REPORTAGE

Onuitputtelijk reservoir: 300 miljoen pingpongende Chinezen

Afgelopen week waren de WK tafeltennis terug in wat je het thuisland van de sport zou kunnen noemen. Maar volgens insider Bettine Vriesekoop is de suprematie van China niet langer vanzelfsprekend.

Tafeltennis is overal deel van het dagelijks leven in China. Hier: een winkelcentrum in Hongkong.Beeld reuters

Peking 2008 een vroege ochtend in mei. Mijn buurtgenoten maken hun dagelijkse wandeling over de Jiangtai Lu naar het Si De-park in de wijk Chaoyang. In shorts, in een afgedragen trainingspak, een petje of hoedje op het hoofd tegen de zon, sandalen of zwarte Chinese gympen. Een oudere vrouw met een foute zonnebril op van Dolce & Gabbana - 5 yuan (0,72 euro) op Gold Street - trekt een boodschappenkarretje achter zich aan; daar zit water, thee en de lunch in die ieder bij haar heeft ingeleverd.

De mensen gaan naar het park om samen te fitnessen, diabolo of pluimbal te spelen. Anderen vertonen in een kring hun tai chi-slow motion en maken later muziek op een hogergelegen plek in het park. Maar mijn buurtgenoten komen vooral naar het park om te pingpongen.

Toen ik net in Peking kwam wonen, jogde ik geregeld langs de pingpongtafels onder de bomen langs de verschoten grasperken. Op een ochtend kon ik de verleiding niet weerstaan, maakte een praatje en vroeg of ik ook even mocht. Al gauw vormde zich een oploopje rond de tafel, een en al vrolijkheid en uitroepen van bewondering om mijn oude demonstratietrucjes. Iedereen wilde tegen me spelen, ze waren niet meer weg te slaan.

Zo leerde ik mijn buurtgenoten kennen. Mevrouw Ma van de 24-uurssupermarkt, mevrouw Li met haar zoon die in de VS was gaan studeren en fietsenmaker Wang, die al sinds zijn 10de voor de lol een balletje sloeg. 'Zolang je in beweging blijft, bespaar je dokterskosten', was hun devies.

Meervoudig Europees kampioene tafel­tennis Bettine Vriesekoop (53) trainde, woonde en werkte in China. Ze is journalist. Onlangs verscheen haar boek Dochters van Mulan bij Uitgeverij Brandt.Beeld anp

Mao zei ooit: 'Er is niets tussen hemel en aarde dan beweging en activiteit.' Het had zo maar een uitspraak van Laozi, de grote taoïstische wijsgeer, kunnen zijn.

Pingpangqiu, Chinees voor tafeltennis, is de enige zegen van het Engelse kolonialisme. Je kunt het net zo goed een geschenk uit de hemel noemen; geen ander volk dan de Chinezen is zo gek van het spelletje en heeft het zo perfect leren spelen.

In 1953, toen veel van mijn buurtgenoten kind waren, lanceerde Mao zijn slogan: 'Ontwikkel een sportcultuur en geef het volk een gezond en sterk lichaam.' Sportbeoefening moest mensen gezond maken en zo hun productiviteit verhogen. Mao wilde afrekenen met het beeld van China als de 'zieke man van Azië', China moest een sterke natie worden. De Grote Roerganger maakte zich tot hoofdpersoon van de campagne: voor het oog van horden fotografen zwom hij de rivier de Yangtze over en speelde tafeltennis in parken.

Tafeltennis is overal deel van het dagelijks leven in China. Hier: een school in Changzhi.Beeld reuters

Mao gaf zo in de jaren vijftig de aanzet tot de razendsnelle ontwikkeling van tafeltennis tot volksport nummer 1. De penhouderbatjes en pingpongballetjes uit de Chinese Friendship-fabriek waren voor iedereen betaalbaar. Maar ook legde hij toen al de basis voor de ontwikkeling van het tafeltennis als topsport. Jiang Qing, Mao's derde vrouw, werd verantwoordelijk voor de tafeltenniscompetitie in het Chinese leger, die zij perfect organiseerde, waarvoor streng werd geselecteerd en keihard getraind. De absolute wereldklasse van het Chinese tafeltennis is geboren in het leger.

Zhuang Zedong, drie keer wereldkampioen, verdween tijdens de Culturele Revolutie in de jaren zestig in de gevangenis als 'gedegenereerde bourgeois', maar werd daarna gerehabiliteerd en door Mao ingezet voor de als pingpongdiplomatie bekend geworden detente met de VS.

Pingpangqiu is geschikt voor het soepele, veerkrachtige en explosieve Chinese lijf en past bij het zogenaamde 'waterige' Chinese denken. 'Waterig', omdat de Chinese geest zich gemakkelijk aanpast aan alle omstandigheden, zich ervan bewust dat het handelen in het niet-handelen zit.

Zo efficiënt mogelijk, met zo min mogelijk energie, de tegenstander op het verkeerde been zetten, altijd vanuit 'zhong', het centrum. Het spel is enerverend, anticiperend en reactief, in hoge mate strategisch, intens. Wie niet waagt, die niet wint. Het heeft alle ingrediënten om een Chinees te verslaven. Zo gaan ook mijn buurtgenoten naar het park, om zich te verliezen in het ritme van het balletje, even ongrijpbaar als het leven zelf.

Een straat in Peking.Beeld reuters

Niet meer cool

Lees het boek Change van Nobelprijslaureaat Mo Yan, zelf een fervent tafeltennisser, die het sociale leven van zijn romanfiguren rond de betonnen speeltafels beschrijft. De pingpongtafels van Mao in de parken, op de wooncomplexen en de fabrieksterreinen zijn allang vervangen door weersbestendige exemplaren. Maar je vindt er nu ook fitnessapparaten, basketbalveldjes en snookertafels.

In 2015 is pingpangqiu bij de Chinese jeugd niet meer zo 'ku' - cool - als het ooit was. Nu zijn het vooral nationale tv-sporten als basketbal, snooker, tennis en voetbal die tot de verbeelding spreken. De afgelopen jaren zijn in de Chinese parken en op de schoolpleinen honderdduizenden basketbalveldjes aangelegd, voornamelijk gesponsord door bedrijven als Nike. Iedere schooljongen wil NBA-basketballer Yao Ming zijn en later veel geld verdienen.

De jonge stedelingen vinden tai chi iets voor slakken en pingpong een sport voor partijbonzen en oudjes in het park. Gaming en glamour winnen van sport en spel.

Een opvanghuis in Peking.Beeld reuters

Kinderen die nu nog uren willen trainen om de top te bereiken, komen voornamelijk uit de provincie, uit armere milieus. Dat begint al op de kleuterschool. Daar worden kinderen op basis van hun lichaamsbouw en hand-oogcoördinatie geselecteerd voor een speciale sportschool waar ze naast het reguliere onderwijs een paar uur per dag tafeltennissen. De grootste talentjes worden klaargestoomd voor de districtssportschool, waar het gewone onderwijs nagenoeg van het rooster is geschrapt. De volgende grote stap is geselecteerd worden voor het provincieteam of het nationale jeugdteam, de twee voorportalen naar de top van de sportpiramide: het nationale olympisch team in Peking.

China verstedelijkt rap en de rol die Mao aan het pingpangqiu toedacht, is onmiskenbaar tanende. De vraag is hoe lang China nog de absolute heerser van het tafeltennis zal zijn, nu Mao's volksport nummer 1 achter de horizon begint te verdwijnen.

Mijn inschatting is dat dat nog wel even zal duren. Volgens Chinese cijfers spelen nu nog altijd zo'n 300 miljoen mannen en vrouwen in enig verband tafeltennis, van wie 25 tot 40 miljoen op semiprofessionele basis. Mij dunkt, een reservoir dat nog decennialang wereld- en olympische kampioenen zal voortbrengen.

De Chinese tafeltennissers die afgelopen week in Suzhou goud wonnen zijn sterren, rijk en onaanraakbaar. Toch wordt tafeltennis nog beleefd als een eerlijke sport, ondanks zijn Engelse wortels niet-westers en vrij van omkoping. Misschien wel dankzij de integere, vadertje staat toegewijde pingpong spelende ouderen als mijn buurtgenoten, met wie ik ooit een potje speelde in het Si De-park.

Tafeltennis in China is nog steeds een sport van en voor het volk, een rode sport, precies zoals Mao het ooit bedoelde.

Een volkswijk in Shanghai.Beeld reuters
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden