, die meer dan 400 homeruns sloeg in de competitie. Zij inspireerden de recentste generatie honkbaltoppers van het eiland en Curaçao was door niemand meer te negeren.

22 van de dertig Major Leagueclubs hebben nu permanent een scout op het eiland. Tien jaar geleden was dat aantal nog op een hand te tellen. Thijssen: 'Er worden meer spelers gezien, dus wordt er ook meer getekend.'

Uitblinken
Wat onverlet laat dat spelen in de Major League voor de meesten een droom zal blijven. Tussen het tekenen van een contract en debuteren op het hoogste niveau zit jarenlang uitblinken in de minor leagues. Duizenden toptalenten strijden met een minimumloon voor een plek in de glamourwereld waar het laagste jaarsalaris ruim een half miljoen dollar is.

Tijdens een training van de honkbalacademie in het Tio Daou-stadion zit een jongen met een zwart shirt van de New York Yankees in de dug-out: Hershelon Juliana, 22. Hij werd een week geleden ontslagen door de club uit New York en kijkt nu naar zijn broertje, die catcher is tijdens een oefening. Drie jaar speelde Juliana als werper in de zomercompetitie op de Dominicaanse Republiek, tot hij de aanhechting van een spier afscheurde in zijn werparm. Einde profcarrière. Wat hij gaat doen nu hij weer op Curaçao is? 'Werken, denk ik.'

Hij heeft één les geleerd: het is moeilijk om in het Amerikaanse honkbal te komen, maar nog moeilijker er te blijven. Verhalen als die van Juliana zijn talrijk op Curaçao. Major Leagueclubs verkiezen het uitgooien van een net met de hoop een vette vis binnen te halen boven het staren naar een dobber - restvangst wordt zonder blikken of blozen terug in zee gegooid.

Didi Gregorius in actie voor de New York Yankees.Beeld AFP

Contrast
De amateurcompetitie op het eiland zit vol met spelers die op een zeker moment in hun honkbalcarrière onder contract hebben gestaan bij een Major Leagueclub. Een van hen is Johnny Gregorius (32), de oudere broer van New York Yankees-speler Didi Gregorius. Het contrast is groot. Zijn broer woont in een appartement iets buiten New York en reist met het privévliegtuig van de Yankees naar uitwedstrijden. Johnny rijdt al dertien jaar bijna dagelijks van Tera Kora naar Willemstad voor zijn werk als immigratieambtenaar.

Een groen, rechthoekig gebouw aan de kade van de Sint Annabaai in de wijk Otrobanda met op de gevel het bordje 'Immigratie' is vandaag zijn werkplek. Gregorius is net klaar met het inklaren van een grote olietanker uit Colombia, die een uur eerder langs de geopende Pontjesbrug en onder de Koningin Julianabrug door Willemstad binnenvoer.

Gregorius was 18 toen hij als werper indruk maakte op de Baltimore Orioles. Na zijn school kreeg hij een zomer de kans in Venezuela te spelen. Dat ging goed, waarna de Orioles hem voorhielden dat hij het jaar daarop zou mogen aansluiten bij de voorbereiding in de VS.

Het ging niet door. 'Er was zogenaamd iets met mijn visum. Ze zeiden dat ik weer naar Venezuela kon.' Hij wilde wel, alleen van zijn moeder mocht hij niet. 'Ze vertrouwde het niet meer, want ze hadden gelogen over dat visum.' Ondertussen had zijn moeder een sollicitatie voor haar zoon ingeleverd bij de immigratiedienst. Ze verscheurde zijn vliegtickets.

Alleen de sterksten
Gregorius bleef gedesillusioneerd op Curaçao. Achteraf is hij zijn moeder dankbaar. Want of hij het zou hebben gehaald, weet hij niet. Wat hij wel weet, is dat hij nu alles heeft wat hij wil. 'En via mijn broertje leef ik nu ook een beetje mijn profdroom.' De broertjes Gregorius kregen het in hun oren geknoopt: als er iets zeker is in het honkbal, dan is het dat er niets zeker is.

Alleen de sterksten bereiken de top van de piramide. Hoe een speler mentaal in elkaar zit, is bepalend bij die stap - de laatste en misschien wel belangrijkste pijler onder het Curaçaose honkbalsucces. Er zijn spelers die hun tekengeld een dag later inleveren bij de autodealer voor een peperdure bolide. Dat zijn de spelers die bij malheur als eerste bezwijken. De toppers onderscheiden zich doordat ze sterker worden van tegenslag.

Vraag maar aan Kenley Jansen hoe dat te doen. Verney Jansen is de oudste van de drie Jansen-broers en werkt al tien jaar in de luchtvaartbranche van Curaçao. Kenley, zijn jongste broer, speelt bij de Los Angeles Dodgers, de club waar Hollywoodsterren graag op de tribunes flaneren.

Jeugdcompetitie in het stadionnetje Post 6 in Willemstad. De kampioen mag het eiland misschien vertegenwoordigen in de VS.Beeld Guus Dubbelman / Volkskrant

Antilliaanse moeders
Dit jaar krijgt Jansen ruim 4 miljoen dollar op zijn bankrekening gestort. Als kind in Schelpwijk zag hij hoe zijn vader van de ene op de andere dag straatarm werd en het gezin uit huis dreigde te worden gezet. Zijn broer Verney: 'We aten elke dag rijst om de hypotheek te kunnen betalen.' Hij is ervan overtuigd dat die periode van zijn jongste broer een sterkere sportman heeft gemaakt. 'In de minor leagues is het ieder voor zich. Spelers zitten elkaar dwars en stelen zelfs van elkaar. Kenley wist dat het altijd erger kon.' Zijn broer speelt bij de Dodgers met nummer 74 op zijn shirt; het huisnummer van hun zo gekoesterde woning.

De Jansen-broers zijn uiteindelijk allemaal goed terechtgekomen. Dat is op Curaçao geen zekerheid, weet Norval Faneyte, directeur van een basisschool in Willemstad. De georganiseerde misdaad aast op straathoeken op uitzichtloze jongeren. 'Ik ken jongens met wie ik vroeger speelde, goede honkballers, die nu junks zijn. Het zijn bejaarden geworden, zonder tanden.'

Faneyte is ook coach bij de Marchena Braves en ziet daar hoe belangrijk hun opvoeding is. Hij heeft gezien hoe de Curaçaose Major Leaguers stuk voor stuk gedisciplineerd zijn opgevoed. Vooral door hun moeders. 'De vaders zijn wat rustiger, maar Antilliaanse moeders zijn de strengste van het Caribisch gebied.'

Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Nuchterheid en bescheidenheid
Sommige Major Leaguers moeten thuis nog hun bed opmaken als ze in de winter op het eiland vakantie vieren, anderen moeten afwassen. Hun nuchterheid en bescheidenheid is volgens Faneyte de basis voor hun succesvolle sportcarrière: 'Is de mens goed ontwikkeld, dan heeft de sport een kans.'

Andrelton Simmons groeide op in de ambtenarenwijk Mundo Nobo. Niet in armoede en ook niet in weelde. Toen hij vorig jaar voor 58 miljoen dollar zijn contract verlengde bij de Atlanta Braves, hoefde vader Elston Simmons zijn zoon niet met beide benen op de grond te houden. 'Andrelton weet als geen ander dat het pas begint als hij een contract tekent.'

Simmons is al meer dan dertig jaar politieagent op het eiland. Over de opvoeding van zijn zoon is hij duidelijk: 'Ze mochten alles, alleen wel binnen de regels. Andrelton eist veel van zichzelf en wil altijd beter worden. Hij kijkt elke dag videobeelden van zichzelf terug, op zoek naar verbeterpunten.'

Trainingen voor de kinderen van Banda'bou

Een honkbalproject brengt de arme plattelandskinderen van Curaçao discipline bij.

Honkbal op Curaçao draait niet alleen om winnen, verliezen en de stap naar Amerika. Het heeft ook een sociaal-maatschappelijke betekenis. Hoewel het eiland naar Caribische maatstaven relatief welvarend is, moet er er hard gewerkt worden om rond te komen. Mensen uit Banda'bou, het dunbevolkte en arme platteland, vertrekken vaak in de vroege ochtend van huis voor hun werk in Willemstad en zijn pas in de avond thuis. Kinderen zijn overdag vaak alleen thuis, omdat beide ouders werken. Anders dan in Willemstad zijn er geen sportverenigingen en -activiteiten.

Thakaidzwa Doran is directeur van een stichting die sportprojecten op Curaçao organiseert. Hij noemt het platteland op sportgebied 'een vergeten deel' van het eiland. Met het project Banda'bou Tigers, een sportprogramma voor kinderen in het dorpje Tera Kora, wil hij kinderen via honkbal structuur en discipline bijbrengen.

Major Leaguer Didi Gregorius groeide op in het dorpje. Zijn vader Johannes is een van de coaches. Honkbaltrainingen vinden plaats na schooltijd in de brandende zon, op een stuk grond aan de rand van het dorp. Ook wordt er in de gaten gehouden of ze wel naar school gaan en hun huiswerk maken. Doran: 'Voor kinderen die eigenlijk op zichzelf zijn aangewezen, is dit een goede oplossing. We hopen dat ze een rolmodel voor anderen worden.'

Discipline
Discipline. Dat heeft zijn zoon naar de top gebracht en houdt hem daar, stelt zijn vader. Dan stopt Simmons plots met praten. Hij krijgt weer een bericht op zijn smartphone. Het is een video waarop te zien is hoe zijn zoon een honkslag slaat. 'Het wordt tijd om thuis verder te kijken.'

Wanneer Simmons het stadion verlaat, verliest het jongetje dat een half uur eerder nog drie slag om zijn oren kreeg met zijn team de wedstrijd. Weer sjokt hij het veld af. Hij weet dat hij het shirt van Curaçao niet zal aantrekken en geen kans zal krijgen de prestigieuze Little League World Series te halen in het Amerikaanse Williamsport. Hij leert al vroeg: in het honkbal is falen een garantie. De kunst is hoe daarmee om te gaan. Hij kan gerust zijn. Op zijn eiland zijn ze daar best goed in.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden