Nieuws

Op wie moet je letten bij het olympisch kwalificatietoernooi?

Vanaf zondag strijden zij vijf dagen lang om de startbewijzen voor de Spelen van Beijing.

Dirk Jacob Nieuwboer

De favorieten

Of ze nou net hard getraind heeft in de zon of pas uit het vliegtuig is gestapt, het lijkt Irene Schouten dit jaar allemaal niet uit te maken. Van het NK afstanden tot en met de World Cup in Salt Lake City heerst ze op de 3.000 en 5.000 meter. Schouten herinnert zich nog het vorige OKT, dat niet goed verliep, maar haar vorm lijkt dit te groot voor een mislukking. In haar slipstream is ook Antoinette de Jong langzaam op stoom gekomen. Ze had beter gewild op de NK afstanden, maar het moet gek lopen wil ze niet de Spelen halen. Hetzelfde geldt voor sprinters Femke Kok, Jutta Leerdam en olympische medailleverzamelaar Ireen Wüst. Om (nog meer) medailles te halen in Beijing moet het nog wel beter, maar de tickets zijn binnen handbereik.

Bij de mannen hebben Jorrit Bergsma en Patrick Roest de beste papieren. Op de NK afstanden was de Friese stayer nog oppermachtig. Op de World Cups was de Zweed Nils van der Poel steeds te sterk, maar presteerde Bergsma wel constant. En ook Roest liet een stijgende vorm zien.

Van alle afstanden liggen de grootste kansen voor de Nederlandse mannen op goud straks in februari op de 1.000 meter. Maar de vraag is welke drie mannen het mogen gaan proberen? Thomas Krol is het meest constant maar de verschillen met Kai Verbij, Kjeld Nuis en Hein Otterspeer zijn heel klein. En een van hen zal zeker moeten afvallen. Voor Krol, Nuis zijn er dan nog wel kansen op de 1.500 meter. Voor Verbij en Otterspeer op de 500. Maar op die afstanden zouden de favorieten in Nederland straks op de Spelen outsiders zijn.

De outsiders

Het klinkt nog altijd gek op basis van zijn verleden, maar de waarheid is dat het eigenlijk een wonder zou zijn als Sven Kramer zich direct zou plaatsen voor de Spelen. De überkampioen liet zich in het voorjaar opereren aan zijn rug, maar reed een dramatisch slechte World Cup in Polen. Daarna ging hij marathons rijden als voorbereiding op het OKT, maar naar eigen zeggen is hij nog steeds ‘fragiel’. Kramer doet alleen op de 5 kilometer mee, maar op die afstand hebben zelfs andere niet-favorieten als Marwin Talsma en Marcel Bosker dit jaar beter gepresteerd.

Toch is er misschien nog wel een grotere outsider: Koen Verweij. Zijn laatste medailles haalde hij op het NK afstanden in 2020, dit jaar ontbrak hij vanwege rugproblemen en het OKT wordt zijn eerste serieuze wedstrijd.

En hij is niet de enige olympisch kampioen die risico loopt de Spelen te missen. Bij de vrouwen wisten Jorien ter Mors en Esmee Visser zich na een slecht NK afstanden niet te plaatsen voor de World Cups. Carlijn Achtereekte deed dat wel, maar kwakkelde met haar gezondheid. En op haar afstanden is de concurrentie groot. Joy Beune en Sanne in ’t Hof zouden op de 3.000 en 5.000 meter voor een verrassing kunnen zorgen.

Interessant wordt het ook om te zien hoe shorttrackkampioen Suzanne Schulting het zal doen. Zij gaat sowieso naar Beijing, maar probeert zich ook op de langebaan te plaatsen op de 500, 1.000 en 1.500 meter. Bij de mannelijke sprinters heeft Merijn Scheeperkamp een vergelijkbare comfortabele positie. De 21-jarige richt zich eigenlijk op de volgende Spelen, maar door zijn goede prestaties in het voorseizoen hoopt hij stiekem ook op Beijing.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden