Ontberingen en gevaren als het gewone werk

Ze stinken een uur in de wind, hun kleren zijn altijd nat, ze eten slechts vriesdroog voedsel, leven wekenlang in een strak schema op een schip dat als een dolle stier tekeer gaat, verrichten levensgevaarlijke handelingen, beloven zichzelf dat het de laatste keer is, maar zijn als professionele zeezeilers nergens...

INEKE HOLTWIJK

HIJ WOONT nergens, zegt hij. Het komt er onverwacht fel uit. Maar iedereen woont toch ergens op de wereld? Zeezeiler Piet van Nieuwenhuyzen schudt opnieuw het hoofd. Hij is altijd op zee en dus woont hij nergens. 'Anderen vinden het misschien een leven van niks, maar ik vind het fijn.' Het klinkt bijna als een verontschuldiging.

Op de terrastafel in de jachthaven van Ilha Bela, waar het Nederlandse team van de Whitbread-race rond de wereld twee weken uitpuft, ligt zijn lifeline met vrienden en familie, een gehuurde zaktelefoon. Twee weken was hij vorig jaar in Nederland. De bowman (voordekker) trekt hardop de agenda na. 'Mexico, Hongkong, Key West, een transatlantisch oversteekje.' Om tenslotte vast te stellen dat hij in 1996 heeft meegevaren in dertig races. Wat anderen voor hun plezier doen, is voor hem werk. Die avontuurverhalen over zeezeilen vindt hij opgeklopte romantiek. 'Je vaart om te winnen.' Want 'daarna krijg je meer werk.'

Voor salarissen die variëren van drieduizend tot twaalfduizend gulden per maand - overigens beduidend minder dan collega's van andere boten krijgen - varen twaalf man het Nederlandse schip BrunelSunergy in negen maanden rond de wereld. Ze leven in een kale, stinkende ruimte van nog geen dertig vierkante meter, die vol ligt met zeilzakken.

Ze slapen hooguit vier uur achtereen op hangende brancards, drinken ontzilt zeewater, eten vriesdroog astronautenvoer. Boeken en muziek zijn taboe. Je kunt je niet wassen en je kleren zijn natte dweilen of klamme doeken en andere heb je niet bij je. Want dat is overbodig gewicht.

Net als een dokter. Op de BrunelSunergy prikt, snijdt ('ga nu twee vingers links van de navel en een omhoog') en naait Van Nieuwenhuyzen. Twee maanden liep de zeiler stage in het Rotterdamse Dijkzigtziekenhuis en na een dag mocht hij aan de operatietafel patiënten hechten.

De Whitbread-race is de Formule 1 van het zeezeilen. Je vindt er de beste boten, de modernste technologie en de beste zeilers. En het is (met de Vendée Globe) de enige waarin je de verraderlijke ijszeëen bij Antarctica moet bedwingen. 'Dat is een ervaring die je nergens mee kunt vergelijken', zegt wachtleider Peter Tans (drie Whitbreads). Daarom staan de meesten bij de volgende Whitbread weer op het dek ook al hadden ze de vorige keer gezworen nooit meer te gaan.

Maar laat niemand zich in de luren leggen. Tans: 'De meeste tijd is het gewoon saai.' De sleur van vier uur slapen, vier uur achterwacht en vier uur dek maakt dat een etappe van vijf dagen net zo voelt als een van vijf weken. Het geweekte hondevoer krijgt hij de eerste dagen niet weg. Hij is een laconieke Groninger, maar het prutje van brinta, muesli, gedroogde appels, yoghurt- en melkpoeder dat hij aanlegt met heet water en vervolgens ontbijt noemt, brengt hem bijna in extase. Zo gaat dat in de wereld van schaarste. De hele bemanning valt om klokslag vier uur aan op de brinta. Eerder mag niet. In de eerste etappes was het ontbijt om half een 's nachts al op.

Ook die twee mueslirepen waar je recht op hebt per dag zijn een hoogtepunt. En het summum van luxe is die ene keer dat je het enige schone, droge stel ondergoed aan kunt doen. 'Dat moment bewaar je voor een dag dat je je goed rot voelt', zegt Piet van Nieuwenhuyzen.

Voor de rest loop je in hetzelfde klamme, stinkende onderhemd rond. 'Weet je wat rot is', zegt Arjen van Gent, de grinder (man voor het zware werk). 'Dat je vier uur slaap hebt en een half uur kwijt bent om in dat schuddende schip je natte bovenkleren uit te krijgen.' Hij heeft net als de anderen uitslag op zijn benen, dikke opgezwollen handen en overal zwerende wonden. Toch vindt Van Gent, het type weervaste Zeeuwse boerenzoon, dat de fysieke inspanning wordt overdreven. 'Het korps mariniers vond ik meer afzien.'

Bij de meeste boten is er eerst een man met een idee, die een ander zoekt met een grote zak geld. De BrunelSunergy was een groepsproject en de boot is samen gebouwd. Van Gent hoort net als Peter Tans tot het clubje botenbouwende zeilers die van de loods in IJmuiden hun huis maakten. Ze kregen loon, maar toch. 'Zo'n project kost drie jaar van je leven', zegt Tans. 'En de meeste vrienden raak je kwijt.' Op de wal vinden ze hem ook snel te bot. 'Het is de boot', denkt hij. 'Je omgangsvormen veranderen. Op de boot zeg je alles meteen. Geneuzel kunnen we niet hebben.'

