Ontzettende blijheid, verschrikkelijke teleurstelling.

Precies tien jaar was Elisabeth Anthonius Maria Ignatius Sevens, roepnaam Lisette, hockey-international. De eerste van in totaal 125 interlands was op Wembley, in 1974, de laatste twaalfeneenhalf jaar geleden: de 'gouden' finale van het Olympisch toernooi in Los Angeles....

Die eerste interland staat haar nog scherp voor de geest. Omdat de wedstrijd op Wembley plaats had. 'Honderdduizend gillende schoolmeisjes op de tribunes, zodat je het fluitje van de scheidsrechter niet eens kon horen.'

In Londen was een vrouw bondscoach: Riet Küper. Sevens maakte de intrede van de mannen mee, te beginnen met Huib Timmermans die in 1978 kwam, en later Gijs van Heumen. Sinds kort is ze manager van het nationale vrouwenteam en staat ze coach Tom van 't Hek terzijde. Ze heeft al eens korte tijd Jong Oranje gecoacht.

Ooit was ze sportverslaggeefster bij Het Parool, zat ze in redacties van radio- en tv-programma's. Nu houdt ze zich bezig met klassieke homeopathie en schrijft ze voor Elegance. Op haar bureau staat een stapel boeken over Dromen, voor een binnenkort te verschijnen artikel.

Sevens (47) was een laatbloeister. Louter 'goede herinneringen' bewaart ze aan haar tijd als international. 'Het beheerste mijn leven. Het was zo ontzettend leuk allemaal. Zelfs het trainen, ook al was het soms vier keer in de week. Je kon al je emoties kwijt. Ontzettende blijheid, verschrikkelijke teleurstelling. Vloeken, tieren in een wedstrijd.

'Ik hou van afwisseling, van reizen. Voor mij was hockeyen in de nationale ploeg dus ideaal. Het was een fantastische periode. Ik geloof niet dat ik ooit heb afgebeld met een smoes. Ja, bij m'n club Amsterdam, een keertje. Ik had een afspraak om te eten in de stad en heb gezegd dat ik ziek was.' Ze krijgt er nog een kleur van als ze terugdenkt aan dat leugentje.

'Ik heb in de bossen bij Helmond, waar ik vandaan kom, leren hockeyen. Geleerd de bal te stoppen vooral. Ik was een echt buitenkind, altijd met een stick bezig. Dat heb ik van mijn vader, die hockeyde ook. Het Nederlands elftal? Daar dacht ik gewoon niet aan. Tot mijn 24-ste had ik nooit in vertegenwoordigende elftallen gespeeld.'

In 1973 was Sevens met een stel andere meiden van Amsterdam hostess bij het WK van de mannen in Amstelveen. Tegelijkertijd werd er een vrouwentoernooi gehouden. 'Toen ik ging kijken, dacht ik, wat zij kunnen kan ik ook.

'Het eerste jaar zat ik voornamelijk op de bank. Niets voor mij. Ik wil spelen. Toen heb ik bedankt. In 1976 keerde ik terug in de ploeg. Als voorstoper én in de basis. Als ik toen weer op de bank was beland, had ik meteen weer bedankt. Zeker weten.

'Nederland is natuurlijk een echt hockeyland. We hadden een sterke ploeg, we straalden veel uit. We hadden die houding van wie doet ons wat. We stonden al op 1-0 voordat we een bal hadden geraakt. Misschien kwam dat ook wel omdat we een man als coach hadden. Nu zijn we ook iets, was de algemene gedachte.

'Bij Amsterdam hadden we al mannelijke coaches gehad, Hans Jorritsma en Nico Spits. Er zaten veel speelsters van m'n club in de nationale selectie. Het ging steeds tussen HGC en ons; welke club levert de meeste internationals. Ik heb in die begintijd ooit eens gezegd: bij Amsterdam zijn we professioneler bezig dan bij het Nederlands elftal, vanwege de begeleiding door mannen.

'In veel toernooien was het zo dat we al op 1-0 stonden voordat we een bal hadden geraakt. Maar in 1983 kwamen we in de WK-finale tegen Canada in Maleisië met 2-1 achter. Ik weet nog dat er toen door de ploeg iets ging van, ja zeg ben je nu helemaal besodemieterd.

'Er waren nauwelijks journalisten mee op die reis. Ja, Hans Brian van de NOS kwam over voor de finale. We hadden er geen idee van hoe in Nederland werd gereageerd, of er zelfs wel iemand naar ons keek. We wonnen met 4-2 en waren weer wereldkampioen. En toen die menigte op Schiphol die ons opwachtte, en later het Catshuis. Het was gewoon een cultuurschok.'

Kuala Lumpur was de finale van Marjolein Eysvogel, die drie maal scoorde, én ook het toernooi met de beroemde foto van haar. Bij een duik naar de bal was duidelijk te zien wat ze onder haar rokje droeg. Sevens: 'Nou en. . . Het is net zo als met die foto van de winnende ploeg bij het WK van 1986, de opwaaiende hockeyrokjes zal ik maar zeggen. Wat is daar veel ophef over gemaakt. En waarom? Ik vond het een prachtige plaat, nog steeds trouwens. Maar ik zat toen niet meer bij de ploeg hoor.'

De Olympische Spelen van 1984 in Los Angeles het hoogtepunt? 'We begonnen kneuterig. Pas tegen West-Duitsland liep het. Dankzij de corners van Fieke Boekhorst en Sophie von Weiler wonnen we met 6-2. De laatste wedstrijd tegen Australië mochten we zelfs met klein verschil verliezen. Het werd 2-0 voor ons.' Sevens kreeg van Gijs van Heumen kort voor tijd een applauswissel, waardoor invaller/bankzitter Martine Ohr ook goud verdiende.

'Los Angeles was mooi. Maar ach, ik heb het ook anders meegemaakt. Van die treurige toernooien in treurige stadions. Het EK van 1984 in Lille bijvoorbeeld.'

En de gouden medaille? 'Die ligt hier ergens in een kast. Mijn zoon Olivier van acht heeft hem pas nog meegenomen naar school, voor een spreekbeurt.'

Ab Schreijnders

Dit is de zesde aflevering van een serie over oud-internationals.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden