Achtergrond WK voetbal

Op dit WK is 13 procent voetballers geboren noch getogen in land waarvoor ze spelen – hoe kan dat?

Op het WK in Rusland is 13 procent van alle voetballers geboren noch getogen in het land waarvoor ze spelen. Dat is het hoogste aantal ooit op een WK, becijferden historici Gijsbert Oonk en Gijs van Campenhout van de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Oorzaak: grote maatschappelijke processen als migratie of dekolonisatie. 

De Braziliaanse Diego Costa (rechts) komt uit voor Spanje, hier te zien in duel met Yohan Benalouane, geboren in Frankrijk, maar speelt voor Tunesië. Beeld EPA

Vanaf de jaren negentig stijgt het aantal voetballers dat geboren noch getogen werd in het land dat ze vertegenwoordigen. Dat hangt nauw samen met de arbeidsmigratie die daarvoor plaatsvond. Met name Afrikaanse landen krijgen opeens de beschikking over een groot reservoir aan voetbaltalenten met Afrikaanse wortels die geboren zijn in Europa en daar een superieure voetbalopleiding genoten. Op dit WK plukken vooral Marokko, Senegal en Tunesië de voetbalvruchten van de arbeidsmigratie naar Europa. Van de 23 voetballers in het Marokkaanse elftal zijn er 17 geboren in Europa, tegenover 10 van de 23 voetballers in het Senegalese elftal. 

Het land dat op voetbalgebied het meest heeft geprofiteerd van migratie is het migratieland bij uitstek: de Verenigde Staten. Over al hun WK-deelnames genomen, heeft het nationale elftal van de Verenigde Staten voor 23 procent bestaan uit voetballers die buiten de Amerikaanse landsgrenzen zijn geboren. Op de tweede plek staat de vroegere koloniale grootmacht Frankrijk dat gemiddeld voor 19 procent heeft bestaan uit voetballers die buiten Frankrijk geboren en getogen werden.

‘De Verenigde Staten speelden op het WK 2014 met erg veel spelers die in Europa opgroeiden’, zegt historicus Gijsbert Oonk. ‘Dat ging vaak om spelers met een Amerikaanse vader – vaak militairen die in Duitsland gestationeerd waren en een kind kregen met een Duitse. Een voorbeeld is Julian Green, die voor Bayern München speelde. Hij was niet goed genoeg voor het Duitse elftal, dus koos hij voor de Amerikaanse ploeg. Ondanks het feit dat zijn Engels erg slecht was en hij voor zijn selectie nauwelijks in de Verenigde Staten was geweest.’

De voorlopige resultaten van Oonks en Van Campenhouts onderzoek worden vandaag gepresenteerd tijdens een symposium aan het Mulier Instituut in Utrecht.

De stijging van het aantal voetballers dat geboren noch getogen werd in het land waarvoor ze spelen, volgt op een daling in de jaren vijftig. In die tijd ‘zie je het proces van dekolonisatie van Afrika ook terug in de WK’s’, zegt Van Campenhout, die samen met zijn collega Gijsbert Oonk onderzoek doet naar de samenstelling van nationale voetbalploegen door de jaren heen. ‘Voormalige koloniën krijgen na onafhankelijkheid hun eigen nationale elftallen. Dat betekent voor ex-koloniale machten dat ze getalenteerde voetballers geboren in de voormalige koloniën niet meer zo eenvoudig kunnen selecteren. Die ontwikkeling zie je terug in de dalende cijfers van het aantal voetballers dat geboren noch getogen werd in het land waarvoor ze spelen.’

Vooral Portugal zal die ontwikkeling gespeten hebben. Nog op het WK van 1966 trad het aan met vijf spelers die geboren werden in de Afrikaanse kolonie Mozambique. Onder hen was ook de absolute sterspeler Eusebio, die leerde voetballen bij de Mozambiquaanse club CD Maxaquene.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.