ReportageSpa-Francorchamps

Ook zonder Verstappenfans heeft Spa-Francorchamps iets magisch

Geen duizenden fans van Max Verstappen, zondag bij de GP van België. Het circuit wordt streng bewaakt. Toch zal de race spannend zijn. Het is en blijft Spa-Francorchamps, al 100 jaar een uniek, snel en niet ongevaarlijk circuit.

Max Verstappen passeert in 2019 de tribune met zijn fans tijdens de GP van België.Beeld Getty Images

Geen oranje zeeën op de tribunes of Verstappenfiles richting de Ardennen. De Grand Prix van België op het circuit van Spa-Francorchamps wordt zondag vanwege de coronapandemie verreden zonder publiek, achter gesloten deuren. En dat is wennen voor de regio waarin circuit en omgeving al een eeuw lang naadloos in elkaar overgaan.

Véronique Caminade geeft het meteen ruiterlijk toe: ze mist de Nederlanders. Haar bar-restaurant Le Formel Un ligt hemelsbreed op zo’n 100 meter van de beroemde haarspeldbocht La Source. Normaliter zou op de donderdag voor de race haar terras stampvol zitten met fans van Max Verstappen die zich opmaken voor een lang weekeinde. Elk jaar reizen er tienduizenden naar het gebied.

‘We hebben dan altijd een extra lang terras’, zegt Caminade, wijzend naar de lege berm langs de weg voor haar zaak. Nu zijn nog niet eens vijf van haar tien tafels bezet. ‘Het is verschrikkelijk’, zegt ze. ‘Voor mij, voor de campings, de chambre d’hôtes. Voor iedereen.’

Voor veel ondernemers in het hart van de Hoge Ardennen is de GP het belangrijkste weekeinde van het jaar, zegt Marc Cornelissen, Formule 1-journalist van het Belgische dagblad Het Belang van Limburg. ‘Tot de apothekers aan toe, die het druk hebben door de vele wespensteken.’

Op de stroken groen waar normaliter geen meter onbenut is door de vele caravans en tenten grazen dit jaar alleen koeien. Op de wegen richting het plaatsje Stavelot is de boodschap van de Formule 1 aan fans duidelijk: blijf weg. Borden met parkeeraanwijzingen zijn afgeplakt met zwarte tape. Bij ingangen rond de baan staan bewakers voor dranghekken. Overal hangen papieren met daarop wetsartikelen, als extra waarschuwing.

De politie laat zich nadrukkelijk zien. Dagjesmensen in kleding van F1-teams keren na het nemen van een paar foto’s snel weer om. 

De race in België is een besloten feestje. Uitgerekend in een jubileumjaar. Het is honderd jaar geleden dat Jules de Thier, eigenaar van een Luikse krant, een plek zocht voor een nieuwe autorace. Met de burgemeester van Spa, een autocoureur en een kaart van de Ardennen in de hand zagen de mannen in de openbare weg tussen Francorchamps, Malmedy en Stavelot een perfect circuit.

Het originele circuit van zo’n 15 kilometer stond meteen te boek als een voor durfals vanwege de hoge snelheden en de vele bomen en andere obstakels direct naast de weg. Door tal van aanpassingen, met name op het vlak van veiligheid, is daar tegenwoordig nog 7 kilometer van over. Tot 2000 liep de baan nog deels over de openbare weg.

In het circuitmuseum in de kelder van de middeleeuwse abdij van Stavelot is een maquette van de oude omloop te zien. Samen met tal van typen auto’s en motoren die de afgelopen eeuw op het asfalt hebben rondgereden.

Christophe Pierre onderhoudt de museumstukken. Gepassioneerd vertelt hij over ‘zijn’ Spa, dat hij in 1972 als 6-jarig jongetje uit Malmedy voor het eerst bezocht. ‘Voor mij is dit het beste circuit van de wereld. Het is snel en we hebben Radillion, hè’, zegt hij doelend op de iconische bocht die in 1939 ontstond, nadat een haarspeldbocht via een heuvel werd afgesneden om de gemiddelde snelheid nog hoger te krijgen.

Max Verstappen maakt zich klaar voor de vrije training op het circuit van Spa-Francorchamps.Beeld Getty Images,

Door het stijgingspercentage van 17 procent en de ruim 40 meter hoogteverschil werd de bocht direct een van de meest uitdagende in de racerij. De knik is overigens bekender onder de naam Eau Rouge. Een veelgemaakte fout, zegt Pierre. ‘Eau Rouge is alleen het knikje voor de heuvel.’ 

Het onderstreept dat elke meter asfalt een verhaal heeft. Zo is de naam Eau Rouge afgeleid van het roestkleurige riviertje dat onder de bocht doorloopt en tot 1920 de grens tussen België en het Duitse Keizerrijk vormde. ‘Het is een circuit dat de natuur volgt. Anders dan bijvoorbeeld de modernere banen, die op een wit vel worden getekend’, zegt Formule 1-journalist Marc Cornelissen over het unieke karakter.

Meteen in het eerste Formule 1-seizoen in 1950 stond Spa-Francorchamps op de kalender. In de jaren 70 week de Belgische GP uit naar circuits als Zolder en Nijvel, omdat coureurs de Ardennenbaan te gevaarlijk vonden. Nooit konden ze tippen aan de allure van Spa.

Hoe belangrijk de race in de loop der jaren is geworden voor de regio blijkt uit de miljoenen die de Waalse overheid jaarlijks bijlegt om de GP in leven te houden. Door de hoge organisatiekosten is de race zelf namelijk al jaren niet winstgevend. Ook niet nu het door de vele Nederlanders na een aantal magere jaren weer nagenoeg uitverkoopt.

Maar volgens het lokale toerismebureau is het evenement van onschatbare waarde, als ansichtkaart voor de Ardennen. Museummedewerker Christophe Pierre is daarom blij dat er zondag überhaupt wordt geracet. Ook al vangt hij zelf geen glimp op van zijn geliefde baan, iets dat hem normaliter steevast lukt via een bevriende marshall. ‘Het was alleen helemaal een ramp als de Formule 1 niet was gekomen’, zegt hij. ‘Dankzij de race kijkt de wereld even door een raampje naar ons.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden