Reportage

Ook in schaduw van Feyenoord val je op

Rotterdam heeft op voetbalgebied meer te bieden dan Feyenoord. Op eigen benen doet ook Excelsior het opvallend goed. En Sparta ziet aan de horizon een nog mooiere toekomst gloren.

Rick Kruys (Excelsior, links) en Thomas Verhaar van Sparta op de Kop van Zuid in RotterdamBeeld Klaas Jan van der Weij

1 De directeuren/lampenvervangers/sponsortrekkers/scouts van Excelsior

Wat dus nooit meer mag gebeuren: een juichend Excelsior-stadion als grote buurman Feyenoord scoort. 'Drie jaar geleden was dat', vertelt Ferry de Haan, algemeen directeur van Excelsior, die als prof zijn grootste successen vierde bij Feyenoord. Zijn gezicht wordt op slag een tint grauwer als hij eraan terugdenkt.

'Liever failliet dan satelliet', zongen fans van de andere stadgenoot Sparta jarenlang als ze bij Excelsior op bezoek waren. Excelsior was een aanhangsel van Feyenoord, de Kralingse club dacht alleen zo te overleven vanwege een gebrek aan, ja, aan alles eigenlijk. Supporters, mogelijkheden om uit te breiden, suikerooms. Jonge Feyenoorders rijpten op Woudestein. Dat trok ook Feyenoord-fans.

De samenwerking eindigde officieel de voorbije zomer, maar al eerder droogde de toestroom van Zuid naar Oost op. Op eigen benen vergaat het de kleinste Rotterdamse club prima. Elfde in de eredivisie, een groep vaste jonge supporters, plannen om de hoeken van het stadion dicht te bouwen, maar bovenal is stadion Woudestein een biotoop voor veel zakenlui uit de regio. Vanavond, als Feyenoord op bezoek komt, zal het merendeel van de aanwezigen voor de thuisclub zijn, voorspelt De Haan.

Drie zelfstandige profclubs in één Nederlandse stad; dat gaat dus prima. 'Ik snap de discussie niet. Er wordt nog geen 50 procent benut van het zakelijk potentieel in deze regio. Bovendien zijn Feyenoord, Sparta en Excelsior totaal verschillend; er is voor iedere sponsor wat wils.'

Aan het woord is nu Wouter Gudde. Hij speelde in de jeugdopleiding van Feyenoord, zijn vader Eric is er algemeen directeur, hij begon zijn profcarrière bij Sparta en sloot die af bij Excelsior waar hij nu commercieel directeur is.

We treffen hem en De Haan in Guddes kantoortje op sportpark Woudestein. Veel meer kantoren zijn er trouwens niet. De Haan: 'Het ene moment regel je dat er een lamp vervangen wordt, het volgende zit je met een sponsor te praten, tussendoor werken we aan onze maatschappelijke doelstellingen en 's avonds gaan we vaak nog scouten.'

Tevreden zijn ze bij de club met de kleinste begroting van de eredivisie (5 miljoen euro) nog niet. Het is De Haan bijvoorbeeld een doorn in het oog dat de 3.750 plaatsen niet voor het seizoen al uitverkocht zijn.

Naar uitwedstrijden gaan een paar bussen mee. Daar zitten ook veel zakenlui in. 'Boven' bij Excelsior is het prettig netwerken. Spelers, journalisten, bedrijfsleiders, zelfstandig ondernemers, supporters, bestuur, directie; allen lopen door elkaar in een soort grand café met over de hele zijde uitzicht op het veld. Gudde: 'Sponsors zijn zo tevreden dat ze zelf andere sponsors aanbrengen.'

De Haan: 'We letten bij spelers erg op het karakter. Excelsior staat voor gezelligheid. Maar ondertussen wil iedereen tot prestaties komen. Op het veld én boven.'

Excelsior ontbeert de stress van Feyenoord, en toch ook van Sparta. Sparta heeft meer historie, een grotere fanbase en een groter stadion met skyboxen, maar speelt al zes jaar in de Jupiler League. Vorige week stond het plots bovenaan in die competitie. Maar het gat met Excelsior is op sportief vlak fors.

De Haan: 'Laatst wonnen we een vriendschappelijk potje met 4-0 waar het 8-0 had moeten zijn.' Bij Excelsior vinden ze zichzelf bovenal nuchter. Gudde: 'We groeien in de breedte, maar met de huidige accommodatie is het onmogelijk om een stabiele eredivisieclub te worden.'

En toch brak het zweet De Haan uit toen Excelsior vorig seizoen nog bijna in degradatienood kwam. 'Dan heb ik echt wel stress. En ik wil ook niet hebben dat we tegen Feyenoord weer zo worden weggespeeld als vorig seizoen.'

Dat is ook niet nodig, meent hij. De onderlinge concurrentie in de selectie is toegenomen. 'We hebben eindelijk de gezonde situatie dat spelers niet meer zeker zijn van hun plek.'

Robin van Persie tribune in Excelsior-stadion WoudesteinBeeld anp

2 De voorman van het stuntteam

Rick Kruys is dat normaliter wel. 30 is hij inmiddels, het jongetje met de goudblonde krullen dat bij FC Utrecht naar verwachting de voetsporen van zijn illustere vader Gert zou ontstijgen. Bij Excelsior is Kruys eindelijk op zijn plek: als de voorman van het defensieve blok waar veel ploegen zich op stuk bijten. Menige competitieronde komt hij bovendrijven als speler die de meeste ballen veroverde. 'Onze aanvallers weten: Rick ruimt de shit wel op', vertelt Kruys in een Starbucks bij De Meern.

Hij is misschien wel dé exponent van Excelsior, stuntteam vol littekens. 'Het is bij geen enkele Excelsior-speler in een rechte lijn naar boven gegaan. Ons krijg je niet meer gek.' In 2005 gold Kruys nog als de meest constante speler van Oranje onder 20 dat op het WK in eigen land menig hart veroverde. Hij hoopte als aanvallende middenvelder door te breken. 'Daar mis ik de snelheid voor', weet hij nu. Dat wist hij toen niet. Of hij wilde er niet aan. 'Er zat te veel negatieve energie in me. Ik wilde te veel te snel.'

Hij ging naar Malmö FF, trainde daar 'belachelijk hard', had veel blessures, maar werd er ook kampioen.

Terug in Nederland in 2012 toonde slechts zijn huidige club belangstelling. Het werd een dramatisch jaar, Excelsior eindigde als vijftiende in de Jupiler League, Kruys was vooral geblesseerd. Als achtervanger startte hij zijn trainerscarrière. 'Dat heeft me veel rustiger en zelfbewuster gemaakt, meer inzicht gegeven.'

Zijn vader is ook trainer, laatstelijk bij Sparta waar hij ontslagen werd. 'Het is daar veel chaotischer, er is minder structuur. Hij had 33 selectiespelers, de onvrede was overal. Hij moest de bezem erdoor halen. Ja, zijn opvolger, Alex Pastoor, presteert nu goed. Maar wij tikten ze laatst toch aardig zoek.'

De kracht van zijn ploeg? 'Als Het Blok elkaar aankijkt dan weten we al genoeg. Dat is het voordeel van ervaring. Tegenstanders zeggen vaak: 'Uitgerekend tegen jullie spelen wij onze slechtste wedstrijd.' Maar wij weten als geen ander te ontregelen. En er staat ieder seizoen wel weer iemand op die voorin het verschil kan maken. Nu doet Kuwas het geweldig. Dat is geen toeval. Dat is beleid.'

Kruys roemt ook de sfeer. 'Er heerst een veilig klimaat. Er wordt heel erg geïnvesteerd in het fysieke welzijn van spelers. Met uitstekende hersteltrainers, een voedingsdeskundige, ijsbaden, een sauna; echt top. We maken leuke uitstapjes en als je dan naar huis mag, blijft iedereen zitten. Vaak tot middernacht, zo gezellig is het. Dat zie je volgens mij haast nergens.'

3 De veelscorende laatbloeier van Sparta

Via Kruys is de stap naar Sparta's beste speler Thomas Verhaar een verrassend kleine. Kruys zag Verhaar met diens amateurclub VOC voetballen tegen zijn De Meern en tipte zijn vader. Kruys: 'Pa wilde hem nog eens bekijken. Ik zei: keer die auto nou maar, die moet je nemen.'

Zo kwam de aanvallende middenvelder op zijn 26ste nog in het betaald voetbal terecht. Hij kreeg de Stier voor beste speler en topscorer van de eerste periode.

Verhaar voetbalde al in de jeugd bij Sparta, stapte over naar Willem II waar hij vlak voor zijn debuut een blessure opliep na een schop van Jeremain Lens. 'Ik ben toen gestopt, maar dat komt niet door die blessure. Ik ben allergisch voor spelers die dat als oorzaak noemen. Ik vond het studentenleven gewoon te mooi. Het zegt wel iets dat ik mijn studie fysiotherapie nog moet afmaken.'

Thomas Verhaar neemt bal aan met de knieBeeld anp

Hij ging bij zijn broertjes en vrienden in het eerste van VOC spelen, de amateurclub van de familie. In de zaal bond hij de strijd aan met het vermaarde WIA4, waar journalisten Hugo Borst, Sander de Kramer en oud-prof Geert den Ouden in spelen. 'We gingen daarna de stad in met z'n allen. Ik vroeg Geert naar VOC te komen. Hugo en Sander hebben voor me gelobbyd bij Excelsior en Sparta.'

Verhaar voelt zich nu al een andere voetballer dan een jaar geleden, rond zijn debuut. 'Ook op je 26ste kun je nog progressie boeken als profvoetballer. Tijdens een stage op een centrum voor reumarevalidatie zag ik hoogbejaarden liggend binnenkomen en na drie weken weer fluitend naar buiten lopen. Ik ga amper meer op stap, let erg op mijn voeding en doe veel extra arbeid met mijn hersteltrainer Willem van Rij, die ook voor Excelsior werkt. Ik voel me zóveel sterker.'

Verhaar ziet Sparta ondanks de huidige topklassering nog niet als titelfavoriet. 'Alleen als er geen stagnatie meer optreedt. Bij Sparta weet je dat iedereen er weer bovenop duikt als het minder gaat. Dat is het verschil met Excelsior. Ik denk wel dat Sparta op de lange termijn meer potentie heeft dan Excelsior.'

In zijn vrije tijd staat Verhaar door heel Rotterdam langs de lijn. 'In deze stad gaat iedereen in het weekeinde voetballen of voetballen kijken. Je hebt hier in de regio veel meer grote amateurclubs dan in Amsterdam. Daar zijn ook meer andere dingen te doen.'

Het verbaast hem daarom niets, drie profclubs in een stad. 'Hopelijk straks allemaal op het hoogste niveau.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden