Voetbal Spelers uit Zuid- en Midden-Amerika

Onverzettelijke latino's geven Ajax vechtlust

Latino’s zijn populair bij Ajax. De Argentijn Lisandro Martínez is gelukkig met zijn eerste goal in Europa, de openingstreffer tegen FC Groningen, dat met 2-0 verliest in de Johan Cruijff Arena.

Lisandro Martínez schiet tussen twee spelers van Groningen, Matusiwa en Gudmundsson, de verlossende 1-0. Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Als Lisandro Martínez met een geplaatst schot zijn eerste doelpunt maakt in Nederland, de openingstreffer tegen FC Groningen, springt hij in de armen van Daley Blind. De latino’s geven Ajax extra kwaliteit, vechtlust en kleur.

‘Mijn eerste doelpunt in Europa. Het was een droom om hier, in deze competitie te scoren’, stelt de Argentijn in de catacomben van de Arena, na de 2-0 in een moeilijke wedstrijd tegen het georganiseerde, defensieve FC Groningen, dat breekt nadat Django Warmerdam zijn tweede gele kaart (dus rood) krijgt voor tijdrekken.

Martínez, 21 jaar, gekomen van de club met de illustere naam Defensa y Justicia. Controlerende middenvelder, op de plek van Frenkie de Jong vorig seizoen, al houdt daarmee elke vergelijking op. De zwierige lach van De Jong, uitdrager van vrolijk voetbal, tegenover gestaalde discipline, maar toch ook frivole, diepe passing van Martínez. Uitstekende pass, dito techniek, overzicht, altijd vragen om de bal. Begonnen als centrale verdediger, inmiddels controlerende middenvelder.

Hij en andere latino’s zijn populair bij trainer Erik ten Hag, wiens eerste half jaar bij Ajax een mislukking was, mede door vrijblijvendheid, door gebrek aan wedstrijdmentaliteit. Dat gaat anders tegenwoordig, mede omdat Ajax voor miljoenen euro's overlevingsinstinct aankoopt in Zuid- en Midden-Amerika.

Linksachter Nicolás Tagliafico stelde dat Ajax competitieduels dient te benaderen als wedstrijden in de Champions League. Hij gaf zelf het voorbeeld. Toen hij vorige week tegen Fortuna Sittard een hoofdwond opliep, liet hij eerst zijn hoofd verbinden. Daarna voetbalde hij de wedstrijd uit met een badmuts op.

Het publiek leert van de latino’s te houden, omdat ze iets toevoegen aan Ajax, afgezien van hun voetbalkunde en doeltreffendheid. Ze zijn onverzettelijk. Ze denken alleen aan winnen. Met trainer Guus Hiddink en de spelers Gomes, Alex en Farfán reikte PSV bijna tot de finale van de Champions League in 2005. Veertien jaar later deed Ajax dat bijna na, met Neres en Tagliafico. Nu zijn ook Edson Alvarez en Martínez doorgebroken.

Niet iedereen slaagt. Lisandro Magallán, die bijna tien miljoen euro kostte, speelde een bijrol en is verhuurd aan Alaves. Op weg naar Moskou voor het WK zat deze verslaggever naast een Argentijn, genaamd Horacio Medaglia, een hartstochtelijk supporter van Boca Juniors. Ook destijds was Magallán al in beeld bij Ajax. Hij zag hem elke week voetballen. ‘Ik snap niet dat Ajax interesse voor hem heeft. Een zeer matige verdediger’, oordeelde hij. Nagenoeg hetzelfde geluid hoorde je van andere supporters. Toch kocht Ajax Magallán.

Ajax trok altijd latino’s aan, met wisselend succes en soms jaren niet. Luis Suárez en Maxwell waren de grootste successen, spits Ivan Gabrich het prototype van de mislukking. In 2016 lokte Ajax de belangrijkste scout van FC Groningen, Henk Veldmate, specialist in Zuid-Amerika en architect van de Suárez-deal naar Groningen. Directeur Hans Nijland bestempelde hem als toptransfer. Veldmate wil in het weekeinde van Ajax – FC Groningen geen vragen beantwoorden over de toegenomen belangstelling voor Zuid- en Midden-Amerika, over de successen en de mislukkingen. Maar het gaat om bewust beleid, of, zoals directeur spelerszaken Marc Overmars zei: een kwaliteitsimpuls.

Alleen van de laatste jaren, vanaf 2016, is dit het lijstje: Neres gekocht voor 12 miljoen, Cassierra voor 5,5 miljoen, Sanchez voor 5 miljoen, en al voor ruim 40 miljoen verkocht. Tagliafico voor 4 miljoen. Orejuela 3,7 miljoen, Magallán 9 miljoen, Martínez 7 miljoen, Álvarez 15 miljoen. Orejuela, Magallán en Cassierra zijn alweer weg, verhuurd of verkocht. Voor Neres had Ajax al een paar keer 50 miljoen kunnen krijgen, Martínez en Álvarez zijn zo kort bij Ajax al bewezen toppers. Zekerheid bestaat niet.

Martínez vertelt dat hij het goed naar de zin heeft in Amsterdam, dat hij zich optrekt aan Neres, Tagliafico, Álvarez, doelman Varela en Onana, al is die een Afrikaan. ‘We hebben geweldige mensen in onze groep.’ En, het voetbal vergelijkend: ‘Er is meer agressie in het Argentijnse voetbal, het is meer fysiek, niet zo zeer gericht op het voetbal zelf. Hier gaat het meer om het spel en de tactiek.’

Van belang is dat Ajax latino’s uit het topsegment kan betalen tegenwoordig. Ajax biedt dezelfde salarissen of zelfs meer dan clubs als Valencia, woensdag tegenstander in de Champions League. De begroting ging mede door het succes in de Champions League naar 200 miljoen, de kosten stegen met 60 miljoen, vooral door salarissen en premies.

Martínez: ‘Ajax is een club waar spelers zich steeds meer kunnen ontwikkelen. Ik hoorde vorig seizoen al mooie verhalen van Tagliafico. Maar ik keek ook naar de manier waarop Ajax speelt. Ik zag de grote wedstrijden in de Champions League.’ Woensdag doet hij zelf mee, in een land waar hij eens misschien voetbalt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden