Nieuws

Ook op de Olympus is het Lavreysen één en Hoogland twee

Harrie Lavreysen en Jeffrey Hoogland zijn vrienden, én rivalen in de finale. Ze delen dezelfde droom, maar weten allebei: er kan er maar één sprintkoning worden.

Harry Lavreysen schreeuwt het uit, na de winst in de finale sprint, hij is de nieuwe ‘baankoning’.   Beeld AFP
Harry Lavreysen schreeuwt het uit, na de winst in de finale sprint, hij is de nieuwe ‘baankoning’.Beeld AFP

Zo ziet een broedermoord op het koningsnummer van het baanwielrennen eruit. Harrie Lavreysen (24), net olympisch kampioen sprint geworden in het velodroom van Izu, zit op zijn fiets op het middenterrein, een assistent-coach houdt hem in gang. Zijn kermen is tot op de tribunes hoorbaar, zijn gezicht is vertrokken van de pijn. Elke vezel in het imposante lijf is tot knappen toe opgerekt. De longen branden. De benen voelen lam zonder zuurstof. Na afloop: ‘Het was vreselijk. Niet normaal.’

Uitgeput en verslagen

Daar komt Jeffrey Hoogland (28) voorbij, voortgeduwd door bondscoach Hugo Haak. Hij lag eerst uitgeput en uitgestrekt op de grond, maar nu ligt hij plat op het stuur, een verslagen uitdrukking op het bezwete gelaat. Zilver was niet waarvoor hij naar Japan was gekomen.

Het is hem niet gelukt zijn maat, met wie hij dinsdag nog het goud op de teamsprint had gevierd, te kloppen. Weer niet, nu op het allerhoogste niveau na twee achtereenvolgende nederlagen in WK-finales, in Berlijn (2020) en Pruszkow, Polen (2019). Lavreysen is de eerste Nederlander die olympisch goud verovert op de sprint sinds Jacques van Egmond, later café-eigenaar in Haarlem, op de Spelen van Los Angeles in 1932.

Hoogland had van tevoren aangekondigd een plan te hebben om hem nu te kloppen. Ja, ze waren beiden beter geworden na het laatste WK en in het extra jaar door het uitstel van de Spelen. Maar hij geloofde dat hij net een grotere stap had gemaakt. Nadat hij na de nederlaag in Berlijn met attributen in de box smeet, is er nu sneller de acceptatie. ‘Ik kan mezelf niks verwijten. Ik kan niet anders dan ontzettend trots op mezelf zijn. Het gat van Berlijn was gedicht. Er was tegenslag geweest. Blessures en zo, waarna ik me mentaal weer moest herpakken. Het was vallen en opstaan. Maar ik stond er. Ik had er sowieso de kracht niet meer voor om met wat dan ook te gaan gooien.’

Na de derde en beslissende rit ontbreekt het uitzinnige gejuich van de winnaar en de snelle felicitatie van de verliezer. Even zwaait Lavreysen met zijn vuist. Hoogland kruipt in het uitrijden maar langzaam dichterbij. Alsof ze elkaar de ruimte gunnen eerst even te verwerken wat zich zojuist op het hout heeft afgespeeld. Ze weten wat ze er de afgelopen jaren voor hebben gedaan en hebben gelaten. De reden is pragmatischer: Lavreysen had graag beide armen omhoog willen steken, maar de pijn maakte het onmogelijk. ‘Ik had mijn fiets niet meer eens onder controle.’

Geen duimbreed toegeven

Dit ging er vrijdag in Izu aan vooraf. Afgesloten voor alles en iedereen, misschien ook wel voor zichzelf, rijden ze op de racefiets trage rondjes op het middenterrein. Hoogland blazend, bekkentrekkend. Af en toe neemt hij een slokje uit een bidon. Het gelaat van Lavreysen straalt vooral concentratie uit. Hij komt even uit het zadel voor een mini-versnellinkje, hij maakt zittend de rug los. Hoe weinig ze elkaar toegeven was woensdag al in de kwalificatie gebleken, 200 meter met een vliegende start. Tot op een duizendste seconde waren ze even snel geweest: 9,251. Beiden hadden voor de halve finales eerder op de dag – Hoogland tegen de Rus Denis Dmitriev en Lavreysen tegen de Schot Jack Carlin – niet meer dan twee duels hoeven uitvechten.

Jeffrey Hoogland, winnaar van het zilver, ligt na de race uitgeput op de grond.  Beeld AP
Jeffrey Hoogland, winnaar van het zilver, ligt na de race uitgeput op de grond.Beeld AP

In de eerste heat is de snelheid over drie ronden van 250 meter meteen hoog – het zet de toon voor de rest van het gevecht. Beiden betreuren het na afloop. De geometrie van de baan brengt de renners in verleiding snel de kop te nemen. Je kunt nauwelijks van de laatste bocht gebruikmaken om de beslissende jump te plaatsen. Het is vooral lang en hard rijden. Voor tactische spelletjes is te weinig ruimte.

Het is Hoogland die eerst het meeste lef toont. Hij passeert Lavreysen bovenlangs. Die twijfelt net te lang en moet in de laatste ronde nu buitenom passeren. Hij komt nog wel heel dichtbij, zijn vaart ligt hoger, maar het is niet genoeg. Hoogland deelt een tikje uit. Bij de vorige WK’s won hij geen enkele heat. Hij rekende zich niet rijk, vertelt hij achteraf. ‘Ik wist: het is Harrie. Ik ben er absoluut nog niet.’

Uiterlijke onverstoorbaarheid niet meer op te brengen

Bij de start van de tweede confrontatie is duidelijk dat bij Lavreysen de uiterlijke onverstoorbaarheid niet langer vol te houden is – verlies betekent nu zilver. Ook hij puft gebogen over het stuur in en uit, al is het nog marginaal vergeleken bij het grimassen en grauwen van Hoogland. Hij had zich maar één ding voorgenomen: ik ga deze rit winnen. En daarna pak ik de derde.

Na wat korte uitdagingen met positiewisselingen, komen ze in de tweede ronde weer snel op stoom en moet Lavreysen een gat laten. Maar dan lukt hem wel, wat hij zojuist niet klaar speelde: hij steekt zijn tegenstander net op tijd voorbij. Hoogland: ‘Ik heb even aan het goud kunnen ruiken.’

Bijna val

In de derde heat komt het bijna tot een val, als ze al slingerend elkaar uitdagen. Lavreysen kan het zich later niet eens herinneren. ‘Er gebeurt zoveel in zo’n rit. Ik had ook zoveel pijn.’ Boven Hoogland ontwikkelt hij de hoogste snelheid en stuift naar het goud. Zijn tegenstander merkt het al als hij in zijn reactie vol gas moet geven: er zit niks meer in. ‘Tot de finale tikte ik alles weg. Dat was heerlijk. De eerste rit was ook nog heerlijk. De tweede was bijna heerlijk. De derde was onmenselijk.’

Op het podium zijn de ergste pijnen geweken. Er is energie voor een intense omhelzing. Er staan weer broeders naast elkaar.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden