ReportageVolleybaltalenten

Op Papendal wordt volgende topgeneratie volleybalsters opgeleid

Haarscherpe videoanalyses, een zwevende vloer, speciale reliëfkussens en het ballenkanon. Op Papendal werkt het Nederlands jeugdteam zich op naar het niveau van de volleybalsters die unieke prestaties leveren op het WK.

De Nederlandse volleybalsters Anne Buijs, Juliet Lohuis, Laura Dijkema, Maret Balkestein-Grothues, Lonneke Sloetjes en Yvon Belien tijdens de wedstrijd tegen Servië. Beeld ANP

‘Ik! Ik! Ik!’, galmt het woensdagochtend door de volleybalzaal op nationaal sportcentrum Papendal in Arnhem. Links en rechts glijden de speelsters van het Nederlands jeugdteam over de lichtblauwe vloer. Coach Julien Van de Vyver (61) gooit de ballen net niet goed aan. Met zichtbaar plezier en zonder angst duiken de volleybaltalenten naar elke bal. Om blessures te voorkomen zijn de knieën en ellebogen ingepakt. Wie een bal claimt, maakt dat met veel lawaai kenbaar.

Annika de Goede (15 jaar, 1.89 meter) is blij dat ze weer even mag bewegen. Tijdens de training volgt het zogenoemde talententeam ook nog een uur een videoanalyse van het spel van de Fast Flamingo’s, de komende tegenstander in de eredivisie. Op een groot scherm – met een diameter van bijna 2 meter – geeft Van de Vyver uitleg bij ingewikkelde plotgrafieken en factsheets, met foutpercentages van de speelsters van de Fast Flamingo’s. 

Driftig wordt er meegeschreven in schriftjes op schoot als Van de Vyver in goed gearticuleerd Vlaams zijn stem verheft. ‘Zo’n videoanalyse voelt wel een beetje als huiswerk’, geeft De Goede schuldbewust toe. Dan, met een serieuze blik: ‘Maar ik weet waar ik het voor doe.’

De prestaties van de Nederlandse volleybalsters op het WK in Japan zijn al weken het belangrijkste gespreksonderwerp op Papendal. Nederland staat in de halve finale. Nooit eerder kwam de Nederlandse ploeg zo ver op een WK. Internationals Celeste Plak, Nicole Oude Luttikhuis, Juliët Lohuis, Britt Bongaerts en Tessa Polder speelden allemaal ook ooit in het talententeam. 

Op het scherm in de zaal gaan ze vrijdagochtend om 06.30 uur met z’n allen de wedstrijd tegen Servië kijken. ‘Het is echt sick wat ze laten zien’, zegt libero Anna Zijl. Ze is 1.88 meter, maar de straattaal verraadt de leeftijd: 16.

Verschillende netten

De nationale selectie trainde de afgelopen maanden ook op Papendal. Eind april al kwam de ploeg daar samen om zich voor te bereiden op het WK. Zo’n vijf dagen per week trainden ze in de volleybalzaal, die is voorzien van de modernste snufjes. Ook zij deden veel van hun videoanalyses op het grote scherm in de hal, zegt Ruud Manenschijn, als teammanager betrokken bij de vrouwenploeg.

Manenschijn somt op wat er nog meer te vinden is: ‘Een zwevende vloer, bijvoorbeeld, zodat de gewrichten niet te zwaar belast worden. Aan de wanden hangen speciale houten panelen. Dat is om de akoestiek te controleren – dat geschreeuw en gekletter van ballen kan flinke herrie maken. De lampen zijn zo ontworpen dat ze je niet verblinden als je omhoog naar de bal kijkt.’

Hij wijst op de camera’s aan muur en plafond. ‘De beelden kunnen met een vertraging afgespeeld worden op de schermen aan de muur. Dat wordt vooral veel gebruikt door de nationale ploeg’, zegt Manenschijn. ‘Dan wordt er een set-up gespeeld en kunnen ze de actie direct bekijken.’

Manenschijn begint over netten met verschillende maten mazen. ‘Wat daar het nut van is? Het verschilt per toernooi met wat voor netten er wordt gespeeld. En dus ook hoe je daar doorheen kunt kijken. Daar kun je maar beter aan gewend zijn. Er wordt echt op alle details gelet.’

Basket op wieltjes

Ondertussen schrijft coach Van de Vyver wat oefeningen op een ouderwets whiteboard. Hij schakelt tijdens de training moeiteloos tussen de rol van strenge schoolmeester en vriendelijke mentor. Trots bekijkt hij de talenten. ‘Echte wereldklasse wordt hier opgeleid’, aldus Van de Vyver, die vier jaar geleden mede dankzij de faciliteiten besloot om naar Nederland te verhuizen. 

Woensdag trekt Van de Vyver op de training letterlijk alles uit de kast. Zoals speciale kussens die een blok moeten nabootsen, voorzien van reliëf om de kaats van de bal onvoorspelbaar te houden. Een ander clubje traint met een soort basket op wieltjes, om de precisie van een set-up te kunnen oefenen.

Pronkstuk is het ballenkanon. Een rode badmeesterstoel met daarop een machine die volleyballen met een snelheid tot wel 130 kilometer per uur kan afvuren. ‘Daarmee kun je iemand vermoorden’, zegt Van de Vyver als de training tegen z’n einde loopt. ‘Die gebruiken we niet altijd hoor.’

De talenten laten het ballenkanon ongebruikt. De A-selectie maakt er wel vaak gebruik van, aldus Patrick de Reus, assistent-trainer van het talententeam en voormalig international. ‘Lonneke Slöetjes en Celeste Plak komen met hun smash wel boven de 90 kilometer per uur uit. Maar je kunt Slöetjes niet tegen zichzelf laten trainen. Ander voordeel: als je traint met ballen die 130 kilometer per uur gaan, dan lijkt een bal van 100 kilometer ineens wat minder hard. Dat zou zomaar van pas kunnen komen vrijdag als de Servische Tijana Boskovic kan uithalen. Haar smash gaat richting die snelheid.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden