Op weg naar goud sneeuwde het roet

In de aanloop naar de Spelen van 1952 won hij alle 1.500-meters. Op het ijs van Bislett in Oslo werd Van der Voort tweede. Maar hij leerde Nederland wel schaatsen

Wim van der Voort (r) in 1952.Beeld ANP

Er was nog geen tv. Nederland zat in 1952 aan de radio gekluisterd bij de Olympische Winterspelen van Oslo, waar Wim van der Voort het goud op de 1.500 meter voor het oprapen wist. De zondag overleden Westlander was gevreesd in het schaatsland Noorwegen. Hij won in 1951 en 1952 alle belangrijke 1.500-meters, op EK en WK allround, maar op het moment dat het moest gaf hij tweetiende van een seconde toe op de Noorse schaatsgod Hjalmar Andersen.

Zo kon het gebeuren dat Nederland, het tegenwoordig mondiaal heersend schaatsland, nog zestien jaar moest wachten voor het olympische goud op de lastigste afstand, de luchtwegen pijnigende 1.500 meter, haar toeviel. Kees Verkerk deed in 1968 te Grenoble wat van Van der Voort in 1952 was verwacht.

Dat de uitkomst van de schaatsmijl in het met 29 duizend toeschouwers volgepakte Bislett anders uitpakte, had alles met weersomstandigheden in de Noorse hoofdstad te maken. Van der Voort, 93 geworden, moest er in zijn sappige Westlands vaak van vertellen. Dat Andersen, een dag eerder olympisch kampioen geworden op de 5 kilometer, hard had geopend en 2.20,4 had gereden. Dat hij zelf, in zijn rit tegen de Japanner Sato, op een schema van 2.18 was weggegaan.

Toen werd het langzaam donker en begon het lichtjes te sneeuwen. 'Met de sneeuw sloegen ook roetdeeltjes neer op het ijs. Als je je hand over het ijs veegde, had je zwarte handen. Het ijs werd tijdens mijn race slechter en slechter. Dat ik slechts tweetiende van een seconde achter Andersen ben gefinisht, zegt mij dat ik onder gelijke omstandigheden van hem had gewonnen', zo vertelde Van der Voort in 2013 nog eens in het boek 43.

Twee weken later bleek Andersen in Hamar, bij het WK allround, in een onderling duel alweer de onderliggende partij: 2.21,3 om 2.23,0. Twee weken voor de Winterspelen was Van der Voort bij de Europese titelstrijd in Zweden Andersen met tweetiende van een seconde voorgebleven.

De Noor, met de bijnaam Kong Glad, de blije koning, was een vriend van Van der Voort maar evenzogoed een plaaggeest. In 1951 werd de Nederlander voor een vol Bislett Europees kampioen, maar de gevallen thuisfavoriet mocht van de Noors georiënteerde wedstrijdleiding zijn 10 kilometer over rijden. Hij zou zijn gevallen door het flitslicht van een fotograaf die aan de binnenkant positie had gekozen. Andersen deed in de herkansing wat hij moest doen.

De rechterarm

Zo gingen de twee grootste kansen op wereldwijde roem voor de eenvoudige tuinder uit 's Gravenzande verloren. Die ontdekte in de Tweede Wereldoorlog zijn schaatstalent en trok in de winter van 1946-47 als zovele Nederlandse schaatsers naar het Noorse Hamar voor een trainingsstage van drie maanden. Een treinreis van 36 uur op een hard bankje was de inleiding van een spartaans kamp op de boerderij van de familie Sinnerud.

Van der Voort leerde hard schaatsen van de olympische kampioen van 1948, de Noor Sverre Farstad. Op zijn beurt droeg hij zijn kennis weer over aan talenten als Kees Verkerk. De instructie was: 'Jongens, wat gebruiken jullie die rechterhand toch slecht op de 1.500. Jullie doen er niets mee. Niets nuttigs in ieder geval.'

Zo ging Verkerk rijden als Van der Voort: de rechterarm zo ver mogelijk doorzwaaien, met de hand naar voren en goed boven het standbeen komen. Toen Verkerk na het zilver van 1964 in 1968 olympisch kampioen op de mijl werd, had tuinder Van der Voort zijn sportieve erfenis veilig gesteld.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden