Reportage Zandvoort

Op het circuit van Zandvoort voelt een scherpe bocht als een achtbaan, zonder de geruststelling van rails

Beeld Tom Zaunbrecher

De Formule 1 keert volgend jaar terug op Zandvoort. Nu wacht de volgende uitdaging: een spectaculaire wedstrijd krijgen. Lennart Bloemhof verkende het circuit in een racewagen.

Vanuit de cockpit van een racewagen oogt het asfalt naar het Scheivlak steeds smaller door de toenemende snelheid. Tijdens de korte, hobbelige klim van zeven meter vanaf de Slotemakerbocht is er meer lucht te zien dan duin. Vervolgens verdwijnt het asfalt van het circuit van Zandvoort plots naar rechts. Voor een bijrijder voelt de scherpe bocht met ruim 170 kilometer per uur al als een achtbaan, zonder de geruststelling van rails.

Het zal voor de twintig Formule 1-coureurs die volgend jaar twee keer zo hard over het circuit razen helemaal een dollemansrit zijn. Of dat daarbuiten ook zo wordt ervaren, is de vraag.

De eerste reacties van Formule 1-coureurs op de terugkeer van Zandvoort voorspellen weinig goeds. De ­teneur: een geweldig circuit, maar waarschijnlijk een saaie race. ‘Het is net Monaco, toch?’, zei Ferrari-coureur Sebastian Vettel afgelopen weekeinde bij de Spaanse GP, refererend aan het smalle stratencircuit waar inhalen zo goed als onmogelijk is.

Max Verstappens oud-teamgenoot Daniel Ricciardo reed vorig jaar in de duinen tijdens een F1-demonstratie. ‘Door de hoge snelheden en de smalle baan verwacht ik geen spannende inhaalacties’, zei hij tegen racesite Motorsport. ‘Het is cool om er te rijden, maar ik vrees dat de race een optocht wordt.’

Wie een ronde over Zandvoort rijdt, begrijpt wat de coureurs bedoelen. Achter het stuur zit tv-presentator en ervaren amateurcoureur Rob Kamp­hues. Zelfs in zijn Radical SR3, een kleine, open racewagen van 1 meter 80 breed, is de 4,3 kilometer met dertien bochten op sommige stukken smal. Een veel snellere toerwagen moet geduldig wachten met inhalen tot het rechte stuk na de Mastersbocht. En dan zijn Formule 1-auto’s ook nog eens twintig centimeter ­breder.

‘Ballencircuit’

De compactheid is tegelijk de charme van het circuit. Modernere banen worden gekenmerkt door brede asfaltstroken, weinig uitdagende bochten en veel ruimte naast het asfalt, waardoor een misrekening geregeld zonder gevolgen blijft. Op Zandvoort niet. De baan werd kort na de Tweede Wereldoorlog getekend over wegen die waren aangelegd door de Duitse bezetter. De Tarzanbocht, de brede haarspeldbocht bocht na start/finish, is befaamd in de racerij. Vaardige coureurs weten er in te halen. Mindere goden crashen er hard.

De duinen zorgen voor blinde bochten en hoogteverschillen. Tijdens de ronde is er geen enkel rustmoment. Het circuit vereist lef. Jan Lammers, sportief directeur van de GP van Nederland, omschreef Zandvoort dinsdag tijdens de persconferentie over de terugkeer van de koningsklasse als ‘een van de vijf ballencircuits’, samen met de oude Nürburgring (Duitsland), Spa-Francorchamps (België), Brands-Hatch (Engeland) en Suzuka (Japan).

‘Als je een heel vlak circuit hebt, heb je weinig beleving van snelheid. Dat is hier anders. Neem het Scheivlak. Je moet lef hebben om daar vol gas door te gaan. Overal rijd je dicht langs de vangrail. Een foutje en het is klaar.’

Door het onverbiddelijke karakter heeft de baan een Formule 1-verleden (dertig GP’s tussen 1952 en 1985) vol zware crashes en spannende races. Het was een baan voor de grootsten, zoals meervoudig wereldkampioenen Jim Clark (4 zeges), Jackie Stewart (3 zeges) en Niki Lauda (3 zeges).

Niemand weet of Zandvoort zijn naam als berucht circuit straks nog eer aan doet. De omloop is sinds 1985 behoorlijk veranderd. Onder meer door de aanleg van een bungalowpark is de baan nog ongeveer voor de helft hetzelfde en de huidige omloop ligt er pas sinds 1999. Daarnaast zijn de Formule 1-auto’s onvergelijkbaar met die van vroeger en sneller dan ooit, vooral in de bochten.

Max Verstappen heeft het beste idee over hoe het volgend jaar kan zijn. De afgelopen vier jaar raasde hij in een Formule 1-auto over het circuit voor zijn jaarlijkse fandagen. Afgelopen weekeinde voor de voorlopig laatste keer.

Veranderingen

Hij hield zich op de vlakte als het ging over verwachtingen rond de race van volgend jaar. Vooral omdat het een en ander nog enigszins wordt veranderd. Voor de veiligheid, maar ook om de gevreesde optocht te voorkomen. Grootste aanpassing is het komvormig maken van de Arie Luyendijkbocht. Zo kunnen auto’s vol gas door de bocht en komen ze harder aan bij de Tarzanbocht, wat meer inhaalacties moet opleveren tijdens het remmen.

Daarnaast wordt de knik naar de ingang van de pitstraat weggehaald. Auto’s kunnen dan harder op de pitstraat afrijden bij een pitstop. ‘We krijgen zo de snelste pitstops van de kalender, omdat de pitstraat hier sowieso al erg kort is’, aldus Jan Lammers

Hij schat dat het tijdverlies door een pitstop op Zandvoort straks een kwart minder is dan gemiddeld. ‘Daarmee hopen we op strategieën met drie pit­stops. Want pitstops zorgen voor de inhaalbewegingen in de huidige Formule 1.’

De aanpassingen waren essentieel voor de F1-rentree op Zandvoort, blijkt uit de woorden van Sean Bratches, de commercieel directeur van de Formule 1. ‘De bereidheid om te investeren in het circuit was belangrijk voor onze terugkeer hier’, zei hij dinsdag. ‘We willen racen op plekken waar geweldig inhalen mogelijk is en die teams uitdagen met het afstellen van de auto.’

En de scepsis onder de coureurs? Bratches haalt zijn schouders op. ‘Het is een beetje het karakter van de Formule 1 om zaken eerst te bekijken met scepsis. Wij gaan de twijfelaars teleurstellen. Er gaat op dit circuit een nieuwe geschiedenis gecreëerd worden.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden