Column Peter Winnen

Op zijn beste momenten lijkt Tadej Pogacar het geheim van de zwaartekracht te hebben ontrafeld

Vorige week werd ik 62 dus ik had zijn vader kunnen zijn. Of zijn opa. Theoretisch gesproken, in het geval van onbesuisd en ontembaar zaad, kon ik zelfs zijn overgrootvader zijn want Tadej Pogacar is nog maar 20. Ik zie het Sloveense jongetje vrijpostig koersen in de Vuelta met een meer dan volwassen pedaaltred. Twee ritzeges heeft hij al op zak, twee typisch Spaanse slooppartijen over geitenpaden waarvan er eentje veldritwaardig was.

Tadej Pogacar is niet dik, niet dun, niet groot, niet klein. Eigenlijk is hij qua postuur een gemiddeld mannetje. Maar het aura – laat ik het maar gewoon een aura noemen – verraad een buitengewone klasse. In één oogopslag is het duidelijk: hier rijdt iemand.

Een gedicht over Pogacar van één regel: o, atomair aangedreven bloesempracht.

Op zijn beste momenten lijkt het joch het geheim van de zwaartekracht te hebben ontrafeld. Hoe hij op zijn fiets zit, en hoe hij opstijgt: volstrekt natuurlijk en totaal onverschillig. Alsof iedereen zou moeten kunnen wat hij kan, maar ‘ze’ vertikken het.

2019 is een opwindend maar verwarrend jaar voor de wielervolger. Wetten, ook de ongeschreven wetten, worden herschreven. Vooral de ongeschreven wetten. Een wielrenner moet langzaam rijpen, zo tegen zijn 30ste is hij op zijn sterkst; het lijkt niet meer op te gaan. Een renner moet opschieten, de snotneusjes beuken op de poort. De haast van de wereld heeft zich in het peloton genesteld.

Verlosser Merckx

Op deze plaats had ik het eerder over Remco Evenepoel, het Belgische kind van 19 dat zich aan geen historie stoort en volstrekt natuurlijk, en even onverschillig als feitelijk, de weg naar de top gevonden heeft. Dat hij als de verlossende opvolger van de verlosser Merckx gezien wordt, laat hem koud. Merckx is voor hem een ‘gebeurtenis’ van ver voor zijn geboorte.

Het toppunt van jeugdige onverschilligheid is natuurlijk Mathieu van der Poel. Niet direct een kind meer maar op zijn 24ste nog altijd zo speels als een kuiken. Mathieu is de meester van de wisseltruc. Geen mens weet nog wat hij is. Een crosser? Een atb-er? Een wegrenner?

Mathieu zegt dat hij niet over deze vragen gaat. Behalve dan dat hij graag olympisch kampioen mountainbiken wil worden in Tokio, en ook graag opnieuw wereldkampioen veldrijden, en als het even kan ook wereldkampioen wielrennen op de weg in Yorkshire, over twee weken.

In een recent interview met hem lees ik dat de afstand van 290 kilometer in Yorkshire hem groot lijkt maar niet onoverkomelijk. Dat hij het vanzelfsprekend vindt als kopman van de nationale ploeg te zijn aangewezen. Dat hij vindt dat niet iedereen klakkeloos in zijn dienst moet rijden. Dat hij het zich niet voor kan stellen in dienst van iemand anders te moeten rijden.

Aldus het enigma.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden