NieuwsSprint

Ooit was hij allrounder, maar Europees kampioen Thomas Krol is blij bekeerd te zijn tot de sprint

Dankzij zijn sterke optredens op de 1.000 meter werd Thomas Krol Europees kampioen schaatsen op de sprint. Hij is niet de eerste die overstapte van het allround schaatsen naar de sprint.

Thomas Krol Beeld Klaas Jan van der Weij
Thomas KrolBeeld Klaas Jan van der Weij

Met nog één ronde op de 1.000 meter te gaan en de Europese sprinttitel in zicht, hoort Thomas Krol een gek geluid. Zijn rechterijzer maakt een sissend geluid over de ijsvloer. ‘Dan weet je als schaatser: dat is foute boel.’ Er zit ineens een botte plek op zijn ijzer, hij verliest grip. ‘Ik denk dat er wat vuil op het ijs lag.’ Hij houdt in. ‘Ik heb er tien procent afgehaald. Ik dacht: ik ga geen risico meer nemen, want één misser en dan gooi ik alles weg.’

Het is de juiste keuze. Krol rijdt de laatste ronde op reserve naar 1.08,02 en naar de zege op het EK. Het is een onverwachte overwinning, want de 28-jarige pupil van Jac Orie is geen rasechte spurter. Hij werd dit seizoen vierde op het NK sprint en had zich eind december maar nipt voor het EK geplaatst. Toch was hij sprinter genoeg om Hein Otterspeer en de Duitser Joel Dufter van het goud te houden.

Hij had het te danken aan zijn 1.000 meters waarop hij de concurrentie tweemaal op grote achterstand zette. Zaterdag reed hij een razendsnelle 1.07,49. Hij kon er zijn wat mindere 500 meter van zondag (35,30) ruimschoots mee compenseren.

‘Op de 500 meters zat het dicht bij elkaar, maar op de 1.000 meter heeft lang niet iedereen het uithoudingsvermogen voor de laatste ronde.’ Hij wel. Krol is een uitstekende 1.500-meterrijder, werd in 2019 wereldkampioen.

Allrounder

Ooit was Krol zelfs allrounder. Bij het WK voor junioren in 2012 werd hij tweede achter Sverre Lunde Pedersen, die zondag derde werd op het EK allround, achter Patrick Roest en Marcel Bosker. Maar ook toen wist Krol al dat de stayersafstanden hem niet echt lagen. ‘Laat ik zeggen dat ik die tweede plek niet aan mijn vijf kilometer te danken had.’

Eenmaal bij de grote mannen trok hij naar het snelle werk. Eerst de 1.500 meter en daarna de kilometer. Hij werd steeds meer sprinter. ‘Maar de 500 meter is wel minder in vergelijking met de 1.000 en 1.500 meter.’

Daarom legt hij de nadruk op de middenafstanden, ook deze winter. Dat hij zich kwalificeerde voor het EK was mooi meegenomen, meer eigenlijk niet. Hij had eind december zelfs nog even getwijfeld of hij de 500 meter op het kwalificatietoernooi, en daarmee het EK, niet beter moest laten schieten. En dat hij dan twee weken later het goud om de nek heeft? ‘Dat is een mooie bonus.’

Dat het sprinten niet zijn volle aandacht heeft, betekende niet dat hij niets van het kampioenschap verwachtte. Hij heeft de laatste jaren onder leiding van Orie leren winnen. En hij voelde al een tijd dat hij op de 500 meter meer moest kunnen dan hij deed. Tijdens een trainingswedstrijd halverwege december bewees hij dat met zijn eerste ’34’er’: 34,97. Zaterdag voegde hij er een tweede aan toe met 34,90 op de eerste omloop. ‘Dat is gewoon fantastisch.’

Metamorfose

Krols metamorfose van allrounder naar sprinter is in Nederland niet bepaald uniek. In de jeugdopleiding ligt de nadruk veel meer op de allrounddiscipline dan in andere landen. Niet voor niets waren de Nederlandse sprintkampioenen uit het verleden bijna allemaal 1.000-meterspecialisten, in hun jonge jaren als allrounders grootgebracht. Dat gold voor Jan Bos, Erben Wennemars en Stefan Groothuis. Michel Mulder, wereldkampioen in 2013 en 2014, was de enige uitzondering.

Kai Verbij, wereldkampioen sprint in 2017 en Europees kampioen in 2017 en 2019, is ook een 1.000-meterman. Hij werd in 2019 wereldkampioen op die afstand. Maar hij kan ook uithalen op de 500 meter. Dat bewees hij zondag nog maar eens door de tweede omloop in 34,58 te winnen. Sneller was hij in Thialf nog nooit.

Voor het klassement had dat niets meer te betekenen, want Verbij was zaterdag op de openingsafstand al na zestig meter onderuitgegaan. Krol profiteerde van het wegvallen van zijn beste vriend en concurrent. ‘Als Kai blijft staan, wordt het voor mij een stuk moeilijker’, zei hij. Maar dat deed niets af aan zijn titel. ‘Niet vallen is voorwaarde nummer een.’

Ook de afwezigheid van Pavel Koelizjnikov was in het voordeel van Krol. De Rus is een van de weinigen die zowel de 500 meter als de kilometer tot in de puntjes beheerst. Niet voor niets is hij op beide afstanden de wereldrecordhouder.

Maar de Rus was na blessureleed en een coronabesmetting slechts als reserve aanwezig in Thialf. Zijn coaches achtten hem nog niet fit genoeg om de sprinttitel te betwisten. Hij zal tijdens de wereldbekers zijn opwachting maken. Krol: ‘Het is afwachten hoe goed hij is.’

Met de erekrans en de gouden sprintmedaille om zijn nek was Thomas Krol niet plots bekeerd tot de sprintvierkamp. Een keer deelnemen aan het WK doet hij graag, maar zich specialiseren, dat niet. ‘Het is geen hobby van me.’ 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden