Analyse Rienk Mast

Op naar de NBA: waarom Nederland te klein is voor lange basketballers als Rienk Mast

Wie in het basketbal iets wil bereiken, moet naar de VS, weet Rienk Mast, speler van lands­kampioen Donar. Daar gaat hij dus heen, hoewel hij met 2,05 meter aan de kleine kant is. 

Mast in actie tegen Feyenoord, februari 2019. Beeld Jiri Büller

Wilt u dit artikel liever beluisteren? Hieronder staat de door Blendle voorgelezen versie.

Hij is pas 17 jaar en nu al 2,05 meter: 4 centimeter langer dan de gemiddelde NBA-speler. De Groningse basketballer Rienk Mast is de groeibriljant van landskampioen Donar. Deze zomer vertrekt hij naar de VS om daar universiteits­basketbal te spelen. Uiteindelijk wil hij spelen in de beste competitie ter wereld, de NBA.

Eind januari hakte hij de knoop door. Mast gaat spelen en studeren aan Bradley University, een privé-universiteit in een middelgrote stad in ­Illinois. Het was een afgewogen besluit. Hij kon naar tal van prestigieuze colleges. Hij koos bewust voor een kleinere. Mast: ‘Grotere universiteiten zijn groot omdat ze veel winnen. Als ze dat niet doen, vervangen ze je snel door een andere speler. Het is heel lastig om daar als Europeaan tussen te komen.’

Hij heeft zijn weg naar de topcompetitie al jaren geleden uitgestippeld. Over zijn studie heeft hij ook al nagedacht. Mast wil zich specialiseren in exacte vakken. Een knobbel die hij van moeder Willy, een scheikundedocent, heeft meegekregen.

Hij weet precies wat hij wil. ‘In kleine dingetjes kan ik wel flexibel zijn. Maar er is één lijn die ik volg en dat is nu Amerika’, zegt Mast. ‘Als je iets in het basketbal wil bereiken, is Nederland te klein. Dan kan ik beter nu gaan. En in de VS is het niveau het hoogst.’

Er zit een koppie op

Het is een vastberadenheid die de vwo-scholier van jongs af aan heeft. ‘Je kunt alle kanten met hem op. Tot een bepaald punt. Dan bepaalt hij het zelf. Er zit wel een koppie op’, zegt ­vader Erik. Over een paar maanden verlaat Rienk de twee-onder-een-kap­woning waar hij opgroeide, in een gezinswijk in het oosten van de stad Groningen. ‘Ach. Wij gingen ook rond die leeftijd uit huis’, zegt Erik nuchter. ‘Enige verschil is dat hij straks niet met de trein, maar met het vliegtuig naar huis moet.’

‘En ik heb het lang van tevoren bij jullie aangekondigd’, grapt Rienk. Mast heeft zijn Amerikaanse droom namelijk al bijna tien jaar, toen hij als 9-jarige de broer van zijn moeder in de VS bezocht. Het gezin bezocht tijdens die vakantie wedstrijden van de universiteit Arizona State en NBA-club Phoenix Suns. De jonge Rienk was direct gegrepen door de Amerikaanse basketbalbeleving.

Mast was toen zelf net begonnen met basketbal. De sport kwam op zijn pad via een proefles toen hij nog op korfbal zat, de sportliefde van zijn ouders. Dankzij zijn korfbalervaring had hij tussen basketballers meteen een voorsprong wat betreft balgevoel.

Hij was toen ook al lang. Op al zijn schoolfoto’s steekt hij minimaal een halve kop boven zijn klasgenoten uit. Hij is er nooit mee gepest. Iets dat Rik Smits, die met zijn 2,24 meter liefst twaalf seizoenen in de NBA speelde, wel ervoer in Nederland. Mast: ‘Ik zat al vroeg op een school voor sport­talenten. Daar werd mijn lengte juist gewaardeerd.’

Extreme groeispurten

Toen hij 13 jaar was, mat hij al bijna 2 meter. Vader Erik zegt dat Rienk motorisch altijd ‘heel goed’ is geweest. ‘Dat is niet gebruikelijk voor zo’n lange jongen.’ Rienk vult aan: ‘Alleen bij extreme groeispurten was de coördinatie een weekje wat minder.’

Als lange, handige jongen was hij interessant voor scouts. Een Spaanse scout schermde vijf jaar geleden met een stage bij topclub Real Madrid. Mast bleef in Groningen. Met zijn Amerikaanse droom in zijn achterhoofd wilde hij zijn geboortestad pas verlaten met een middelbareschooldiploma op zak.

Als 16-jarige debuteerde hij in het eerste van Donar. Eind vorig jaar trok hij voor het eerst het tenue van het Nederlands team aan. Hij kijkt nuchter naar die mijlpalen. Het gaat allemaal niet sneller of langzamer dan in zijn planning. ‘Ik heb altijd met oudere jongens gespeeld. In het begin doen ze dingen sneller en zijn ze sterker. Dan is het even aanpassen, maar ik weet dat ik me snel in een nieuw team kan werken.’

Over zijn lengte hoefde hij zich nooit druk te maken. Dat verandert als hij zich straks in de VS gaat meten met de langste mannen van de wereld. Mast speelt op de zogenoemde powerforward-positie, na de center de grootste man van het team. Hij staat in de buurt van de basket, die op 3.05 meter hangt. Voor zijn positie geldt: hoe langer, hoe beter.

Magische seven foot

De magische grens in de NBA is ­seven foot, 2.13 meter. Van de Amerikanen tussen de 20 en 40 jaar speelt een op de zes mannen met ­die lengte in de competitie, schrijft journalist ­David Epstein in zijn boek The Sports Gene. Niet voor niets zaten de vijf Nederlanders die ooit in de competitie speelden boven of rond die grens (Hank Beenders speelde met 1.98 meter ook in de VS in de voorloper van de NBA, kort na de Tweede Wereldoorlog).

De route naar de NBA is een afvalrace, waarbij de juiste fysieke kenmerken belangrijk zijn. Op middelbare scholen in de VS basketballen zo’n 550 duizend jongens. Van hen schoppen slechts zo’n 19 duizend het tot universiteitsbasketbal, van die groep wordt 1 procent basketbalprof. Nog minder haalt de NBA, waar plek is voor slechts vijfhonderd spelers.

Mast kent de cijfers, hij weet dat lengte cruciaal is. Dus werd in huize-Mast geregeld de centimeter erbij gepakt na een groeispurt, om te kijken hoeveel langer hij weer was geworden. Maar toen hij 12 jaar was, wist ­ Erik met hulp van rekenmodellen dat Rienk geen sevenfooter zou worden. De afgelopen twee jaar stokte de groei. Natuurlijk had hij graag langer willen worden, erkent Mast. ‘En misschien komt er nog een centimeter bij, maar ik haal die 2,13 nou eenmaal niet’, zegt hij schouderophalend.

Als hij de NBA haalt, is hij de kleinste Nederlandse NBA-speler ooit. Verschil met de vijf Nederlandse NBA’ers is wel dat zij allemaal centers waren. Voor die positie is lengte doorslag­gevender dan voor powerforwards, stelt Mast. Voor hen zijn andere zaken net zo relevant. Zo zijn powerforwards in de regel beweeglijker en technischer dan centers en moeten ze daarnaast goed van afstand kunnen schieten.

‘De norm is zo’n beetje 2,08’, zegt hij. ‘Met schoenen aan zit ik daar tegenaan. Verder heb ik wel grote handen en is mijn spanwijdte langer dan mijn lichaamslengte. Dat is belangrijk bij het schieten en blokken.’

Toch raadde Donar-coach Erik Braal zijn pupil aan in Europa te rijpen, waar het minder dan in de VS draait om lengte en kracht en meer om souplesse en techniek. ‘Voor Europese ­begrippen heeft hij alles in huis voor een moderne powerforward. Ik vraag me wel af of hij atletisch genoeg is voor de NBA’, zei Braal in het Dagblad van het Noorden. Op oudere leeftijd zou Mast dan alsnog de stap naar Amerika kunnen maken, want de NBA opent zich steeds meer voor ­Europeanen. In oktober begon er een recordaantal van 65 Europese spelers aan het nieuwe seizoen.

‘Ik begrijp hem wel, hoor’, zegt Mast over het advies van zijn coach. Hij is alleen van mening dat hij zich beter in de VS kan voorbereiden op de NBA dan in Europa. ‘In mijn speelstijl ben ik wat meer van de slimmig­heden en wat minder van het hoge springen of de één-tegen-éénduels. Daar zijn ze in Amerika juist heel goed in.’

Completere speler

De coach van Bradley University heeft hem daarnaast een goede kans gegeven op speeltijd in een rol die hij graag wil: ‘Coaches kunnen me namelijk ook alleen gebruiken om anderen te blokkeren, in een defensievere rol. Dat wil ik niet. Ik wil op alle vlakken een completere speler worden.’

Mast weet dat er geen droompad is naar de NBA. ‘Een langere speler heeft het misschien ietsje makkelijker aan het begin, maar uiteindelijk gaat het om wat je kunt. Het is voor de meesten gewoon een heel lastig traject’, zegt hij. ‘Je hebt onder meer geluk en de juiste connecties nodig. Het moet allemaal precies goed vallen.’

Vader Erik kijkt er net zo naar. ‘Hij heeft het talent en de mentaliteit. Maar verder is het afwachten. Hard werken is het enige dat hij echt in de hand heeft.’

Oud-speler Geert Hammink

Lengte is belangrijk in de NBA, maar niet doorslaggevend. Dat zegt voormalig NBA-speler Geert Hammink (49), die met zijn 2,13 meter precies ­seven foot is, de lengte waarmee iemands kans op een carrière in de NBA drastisch toeneemt. ‘Maar als je niet kunt stuiten of schieten, heb je weinig aan lengte. Andersom zijn er jongens die kleiner zijn dan 2,13, maar echt niet genegeerd kunnen worden door NBA-clubs. Het is gewoon een van de vele factoren’, zegt Hammink. Het neemt niet weg dat clubs een voorkeur hebben voor spelers met zoveel mogelijk fysieke standaardkenmerken. Hammink begrijpt dat wel, omdat de keuze voor de juiste speler de toekomst van een club – en daarmee de koers van een miljoenen­bedrijf – voor jaren kan bepalen. Naar basketballers uit het verre Europa wordt traditie­getrouw nog strenger gekeken. Maar dat verandert, ziet Hammink: ‘Vroeger kozen ze vooral centers en was je als Europeaan onder de 2,13 meter nagenoeg kansloos. Nu zie je ze ook naar andere posities kijken. Elk jaar wordt het ­recordaantal Europeanen in de NBA verbroken.’ 

Nederlanders die Mast in de NBA voorgingen

Geert Hammink:

2,13 meter

1994-1996

Speelde bij: Orlando Magic

Omaha Racers

Golden State Warriors

Swen Nater

2,11 meter

1976-1984

Speelde bij: Milwaukee Bucks, Buffalo Braves, San Diego Clippers, Los Angeles Lakers.

Rik Smits

2,24 meter

1988-2000

Speelde bij: Indiana Pacers

Dan Gadzuric

2,11 meter

2002-2012

Speelde bij: Milwaukee Bucks, Golden State Warriors, New York Nets, New York Knicks.

Francisco Elson

2,13 meter

2003-2012

Speelde bij: Denver Nuggets, San Antonio Spurs, Seattle SuperSonics, Milwaukee Bucks, Philadelphia 76ers, Utah Jazz.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden