Ook bij bridge tellen de pegels

Geld maakt macht, het laat de wereld draaien. Of je het wilt of niet, ook bij bridge tellen de pegels....

Met bridge je brood verdienen - Play for pay -, is in Nederland niet echt ingeburgerd. Jonge Amerikaanse professionals moeten tijdens de Nationals twee of drie keer per dag spelen om aan de kost te komen. Royale inkomens zijn echter alleen weggelegd voor enkele bevoorrechte spelers uit de grote bridgelanden.

In de jaren zeventig en tachtig zwermde een grote groep Poolse bridgers uit over toernooien in West-Europa en festivals aan de Middellandse Zee. Je verbaasde je over de Poolse vreugde vanwege een weinig opzienbarende tiende plaats in een parenwedstrjd in Düsseldorf, de beloning was 'slechts' tweehonderd mark. Begrijpen deed je het als je vernam dat het gemiddelde maandinkomen in Polen niet boven de honderd gulden uitkwam.

Ook in Nederland is de bridgehausse nog volop aan de gang. Ruim achthonderd gediplomeerde bridgedocenten ontfermen zich over de verse lichting bridgers. Ook de achthonderd wedstrijdleiders hebben de handen vol aan de meer dan elfhonderd verenigingen. De kalender is boordevol met competities, zomerdrives en weekendtoernooien.

De NBB is uitgegroeid tot de tiende sportbond van Nederland met daarbij behorende organisatorische verplichtingen. Tien jaar geleden werd een nieuw bondskantoor betrokken, dat een paar jaar geleden is verbouwd en waar voor de 22 fulltime medewerkers de ruimte al weer te klein lijkt.

Sponsors hebben bridge ontdekt. Arboned, Tas en Ing Bank fourneren substantiële beloningen in daardoor florerende nationale toptoernooien. Het relatiegebeuren ziet bridge als een interessant object. Voorafgaand aan de Cap Gemini World Top-16 vindt in het clubhuis van de Wassenaarse Golfclub een proam plaats waarin (inter)nationale toppers gekoppeld worden aan zakenrelaties van de sponsor. Organisator Henk van Dalen loopt na en vanwege een geslaagde proam tijdens de vierdaagse top-16 rond als een tevreden man. Deze voorwedstrijd haalde in januari 1999 zelfs uitgebreid de televisie.

Zo nu en dan steekt de goudkoorts bij bridge de kop op. Zia Mahmood, hij won eens een individuele wedstrijd in Atlantic City met een eerste prijs van 40.000 dollar, daagde in 1991 elke bridgecomputer uit. De kleurrijke, van bridge bezeten en van eigen kwaliteiten overtuigde Pakistaan stelde een inzet van een miljoen pond voor. Zia kwam hierop binnen niet al te lange tijd terug; het programma GIB is hem veel te link.

Een wedstrijd in Londen tussen de Naturalists en de Scientists in 1992 moest uitsluitsel geven over de strijd tussen natuurlijke methodes en gecompliceerde kunstmatige systemen. Het ging om 50.000 pond en de wetenschappelijken wonnen, al waren het niet de methodes maar individuele beoordelingen en keuzes die winst of verlies bepaalden.

Een toernooi, waarbij geld een centrale rol speelt, is de Cavendish Calcutta, die niet voor niets van New York naar gokparadijs Las Vegas is verhuisd. Aan deze wedstrijd nemen zestig van de sterkste paren ter wereld deel. Op een veiling voor aanvang van het toernooi kunnen buitenstaanders de paren opkopen. Het Italiaanse toppaar Lauria/Versace ging dit jaar van de hand voor 58.000 dollar. De totale opbrengst van de veiling bedroeg anderhalf miljoen dollar, waaruit de eigenaar van het winnende Cavendish-paar drie ton pakte. De Italianen bereikten niet eens de finale, hun koper stond met lege handen. In Nederland organiseerde de Marina Bridgeclub in Scheveningen een dergelijke Calcutta (de bedragen meer naar Nederlandse beurs). Helaas eiste de fiscus een te grote vinger in de pap zodat het evenement dit jaar verdween.

De verliezers in huispartijen storten hun muntjes in een gezamelijke pot waaruit zo nu en dan een etentje wordt bekostigd. In aula's van scholen en universiteiten, in kantines van sportverenigingen, in koffiehuizen blijft de inzet bescheiden. Maar ook tegen een of twee kwartjes per honderd punten hebben verschillende studenten met lede ogen moeten aanschouwen hoe hun toelage voor de laatste week van de maand tot nul slonk. Een gulden per honderd punten, het tarief in 1915 in de Continental Club in Amsterdam, een in die jaren aanzienlijke som. In Londen, New York, Parijs en Genève zijn bridgeclubs waar per spel een bovenmodaal maandinkomen kan omgaan. Geld moet rollen en alle bridgers vinden het nu eenmaal aangenaam als de winst, naast het beschadigen van het ego van een tegenstander, ook uitbetaald wordt in klinkende munt.

Twee spellen voor het einde (diagram 1) van de finale van het Ing Bank-topcircuit liep Bauke Muller tegen een strafdoublet aan.

Zie diagram 1

West kwam uit met V voor het aas van oost die A en klaveren speelde, getroefd door zuid. Harten heer en een harten getroefd, klaveren getroefd en de vierde harten uit zuid. West troefde voor met 10 en vervolgde met B voor het aas in zuid. De leider had vijf slagen binnen en ook HV kon niemand hem afpakken. Zuid speelde een kleine ruiten, 5, H en het aas in oost, die een vrije harten speelde. Bauke Muller wist alle kaarten, hij troefde met H, west V weg. Uit zuid kwam 10 en west met alleen 853 over moest troeven en vervolgens van 85 in de V7 van de tevreden leider te spelen. De verdediging miste een paar kansen en na een uitkomst met B zal zuid er zijn handen vol aan hebben om met twee down te ontsnappen. Plus 670 voor noord-zuid teen opzichte van min 500 betekende een verschil van veertien imps en, met het einde van de finale in zicht, een verschil van tienduizend gulden bij de prijsuitreiking.

Twee jonge Nederlanders vertrokken in 1977 naar Parijs voor de Cino del Duca, een parentoernooi met meer dan 700 paren. De eerste prijs van 30.000 gulden bleef lang binnen bereik van het fanatieke paar (diagram 2).

Zie diagram 2

Met een schuin oog naar de kwetsbaarheid ging oost na het informatiedoublet van west uit op groot wild, plus 200 tegen een deelscore of 500 tegen een niet kwetsbare manche. West kwam uit met A en speelde troef voor 10 in de dummy. De leider speelde klaveren naar B en de vrouw van west die H en schoppen speelde, getroefd in zuid. Een harten voor V en klaveren via H voor A. De laatste harten uit zuid getroefd en schoppen uit de dummy, getroefd met 8 in zuid. De leider ging van slag maar maakte met AB het gedoubleerde contract voor plus 140. Het falende tegenspel veroorzaakte een kogelronde zaalnul (bij de huizenhoge top van 640), een misselijkmakende gewaarwording.

Na dit verhaal zal het iedere lezer duidelijk zijn dat de afkeer van de schrijver van deze rubriek ten aanzien van het tegenspelen van al dan niet gedoubleerde contracten op éénhoogte tot op de dag van vandaag voor geen milimeter is verminderd. Het is na meer dan twintig jaar nog altijd griezelen bij de gedachte dat plus 200 tegen 1 in Parijs een plaats bij de eerste tien en tweeduizend gulden meer had opgeleverd; 3SA of 4 bieden en maken zelfs een klassering bij de eerste drie met financiële compensatie van meer dan tienduizend piek.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden