Column

Ook ik houd van Duitsland

Wie naar het zuiden rijdt over de A2, passeert het 'Smalste stukje Nederland', zoals het smalste stukje Nederland zich profileert in advertenties. Midden-Limburg. Nog specifieker de gemeente Echt-Susteren, voor de herindeling gewoon Echt geheten. Mijn geboortegrond.

Een Zastava Yugo.

Echt, bekend van de sage van Juffrouw zonder Kop, grenst aan de ene kant aan België en aan de andere kant aan Duitsland. Ja, zo internationaal zijn wij, Limburgers.

Onderweg naar het oude stadion van Roda JC genoot de verslaggever altijd van een kop koffie bij moeders in Schilberg, tussen Echt en Pey, om dan over de Houtstraat te rijden, via Koningsbosch naar Kerkrade, een kilometer of vijftien over Duitsland, via de zogenoemde Zelfkant.

Duitsland, mooi land. Populair ook vroeger, bij mij tenminste wel. Je kon er een tientje uitsparen op een tank benzine. Dan stond je een kwartiertje in de rij, maar wat maakte dat uit? Dakje van de Zastava Yugo open. Muziekje. Tanken in Waldfeucht. Voor grotere boodschappen kon je naar Heinsberg.

Mijn schoonvader heeft altijd Veltins in huis, echt een Bundesliga-bier. Vroeger dronk hij Warsteiner. Thuis bij mijn schoonouders staat de radio meestal op WDR4, een zender met een hoog schlagergehalte. Met carnaval kijken ze naar de Duitse tv, naar pratende mannen in een ton, met grappen die niet altijd grappig zijn. In mijn paspoort staat Wilhelm.

Ook ik houd van Duitsland. Ja natuurlijk was het even slikken, om al dat verdriet te zien bij oudere mensen na de nederlaag in de WK-finale van 1974. Al die opborrelende oorlogshaat. Maar wie als kind opgroeide in de zalige zorgeloosheid van Limburg, dacht bijna nooit aan de oorlog, ondanks een vader die tijdens de Hongerwinter van Rotterdam naar de Kop van Noord-Holland was gelopen en die verhalen over de oorlog eindeloos herhaalde.

Voor ons, kinderen, was Duitsland gewoon Duitsland. Het buurland. Lekker dichtbij, met veel goede voetballers ook. Bij ons op het veldje wilden we ook weleens Flohe zijn of Overath. Mijn eerste wedstrijd in het betaald voetbal was zelfs een wedstrijd in de Bundesliga. Borussia Mönchengladbach - FC Köln, vermoedelijk in 1974. Met vriendje Robbie Jongstra op de achterbank bij zijn vader, conrector Douwe Jongstra van het Bisschoppelijk College. De godsdienstleraar, meneer Smets, was ook mee. Borussia was toen een van de beste elftallen van Europa, de Böckelberg een tempel. We zagen Wimmer, Vogts, Flohe, Overath, Netzer, Heynckes. Schitterende ervaring; 1-1, dacht ik.

Ons Limburgse dialect is bijna Duits. Du zeggen wij tegen jij. Net als de Duitsers. Alleen zingen wij wat meer. Duitsers voetballen tegenwoordig zelfs mooi. Ik gunde ze de wereldtitel van harte, hoewel ik meer voor Messi was. En Neuer had natuurlijk de rode kaart moeten krijgen toen hij Higuaín torpedeerde. Het gebeurde vlak voor mijn neus in Rio. Dat heeft nog nooit iemand me goed kunnen uitleggen, waarom hij verschoond bleef van uitsluiting.

Maar nu omarmen we Duitsland, zeker nu Nederland niet meedoet. De geschiedenis van Albanië, de opkomst van IJsland, de vorm van Slowakije, het is allemaal prachtig, maar doe dan toch maar Duitsland, zeker nu ze van Nederland hebben afgekeken hoe je mooi voetbalt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden