Ontluikende kampioenen en krakende reputaties op olympisch kwalificatietoernooi

Vanaf Tweede Kerstdag, vijf dagen op rij in ijstempel Thialf

De Olympische Spelen zenuwslopend? Niet voor schaatsers. Zij vinden het olympisch kwalificatietoernooi pas erg. Vanaf Tweede Kerstdag, vijf dagen op rij in ijstempel Thialf: krakende reputaties en ontluikende kampioenen.

Is Ireen Wüst voldoende hersteld van haar vormcrisis om opnieuw voor olympisch goud te gaan? Foto Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant

De aanstormende jeugd

Ze zijn jong, maar er wordt volop rekening met ze gehouden. Kai Verbij en Dai Dai Ntab, beiden 23, zijn in staat de routiniers van sprint af te troeven. Verbij en Ntab nemen het op tegen het Nederlandse trio dat bij de vorige Winterspelen alle medailles veroverde op de 500 meter: Michel en Ronald Mulder (31) en Jan Smeekens (30). Anderhalve olympische cyclus schelen de jonkies en de veteranen, maar op het ijs is het verschil fracties van seconden.

Verbij is de meest ervaren schaatser van de twee jongelingen. Hij werd afgelopen jaar Europees en wereldkampioen sprint. Toch weet de zoon van een Nederlandse vader en Japanse moeder niet precies hoe hij met de druk van het kwalificatietoernooi zal omgaan. 'Het wordt een slagveld. Je kan je geen foutjes permitteren.'

Zijn gebrek aan ervaring ziet Verbij niet als een beperking. Hij heeft al genoeg spannende momenten meegemaakt, meent hij. Ook Ntab voelt zich niet onervaren. Hij maakte de afgelopen jaren veel progressie. Hij is op de 500 meter een van de favorieten. 'Ik voel me niet eens meer echt de jongste.'

Gezien hun leeftijd hoeven de 23-jarigen zich niet per se te plaatsen voor Pyeongchang. Lukt het nu niet, dan hebben ze over vier jaar weer een kans. Zo willen ze niet denken. Ntab, die een Nederlandse moeder en Senegalese vader heeft: 'Ik denk dat Kai en ik nog wel tien jaar mee kunnen, maar we zijn nog nooit zo goed geweest als nu. Dat moet je niet laten liggen.'

Antoinette de Jong (22) was in Jong Oranje drie jaar een ploeggenoot van Verbij. Ook zij is een serieuze kandidaat voor de Spelen. Ze weet hoe het is om mee te doen. Ze was er al bij in Sotsji, maar reed daar onzichtbaar rond tussen alle Nederlandse medaillewinnaars. Nu is ze ouder en beter. 'Ik voel me niet zo jong meer. Ik heb al veel meegemaakt.'

Dit seizoen schudde de Friezin de schuchterheid van zich af. Ze ging zelfs de strijd aan met Ireen Wüst, haar ploeggenote. Ze versloeg de olympisch recordhoudster (viermaal goud) dit voorseizoen voor het eerst op de 3.000 meter. In Pyeongchang moet dat ook kunnen, denkt ze.

Antoinette de Jong (22) steekt ploeggenote Ireen Wüst naar de kroon op de lange afstanden. Foto Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant

Kampioenen onder druk

Vier jaar is een eeuwigheid in de sport. Dat voelen sommige kampioenen van Sotsji meer dan ze toegeven. De olympische titels van Jorrit Bergsma, Michel Mulder en en Ireen Wüst betekenen niets op weg naar Pyeongchang.

Mulder heeft zware jaren achter de rug. De olympisch kampioen 500 meter zakte na zijn zegetocht diep weg. Het ging dit jaar wat beter, maar het is de vraag of hij de moordende concurrentie op de sprint overleeft. Alleen in zijn ploeg zijn er al drie mannen die hem kunnen verslaan: Verbij, Ntab en tweelingbroer Ronald. Ook met wereldkampioen Jan Smeekens moet hij rekening houden. Dat is geen fijn vooruitzicht. De 31-jarige Zwollenaar: 'Ik zit niet te wachten op komende week. Maar niemand, geloof ik. Het wordt zenuwslopend.'

Jorrit Bergsma begon redelijk aan het seizoen met een nationale titel op de 10 kilometer, voor Sven Kramer. Daarna ging het van kwaad tot erger met zijn vorm. Hij blameerde zichzelf in de wereldbekerwedstrijden. De olympisch kampioen 10 kilometer werd in Calgary zelfs laatste op de 5 kilometer. Na dat debacle vertrok hij naar Tenerife voor een fietstrainingskamp op hoogte. Het zal de spanning niet minder maken. Op de 10 kilometer zijn slechts twee startplekken te verdienen, op de 5 kilometer is de nummer drie niet zeker van plaatsing.

Ook Wüst heeft betere tijden gekend. Ze leek de afgelopen maanden tijd niet lekker in haar vel te zitten, onder meer door gedoe rond een nog te verschijnen biografie en een blessure aan haar linkerbeen. Op de 1.000 en 1.500 meter heeft ze af te rekenen met Jorien ter Mors en Marrit Leenstra, maar zou ook Lotte van Beek nog kunnen verrassen. Op de 3.000 meter, de afstand waarop ze regerend olympisch kampioen is, werd ze dit seizoen al meerdere keren verslagen door haar eigen ploeggenote De Jong.

Tijdens een trainingskamp in Spanje heeft Wüst haar hoofd leeggemaakt. Ze voelt geen greintje paniek, zegt ze. 'Elk seizoen ben ik er nog niet in november en kom ik half december weer op niveau. Nu is dat door de wedstrijdkalender twee weken later en sta ik er eind december weer. Komende week dus. Precies op tijd.'

Olympisch kwalificatietoernooi

Dinsdag 26 december
14.00 uur Vrouwen 1.000m
14.45 uur Mannen 5.000m
Woensdag 27 december
18.15 uur Vrouwen 3.000m
19.15 uur Mannen 500m
Donderdag 28 december
17.00 uur Vrouwen 500m
17.45 uur Mannen 10.000m
Vrijdag 29 december
18.15 uur Vrouwen 1.500m
19.15 uur Mannen 1.000m
Zaterdag 30 december
16.00 uur Vrouwen 5.000m
17.00 uur Mannen 1.500m

Nu of nooit

De hoogtijdagen van een schaatser duren doorgaans kort. Voor eind-twintigers is het tijd om te oogsten. Zeker voor Kjeld Nuis (28) en Hein Otterspeer (29). Zij gingen vier jaar geleden grandioos de mist in op het kwalificatietoernooi.

'Natuurlijk is het nu of nooit', geeft Nuis toe. De regerend wereldkampioen 1.000 en 1.500 meter hoopt in Pyeongchang te debuteren op de Spelen en meteen voor het goud mee te doen. Dan heeft hij eerst af te rekenen met de spoken van zijn verleden. Vier jaar geleden was hij een van de favorieten op beide afstanden, maar toen ging het door een mix van pech en zenuwen helemaal mis. Zijn wereldtitels van afgelopen seizoen - gewonnen op de olympische ijsbaan - hebben hem zelfvertrouwen gegeven. 'Ik heb op diezelfde baan al van dezelfde jongens gewonnen.'

Toch kreeg dat zelfvertrouwen een knauw toen Nuis het seizoen slecht begon. Hij plaatste zich op de 1.500 meter niet voor de wereldbeker en hij was niet langer ongenaakbaar op de 1.000 meter. Hij schreef de afgelopen maanden zijn verbeterpunten op en hield zichzelf zo bij de les. Daarom verwacht hij zich op twee afstanden te plaatsen. 'Als het startschot klinkt, gaan alle remmen los.'

Sven Kramer controleert zijn schaats. Foto Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant

Ook Otterspeer ging vier jaar geleden ten onder aan pech en nervositeit. Hij heeft ervan geleerd. Hij is sterker dan ooit. 'Het moment is nu. Dat besef ik. Ik moet mijn kans grijpen.'

De afgelopen twee seizoenen was de vicewereldkampioen sprint van 2015 een schaatser in de marge. 'Ik ben twee jaar geleden door een auto aangereden. Het herstel van de schouderblessure die ik daaraan overhield heeft lang geduurd.' Hij wilde te snel terugkomen. Zijn lichaam raakte uit balans, hij verloor zijn techniek en ging op de gekste momenten onderuit.

Hij wist de vorm te hervinden door veel te praten met coach Jac Orie. Sinds februari gaat het beter. Zo goed zelfs dat Otterspeer twee keer op de 500 meter een wereldbekermedaille won. 'Ik ben misschien niet meer de jongste, maar ik heb wel de ervaring.'

Glorieuze veteranen

'Het is gemakkelijker om iets stuk te maken dan om iets heel te houden.' Sven Kramer zei dat over Jorrit Bergsma, maar het zegt ook iets over zijn situatie. Hij heerst sinds zijn olympische debuut, in 2006, over de lange afstanden.

Hij heeft tegenslagen gekend. Hij was geblesseerd en een jaar uitgeschakeld na de Winterspelen van 2010, waar de foute wissel hem het goud op de 10 kilometer kostte. In Sotsji bleef Jorrit Bergsma hem de baas. Een troonswisseling leek aanstaande, maar onder leiding van coach Jac Orie herstelde Kramer zich.

Het lijkt ondenkbaar dat de 31-jarige Fries, die pas drie olympische titels op zak heeft, zijn startbewijzen op de 5 en 10 kilometer niet zal binnenslepen. In de woorden van Michel Mulder: 'Er is maar één iemand die deze week niet op zijn best hoeft te zijn en dat is Kramer.'

Jorien ter Mors, regerend olympisch kampioen 1.500 meter, lijkt ook zeker van haar zaak. Dat ze naar de Spelen gaat, dat weet ze al. Ze is geselecteerd voor de aflossingsploeg bij het shorttrack en mag ook de 1.500 meter rijden. Toch staat haar langebaanprogramma voorop. Gezien de uitslagen van de eerste wereldbekers heeft ze niet veel te vrezen. Op de 1.000 en 1.500 meter kan ze met de besten mee en in het zwakke 500-meterveld moet Ter Mors ook een ticket kunnen meepakken.

Tegelijkertijd weet de 28-jarige Twentse dat ze zich niet van tevoren al rijk moet rekenen. Vier jaar geleden werd ze ziek tijdens het kwalificatietoernooi. Ze kon zich niet kwalificeren op de 3.000 meter, een afstand waarop ze destijds goud had kunnen winnen. Gezond blijven is voor haar het belangrijkste devies, zeker gezien haar rugklachten in de eerste maanden van deze winter. Als dat lukt, is komende week slechts de opmaat tot meer succes.


Dit zijn de selectieregels voor de winterspelen

Aan de Winterspelen mogen maximaal 20 Nederlandse schaatsers meedoen: 10 mannen en 10 vrouwen. Er zijn bijna tweemaal zoveel startplekken: 19 bij de mannen en 19 bij de vrouwen.

De startbewijzen worden niet verdeeld door een bondscoach, zoals in sommige landen. Er wordt om gestreden bij het kwalificatietoernooi, tussen Kerst en Oudejaarsdag in Thialf. Dagelijks worden twee afstanden verreden.

Bij de mannen zijn de beste twee schaatsers op elke afstand verzekerd van olympische deelname. Bij de vrouwen ook, behalve op de 500 meter. Op die afstand presteert Nederland internationaal het slechtst.

Op alle afstanden behalve de langste (5km voor vrouwen en 10km voor mannen) kan de derde plaats ook een startbewijs opleveren. Zodra een schaatser zich voor twee afstanden plaatst (bijvoorbeeld Nuis voor de 1.000 en 1.500 meter), dan komt zo'n extra startbewijs voor een andere schaatser vrij. Hoe meer schaatsers zich voor twee afstanden plaatsen, hoe meer derde plaatsen een olympische startbewijs opleveren.

De deelnemers aan de ploegenachtervolging worden gekozen uit de schaatsers die zich op een individuele afstand hebben geplaatst.

Op het nieuwe olympische onderdeel massastart zijn twee schaatsers al aangewezen: Koen Verweij en Irene Schouten. De tweede startpositie wordt op Oudejaarsdag bekendgemaakt. De massastart wordt in Thialf niet verreden.