Peter Tans heeft een vriendin die hij hoog houdt. Hij is een uitzondering. De meeste professionele zeilers hebben geen vaste relatie. Arjen deed het met zeilster. Maar nu is het voorbij. 'We zagen elkaar nooit. Ik kwam alleen nog thuis om kleren te wassen.' Navigator Stuart Quarrie hield zijn vrouw op de huwelijksdag voor: 'Ik trouw met je, maar het zeilen blijft mijn eerste liefde'.

Quarrie kreeg voor de race slechts een kwart van het salaris dat hij had gevraagd. Toch aarzelde hij geen halve dag. Een Whitbread meemaken was zijn grote droom. Uitleggen aan het thuisfront, landlubbers of landdebielen in BrunSun-jargon, wat er gebeurt in de roaring fourties is onmogelijk, zeggen alle zeilers.

De steile, huizenhoge golven, de ijzige regens, de stormen, de dreiging van ijsbergen die je op de radar niet ziet en tonnen water die over het dek komen. Tans: 'Het is alsof de zee daar klauwen heeft die je voortdurend willen grijpen.' 'Het is als een weg met gaten waar je met honderdtwintig kilometer overheen knalt', zegt Arjen van Gent.

'De boot springt op en neer als een wilde stier in een kraal', zegt de Zweedse veteraan Krantz. 'De boot is het ene moment een onderzeëer en dan weer een vliegtuig', schrijft Arend van Bergeijk in een e-mail vanaf de boot. De wind bedraagt op dat moment 58 knopen. En veteraan Grant Dalton (van de Merit Cup): 'De boot springt over de zee als een op hol geslagen lift, de wind giert, het is nat en aardedonker en ondertussen moet je proberen een zeil in bedwang te houden dat overboord wordt getrokken.'

Wat bezielt een mens om in de vrieskoude, lichtjaren van de bewoonde wereld in een bootje heen en weer gesmeten te worden? 'Het is voor zeventig procent werk maar voor dertig procent hang naar avontuur', meent pr-medewerker Simon Keijzer. 'Life in the fast lane', noemt schipper Roy Heiner het.

Toch klinkt er af en toe twijfel boven het gebonk van de golven uit. 'Zijn wij gekken?', vraagt Arend van Bergeijk zich af in het logboek op een zoveelste natte, ijskoude dag als de mast bijna naar beneden komt omdat door de harde wind een achterstag breekt. Of op een andere dag: 'Leven lijkt meer overleven. Onvoorstelbaar dat we nog een wedstrijd varen ook. We zijn een grote groep gekken.'

Het is een verslaving aan adrenaline en snelheid, gelooft Ivan Bunner, de zonnige Britse zeilmaker die op land aan snowboarden en bergbeklimmen doet. Twee jaar geleden besloot hij te stoppen. Hij was het altijd vroeg opstaan en stressen moe en wilde ook wel eens alleen zijn. Zeven maanden had hij het volgehouden. Hij ging voor de bijl na een oversteek in Griekenland. Vrijdag had de schipper hem gebeld en zondags hing hij al weer aan de giek. 'Toen voelde ik pas hoe ik het had gemist.'

Dit is zijn derde Whitbread. 'Zeezeilers zijn stom', grapt hij. 'We vergeten bij aankomst onmiddellijk de ellendige momenten.' Bunner hing deze race met vijftig knopen wind in de zwiepende mast en repareerde twee scheuren in het grootzeil. Het zeil neerhalen en dan plakken zou een half uur tijdverlies betekenen. Als je daar in je tuigje hangt middenin die kolkende waterval, bestaat de wereld alleen nog uit die paal en de klus. Bewustzijnsvernauwing om de angst te bezweren. 'Ik hing daar en las wat er op de bus lijm stond. Shake before using.'

'Je went snel aan risico's', zegt Peter Tans. In de eerste etappe was er paniek op de boot bij 35 knopen toen de kleine speeder (voorzeil) op stond. 'Nu vinden we het een windje van niks en hangen we de grote speeder erin.' Maar de Groninger heeft - opnieuw - gezworen dat dit zijn laatste Whitbread is. Hij wordt te oud. De druk wordt steeds groter omdat de schepen elkaar zo weinig ontlopen. 'Het is permanent pushen', zegt hij. Pushen, tot het uiterste gaan, is wat de Amerikaanse boot Silk Cut deed, die 's nachts na een aanvaring met een ijsberg een mastbeschadiging opliep, toch de spinnaker hees waarop de mast brak. Wat we doen 'is op de grens van onverantwoordelijk', zei een schipper afgelopen week.

Op het terras neemt Piet van Nieuwenhuizen nog een slok van zijn cola nadat hij heeft uitgelegd hoe hij een keer uit de zwiepende mast vloog, dankzij zijn tuigje met lijn niet in het water belandde maar met een klap tegen het zeil aankwam en vervolgens over het voordek stuiterde. Hij gaat door. Natuurlijk. 'Het is toch je werk.'

Zaterdag 14 maart gaat de zesde etappe (Sao Sebastiao naar Fort Lauderdale) van start. Het BrunSun-logboek wordt dan hervat op de website http://www.brunelsunergy.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden