Onverzadigde publiekspeler op de bok

IJsbrand Chardon maakt komende week in Aken jacht op zijn negende wereldtitel. En daarna zal de vierspanmenner (45) niet verzadigd zijn....

Wie kent hem niet, IJsbrand Chardon, uitbater van koetsen voor rouw en trouw, eigenaar van een piekfijn paardenbedrijf (stalhouderij, manege, wedstrijdstal) met vijf sterren? Eigenaar ook van een erelijst die overloopt van titels in het vierspanrijden, want dat doet Chardon er naast zijn werk en gezin gewoon even bij.

En wie hem niet kent, hoort hem wel, komende week in de bossen rond Aken, waar hij jacht maakt op zijn vierde individuele wereldtitel. Misschien niet meteen al in de dressuur of bij het kegeltjesrijden, maar zeker in de marathon, het belangrijkste onderdeel van het mondiale titelgevecht, zal hij van zich laten horen.

Geen menner die zijn sport zo enthousiast beoefent als Chardon. Een typische publiekspeler. Na een fraaie actie op het hindernisterrein heft hij zijn handen – waar kolenschoppen niet tegenop kunnen – hemelwaarts en schreeuwt zijn gelukzaligheid naar buiten.

Zijn stem zoekt de hoogste registers op en draagt daardoor ruim voorbij de oren van zijn vier paarden. Die gaan mee in het enthousiasme van hun baas, en dat is nou net de bedoeling. ‘Ze moeten er aardigheid in hebben. Anders wordt het niks.’

Met die ‘aardigheid’ bij de menner zelf zit het wel goed, ook al heeft hij alles gewonnen wat er te winnen viel: negentien nationale titels, acht wereldtitels (drie individueel, vijf met het team), negen overwinningen in Aken en uiteindelijk ook een indoor-wereldtitel. Genoeg om op 45-jarige leeftijd vergenoegd de luie stoel op te zoeken, maar zo is Chardon niet gebakken.

De alleswinnaar verkeert al tijden in hogere WK-sferen, zeker na zijn glorieuze optreden tijdens de generale repetitie, zes weken geleden in Aken. ‘Ik zit sindsdien in een roes, dat is ongelooflijk belangrijk. Tegelijkertijd probeer ik contact te blijven houden met het aardse. Je kunt jezelf zo gek maken als je wilt, maar het is veruit het beste om met beide benen op de grond te blijven staan.’

Het beste voor hemzelf, maar vooral voor zijn paarden, want die hebben meteen in de smiezen wanneer de man op de bok gaat zweven. ‘Mijn paarden kennen mijn stemmingen en weten wanneer ik gespannen ben. Ze voelen het aan de manier waarop je ze uit de box haalt en de leidsels vasthoudt, ze voelen het echt aan de kleinste dingen.’

Chardon is als paardenman ervaren genoeg om te weten aan welke dingen. Daar heeft hij geen deskundige voor nodig. En voor zijn persoonlijke zieleheil kan hij zelf ook wel zorgen. Daar heeft hij geen mental coach, een nieuw fenomeen in de hippische wereld, voor nodig. Velen doen onderhand een beroep op types als Peter Murphy en Ted Troost. Chardon piekert daar niet over.

Niet omdat hij ‘iets heeft tegen die mensen’, maar omdat hij er de meerwaarde niet van inziet. ‘Ik ben van nature vrij nuchter en kan me goed voorbereiden en concentreren op een wedstrijd. En als ik even niet wil zijn wie ik ben, dan is er altijd mijn vrouw nog. Zij is erg nuchter, kan goed relativeren en ziet erop toe dat ik niet ga zweven.’

Een betere coach kan Chardon zich niet wensen. Daar komt nog bij dat ze een goede kijk op de wedstrijd heeft. ‘Ze kijkt met de ogen van een jurylid naar hoe ik rijd, want vanaf de bok kan ik niet alles zien.

‘Misschien zeg ik wel: zoals ik nu rijd, worden we wereldkampioen, maar dan heeft zij een heel ander beeld. Dan hebben we toch een probleem. Maar het beeld dat we samen de laatste tijd hebben, voldoet aan de verwachtingen. Dat werkt prikkelend, want we zijn er al twee jaar voor bezig.’

Jaren die Chardon min of meer in een tunnel heeft doorgebracht. Even liet hij zich uit die tunnel lokken toen zijn zwager overleed, maar sindsdien kon geen gebeurtenis, hoe ingrijpend ook, hem van de wijs brengen. Zelfs de onverkwikkelijke dopingaffaire rond zijn grote WK-rivaal Michael Freund liet zijn concentratie onaangetast.

De Duitser werd in 2004 in Hongarije wereldkampioen, ruim voor Chardon, maar moest zijn titel inleveren toen bij een van zijn kampioenspaarden een kalmeringsmiddel werd gevonden.

Freund kon aantonen dat hij zijn paarden had laten grazen in een Hongaarse wei met plantjes die de verboden kalmerende stof bevatten. De paardensportfederatie sprak hem daarop vrij, maar het internationale sporthof in Lausanne (CAS) draaide die vrijspraak terug. Het sporthof oordeelde dat Freund alsnog zijn gouden medaille moest inleveren.

Toppers als Felix-Marie Brasseur uit België en de Hongaar Zoltan Lazar waren blij met de straf, maar Chardon allerminst. ‘Die twee wilden dat Freund behoorlijk aangepakt zou worden, maar ik heb me van meet af aan van hun actie gedistantieerd.

‘Die man heeft anderhalf jaar geprocedeerd om zijn onschuld aan te tonen en veertig mille uitgegeven aan advocaten. Er zijn allerlei onderzoeksrapporten verschenen, maar die heeft het CAS eenvoudig naast zich neergelegd. Dat is bitter.’

Wrang was in zijn ogen ook de recente mededeling van de FEI aan Chardon, de nummer 3 van het betreffende WK, dat hij door de uitspraak van het CAS recht had op de zilveren medaille. Of hij die maar even op het hoofdkantoor van de Hongaarse bond in Boedapest wilde komen afhalen. Mooi dat Chardon daar niet over piekerde. ‘Dat leidt alleen maar af. Daar komt bij dat die zilveren plak voor mij na twee jaar totaal geen waarde meer heeft.’

Medailles, daar is het Chardon om te doen, maar niet op die manier. ‘Die zilveren plak heb ik niet verdiend, want ik was daarginds de nummer 3. Ik koester alleen de medailles die ik heb verdiend doordat ik de beste was. De rest zou ik bij wijze van spreken zo in de prullenbak gooien.’

Die van zilver en brons, hoe verdiend ook, kunnen eventueel met de vuilnisman mee, want eigenlijk heeft alleen goud zijn belangstelling. ‘Laat ik er maar geen doekjes om winden: ik wil gewoon de beste van de wereld zijn. Ik wil een topprestatie leveren en ik wil dat ze over een jaar of tien zeggen: die gozer uit Den Hoorn was echt goed. Misschien is dat allemaal ijdelheid, maar daar schaam ik me niet voor. Ik ben nu eenmaal wie ik ben.

‘Je krijgt niet vaak de kans als een van de topfavorieten naar het WK te gaan. Dus moet je die kans pakken. Je moet pakken wat je pakken kunt, een winnaarsmentaliteit hebben. Succes is het resultaat van willen en doen.’

En soms wil een beetje geluk ook wel helpen. Of anders wel de pech van concurrenten. Zo zal Chardon tijdens het WK geen last hebben van de met rugproblemen tobbende Duitse topmenner Ullrich en zal Freund door zijn dopingperikelen wellicht niet in zijn allerbeste vorm aan de start verschijnen.

‘Toch blijft het oppassen met die Freund. Je weet niet hoe de juryleden tegen hem aankijken. Het kan zijn dat ze hem door die dopingzaak laten zakken, maar het is even goed denkbaar dat ze hem uit medelijden extra compenseren.’

Eigenlijk wil Chardon zich helemaal niet bezighouden met kansberekeningen. Hij vreest Freund en de Belg, maar hij beseft tegelijkertijd dat hij vooral moet uitgaan van zijn eigen kracht en van de kracht van zijn helpers.

‘Ik heb mensen om me heen verzameld die alles geven omdat ze dat van mij moeten. Dan moet ik als leider van het vierspan dat zeker.

‘Ik wil nu die wereldtitel en niet later een keer. Er wordt weleens gezegd: pech gehad, volgende keer beter. Maar misschien is er helemaal geen volgende keer. Het kan zomaar ineens met je gedaan zijn.

‘Daarom is het alles of niets. En het moet alles worden. Ik ben er klaar voor, mijn mensen zijn er klaar voor en de paarden hebben er zin in. Het feit dat ik een van de favorieten ben, houdt me scherp. Dat maakt dat ik lekker in mijn vel zit. En ik heb er na 25 jaar nog steeds oneindig veel plezier in, ook al kost het mennen me een week of vijfenveertig per jaar.

Weken die gevuld zijn met trainingen, reizen, wedstrijden, lessen en spreekbeurten. Hij moet van zijn vrouw en vier kinderen vooral doorgaan met dat leven van jachten en jagen, ook al zijn zij daar min of meer de dupe van.

‘Mijn sociale leven lijdt er behoorlijk onder. We hebben weinig vrienden en komen nooit ergens, Paulien gaat doorgaans alleen naar verjaardagen. Gelukkig komen mijn kinderen niets tekort. Maar het is een zegen voor ze dat ze ook nog een moeder hebben.’

Het zou ook een zegen voor ze zijn als vader gewoon even die wereldtitel pakt. Zo niet, dan is er ten huize Chardon een probleem. ‘Bij een nederlaag, vooral als die aan mezelf te wijten is, baal ik als een stekker. Dan ben ik een paar dagen en misschien wel een paar weken niet te genieten. Dan hangt er thuis een sfeer die niet zo prettig is.’

Dan is misschien de tijd gekomen om er een punt achter te zetten en op zijn vele lauweren te gaan rusten. Maar daar heeft Chardon nog even geen zin in. Enthousiast vertelt hij dat hij nu al doende is paarden te kopen en op te leiden voor het WK over twee jaar in eigen land. ‘Veel sporters denken alleen maar aan de korte termijn. Ik niet. Wie de voorbereidingen voor het WK in 2008 nu nog moet beginnen, is te laat.

En aan gas terugnemen wil de immer enthousiaste menner al helemaal niet denken. ‘Ik doe iets goed of helemaal niet. Zo is mijn karakter nu eenmaal.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden