Ook bij sportbonden zijn vrouwen in bestuur ondervertegenwoordigd: 'Durf er te staan'

Net als in het bedrijfsleven blijkt ook bij de sportbonden de participatie van vrouwen in topfuncties achter te blijven. Volgens het Mulier Instituut maken mannen nog steeds de dienst uit in de Nederlandse bondsbesturen. Van de bij NOC*NSF aangesloten sportbonden is ongeveer één op drie leden een vrouw, maar in de bondsbesturen ligt dat percentage een stuk lager (19%). Het merendeel (63%) van de besturen heeft zelfs geen enkele vrouw als bestuurslid. Wat is hiervan de oorzaak? En hoe ervaren vrouwen het om te opereren in een mannenwereld? Drie vrouwelijke bondsbestuurders hierover aan het woord.

Marcella Mesker, bestuurslid van de NOC*NSF. Beeld anp

Marcella Mesker, bestuurslid NOC*NSF

'Ik heb dit zelf nooit als een probleem ervaren, omdat ik vrijwel altijd in een mannenwereld actief ben geweest, zowel in de topsport als in de sportjournalistiek. Bovendien zijn in het bestuur van NOC*NSF momenteel vier vrouwen actief. Daarmee is de verdeling fifty-fifty. Dat is eigenlijk het ideaalplaatje.

In het verleden hadden er wel meer mannen zitting in het bestuur. Maar voor André Bolhuis (voorzitter, red.) was het belangrijk om hier meer evenwicht in te brengen.

De diversiteit in sportbesturen is sowieso een belangrijk aandachtspunt van NOC*NSF. We proberen dat ook steeds onder de aandacht te brengen, zodat het zich als een olievlek over Nederland verspreid. Het is van belang dat meer vrouwen in bestuursfuncties actief worden.'

'We zijn als NOC*NSF op de goede weg, maar het blijft een punt van aandacht. Niet alleen op landelijk niveau, maar ook bij lokale sportbesturen proberen we hier verandering in te brengen. Daarbij speelt inhoud een prominente rol; de juiste mensen op de juiste plek. Dit geldt overigens niet alleen voor vrouwen.

Het zou logisch zijn als er meer vrouwen actief worden in de sportbesturen. Steeds meer vrouwen en meisjes doen aan sport, kijk bijvoorbeeld naar de groei van het vrouwenvoetbal. En de prestaties van de vrouwen zijn de afgelopen jaren een stuk beter dan die van de mannen. Dat is een gegeven.'

Hélène Fobler, secretaris bondsbestuur Koninklijke Nederlandse Roeibond (KNRB)

'Binnenkort ben ik niet meer de enige vrouw in ons bondsbestuur. We hebben een vacature openstaan, waarvoor we een vrouw gaan voordragen. Dat is een bewuste keuze, met het oog op de gender equality. Natuurlijk moet ze voldoen aan de eisen, net als ieder ander.

Een aantal jaar geleden bestond ongeveer de helft van het bondsbestuur uit vrouwen. Nu ben ik de enige. Hoe dat komt, weet ik eerlijk gezegd niet. Maar opmerkelijk is het wel.

Het is voor de roeibond belangrijk dat de populatie vrouwen in het bestuur representatief is voor de leden. Daar zijn we druk mee bezig. Maar nog belangrijker is dat er verschillende denkbeelden en meningen aan tafel zitten. Dat is meer van belang dan de verhouding tussen vrouwen of mannen.'

'Ik voel me als vrouw ook geen uitzondering binnen ons bestuur. Ik heb een zinvolle bijdrage binnen de organisatie en we gaan prettig met elkaar om. Ik voel me op mijn plek en kan me bezighouden met mijn passie, dat is voor mij het belangrijkste.

Diversiteit is ook op een andere gebieden een aandachtspunt. De roeigemeenschap bestaat toch voornamelijk uit hoogopgeleiden, blanke mannen en vrouwen. Maar we willen uitstralen dat iedereen welkom is. Iedereen mag erbij komen en moet zich op zijn gemak kunnen voelen.

Vrouwen moeten over het algemeen gevraagd worden om zitting te nemen in een bestuur, terwijl mannen zich eerder zelf aanbieden. Dat is een belangrijk verschil. En als je vraagt: kun en wil je plaats nemen in het bestuur? Dan denken mannen vaker: 'ik wil het, dus ik kan het.' Vrouwen zien over het algemeen iets meer hobbels op de weg en moet je overtuigen om ja te zeggen. Ik zeg juist: durf er te staan en neem die spotlight.'

Monique Kempf, voorzitter bondsbestuur Koninklijke Nederlandse Gymnastiek Unie (KNGU)

'Ik vind het bijzonder dat het verschil in het aantal mannelijke en vrouwelijke bondsbestuurders anno 2018 nog steeds zo groot is. Volgens mij is er voldoende stimulans geweest om vrouwen op die plekken te krijgen. Waarom het dan toch niet lukt? Dat vind ik een moeilijke vraag.

Ik denk dat het ermee te maken heeft dat vrouwen te bescheiden zijn. Maar dat hoeft niet. Je hoeft niet bang te zijn: laat zien wat je kunt. Een ander aspect is de verantwoordelijkheid die aan een functie van bestuurder kleeft. Mannen staan daar wellicht meer voor open dan vrouwen. Je moet er echt voor kiezen en ook de lasten accepteren die daarbij horen.

Wij, van de gymnastiekunie, zijn overigens een uitzondering. Er zitten bij ons meer vrouwen dan mannen in het bondsbestuur; drie om twee. Wat dat betreft tonen wij het goede voorbeeld, hoewel ik vermoed dat dit op toeval berust. Het is wel representatief voor de sport. Er doen meer meisjes dan jongens aan gymsport.'

'De tijd van het old boys netwerk is voor mijn gevoel voorbij. Hoewel de bestuurswereld nog wel een mannenbolwerk is, merk ik. Ik val nog steeds op, al ben ik daar inmiddels wel aan gewend. Of ze mij anders benaderen, omdat ik een vrouw ben, weet ik niet. Ik heb geen idee hoe ze onderling met elkaar omgaan. Maar ik ga me niet aanpassen. Ik ben wie ik ben.

Op het moment dat er een betere balans zou bestaan tussen het aantal mannen en vrouwen, ontstaat een andere dynamiek, daar ben ik van overtuigd. De manier van communiceren en besturen zal anders zijn. Er mogen wat mij betreft wel meer vrouwen bijkomen.

Qua sportprestaties in geheel laten de vrouwen in Nederland de mannen al hun hielen zien. By far zelfs. Al is het bestuurlijke deel natuurlijk geen wedstrijd.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.