TourcolumnBert Wagendorp

Op de Champs Elysées is de sprinter voor één keer de koning

De Tour de France is de enige grote meerdaagse sportwedstrijd ter wereld die niet op de laatste dag wordt beslist, maar op de voorlaatste. Als Primoz Roglic zaterdag de tijdrit wint of althans niet teveel tijd verliest op Pogacar, knallen bij Jumbo-Visma de champagneflessen: de Tour is binnen.

Dat is opmerkelijk, want de Ronde duurt nog een dag. Maar de slotdag doet er voor het klassement al jaren niet meer toe – hij is alleen van belang voor de spurters die in één keer hun contract kunnen waarmaken in de meest bekeken sprint van het jaar: die op de Champs Élysées in Parijs.

Soms strijden ze nog om hun eigen gele trui: de groene.

Er zijn mensen die zo’n slot een grote sportwedstrijd onwaardig vinden en er zijn momenten waarop ik het met ze eens ben. Het is alsof de finale van een WK voetbal er niet meer toe doet omdat de wereldtitel een dag eerder al is uitgereikt.

Aan de andere kant gun ik het de sprinter dat er tenminste één dag is in de Tour waarop hij er zeker van mag zijn dat hij zijn specialisme kan tonen. Hij heeft zich in de bloedhitte over akelige bergen moeten worstelen, met een hoofd vol koortsdromen van de streep op de Champs. Hij heeft in de vlakke etappes groepjes renners zien wegrijden waaruit hij als een parasiet werd geweerd.

Maar nu mag híj.

De sprinter behoort in het peloton niet tot de meest geliefde rennerstypes. Hem wordt vaak verweten een profiteur te zijn, iemand die in het wiel van anderen in de laatste meter de eer naar zich toetrekt en daarvoor ook nog vorstelijk wordt beloond. Van alle renners loopt hij het meeste risico op een doodssmak. Hij wordt geacht concurrenten een kwak te geven die hún ­gezondheid ernstig kan bedreigen.

Als de sprinter een sluipmoordenaar wordt ­genoemd, is dat een compliment. De legendarische spurter uit de jaren negentig Djamolidin Abdoezjaparov werd in het peloton vanwege zijn beestachtige manier van sprinten als een psychopaat beschouwd. Hij was daar trots op.

De sprinter wordt tegengewerkt door organisatoren van eendaagse wedstrijden, die er alles aan doen te voorkomen dat hij hun wedstrijd wint, want ze willen niet dat hun koers bekendstaat als een wedstrijd voor watjes. Ze leggen er liever een paar kilometer voor de meet nog een vuil klimmetje in.

Als de sprinter geen sprints wint, wordt hij na een paar gemiste kansen door zijn ploeggenoten met de nek aangekeken. Zij hebben hard voor hem gewerkt; hij heeft het niet afgemaakt en is een loser.

De sprinter is de eenzaamste renner van het peloton.

De sprint is een kort maar hevig orgasme, waarvan de intense schoonheid door weinigen wordt herkend. Alleen in Italië wordt de kunst van het spurten nog op waarde geschat en is de spurter een gerespecteerd man.

Maar zondag op de Champs Élysées is de sprinter even King of the World. Mits hij wint.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden