Op verkenning over de kasseien van Parijs-Roubaix

Wie vindt het gevoel voor de stenen?

De eendaagse verkenningstocht over de beruchte kasseistroken van Parijs-Roubaix is voor Team Sunweb vooral een opfriscursus. Waar hebben de banden het meeste grip? Wie vindt het gevoel voor de stenen?

Team Sunweb verkent de kasseistroken op het parcours van Paris-Roubaix. Beeld klaas jan van der weij / de volkskrant

‘Och nee toch’, roept ploegleider Tom Veelers verschrikt uit. Wielerploeg Sunweb is nog geen vijf kilometer bezig met de verkenning van Parijs-Roubaix of de eerste renner ligt al languit op de kasseien. Het is de Duitse sprinter, Max Walscheid. Diens hagelwitte shirt is aan de zijkant met modder besmeurd.

Walscheid is onderuit gegaan op ­Haveluy, kasseistrook 19, dat bedekt ligt onder een gemeen laagje drek. De hand van de lange Duitser bloedt en zijn gezicht bestaat uit één grote grimas. ‘Ik hoop niet dat elke strook zo’n chaos wordt’, verzucht Veelers achter het stuur. ‘Dan kan dit een vervelend ritje gaan worden.’

Sunweb verkent op deze loodgrijze donderdag kilometer 144 tot kilometer 240 van Parijs-Roubaix, ook al heeft de ploeg geen favoriet voor de zege in de gelederen. Kopman is de Belgische nieuwkomer Edward Theuns (26), die vorig jaar achtste werd. Subweb is niet de enige ploeg op verkenning. Bora, het team van wereldkampioen Peter Sagan, dendert langs omgeven door fotografen op motoren. Sky is ook al gespot.

Maar waarom? Het parcours is al jaren nagenoeg hetzelfde. ‘Ook al stonden die bewegwijzeringsborden er niet, dan nog zou ik het blind kunnen rijden’, zegt Mike Teunissen bij de start in Denain, waar de renners vanuit de bus uitkijken op een begraafplaats. Theunissen (25) reed Parijs-Roubaix al tweemaal.

De wegen zullen zondag, gezien de weersvoorspelling, eerder stoffig dan spekglad zijn. Het wordt zonnig en warm. En er ontbreekt vandaag een niet te onderschatten factor: publiek. Teunissen: ‘Je kunt nu denken: ik pak op die ene strook het gootje aan de zijkant. Maar zondag staat het daar waarschijnlijk vier rijen dik. Kun je dat gootje vergeten.’

Volgens de oud-winnaar van Parijs-Roubaix voor beloften (renners tot 23 jaar) is het verkenningsrondje vooral handig om ‘gevoel voor de stenen te krijgen’. Theunissen: ‘Hoe liggen ze erbij? En hoe ver is het ook alweer van de ene naar de andere strook?’ Hij spreekt van ‘een opfriscursus’.

In het beruchte bos van Wallers staat Max Walscheid alweer naast zijn fiets. Dit keer is zijn voorband lek. Het wordt zijn eerste keer Parijs-Roubaix. ‘And it’s really fuck’, zegt de Duitser als de groep een korte pauze houdt. Het probleem? ‘Balans zien te vinden op die gladde keien. Ik moet leren in het midden rijden, op de rug van de paadjes. Daar heb je het meeste grip.’

54 kilometer Kasseien

Lance Armstrong was de eerste renner die serieus werk maakte van het verkennen van koersen. De Amerikaan verkende de Tour de Francecols net zo lang tot hij elk straatsteentje kende. Velen volgden zijn voorbeeld. In de Giro van 2016 wist Maarten Tjallingii precies bij welke boom hij op de Posbank moest wegspringen om de bergtrui te veroveren. En deze week nog had Quick-Step-ploegleider Tom Steels voor de Scheldeprijs zijn renners gezegd dat er volgens het spoorboekje wel eens een trein aan zou kunnen komen tijdens de koers. Zo kan een voorbereiding het verschil betekenen tussen winst en verlies.

Voor Parijs-Roubaix geldt dat helemaal. De klassieker is 257 kilometer lang en bestaat voor 54 kilometer uit kasseien, verdeeld over 29 sectoren. Van alle voorjaarsklassiekers geldt De Hel van het Noorden als de meeste onvoorspelbare. Tegen die onvoorspelbaarheid is maar één wapen: parcourskennis. Oud-renner Veelers, 13de in 2010: ‘Je wilt achteraf niet hoeven zeggen: we hebben verloren omdat we geen goede verkenning hebben gedaan. Elke trap die je in het begin te veel moet doen, kom je op het einde tekort.’

Team Sunweb op verkenning. Beeld Klaas Jan van der Weij

Materiaaltest

Misschien nog wel het belangrijkste ­aspect van de verkenning: het testen van het materiaal. Vanwege het gestuiter op de keien, luistert met name de bandenspanning nauw bij Parijs-Roubaix. Maanden geleden is bij Sunweb al berekend, aan de hand van de lengte en het gewicht van de renners, hoeveel bar er in de banden moet worden gepompt. Het varieert van 3,9 bij vlieggewicht ­Lennard Hofstede tot 4,5 bar bij de wat zwaardere Walscheid.

Afgelopen week liet drievoudig wereldkampioen veldrijden Wout van Aert, een van de Belgische outsiders voor de overwinning, weten met 5,2 bar voor en 5,7 bar achter te rijden. Teunissen maakt een wegwerpgebaar. Die banden zijn veel te hard, meent hij. ‘5,7: geloof je het zelf?’ Hij voelt er weinig voor om zijn gegevens prijs te geven. ‘Waarom zou ik de concurrentie wijzer maken? Het hoort een beetje bij Parijs-Roubaix, die geheimzinnigheid.’

Behendig stuurt Veelers zijn Mini Cooper, met extra schokbrekers ­Roubaix-proof gemaakt, door het desolate landschap van Noord-Frankrijk, waar de eerste campers al langs de weg staan en schoolkinderen applaudisseren voor de renners. Veelers roept Teunissen bij zich. ‘Mike, bekommer jij je een beetje om Max? Die denkt: wat een kutzooi, dat Parijs-Roubaix. Probeer dat een beetje uit zijn hoofd te bannen.’

Na elke strook maakt Veelers aantekeningen voor zichzelf. ‘Nat’. Of: ‘Veel gaten aan de linkerkant’. ‘Daar kan ik zondag in de coaching weer rekening mee houden.’ Het is deze donderdag de eerste en enige keer dat Sunweb het parcours voor Parijs-Roubaix verkent. De Skyploeg was hier een paar maanden terug al. ‘Want als je eenmaal in het klassiekerseizoen zit, merkte Dylan van Baarle onlangs op, ‘dan wil je niet meer met verkenningen bezig zijn’.

Onbevangen

Veelers weet dat zo net nog niet. ‘Je kunt wel vier, vijf keer zo’n parcours ­rijden. Maar wat is de meerwaarde? Als je die niet kunt benoemen, moet je je afvragen wat je ermee opschiet.’ Bovendien bestaat er ook het gevaar van te veel verkennen. Peter Sagen werd drie keer op rij wereldkampioen, maar kwam vaak pas twee dagen van tevoren aan op het WK-parcours. Juist die onbevangenheid hielp hem. Net als Wout van Aert in de afgelopen editie van Strade Bianche. Door niet te verkennen, zei hij achteraf, had hij ook geen schrik gekend voor de grindpaden.

Veelers: ‘Als we extra zouden verkennen, moet je alle renners op een ander moment hiernaartoe laten komen, ­terwijl de jongens al zo veel van huis zijn. Is dat het waard? Parcourskennis is belangrijk, maar er zijn nog zoveel andere factoren die winst of verlies bepalen. Eén goede verkenning is volgens ons genoeg.’

Zo modderig als op Haveluy wordt het niet meer tijdens de verkenning. Of het moet een van de laatste stroken zijn, de Carrefour de l’Arbre, waar de keien schots en scheef liggen, alsof ze willekeurig zijn neergegooid vanuit een vrachtwagen. Max Walscheid zit dan al lang en breed in de warme Mini Cooper, met een sip gezicht en zijn hand in het verband.

Veelers kijkt opzij en weet genoeg: ‘Die heeft echt een klotedag gehad. Vanavond maar even met hem zitten.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.