Column Peter Middendorp

Ons eigen kleine spitsenprobleem

Er is een discussie gaande over Jafar Arias, onze spits, en international van Curaçao. Het publiek moppert voorzichtig, want Arias scoort bijna niet en wordt toch telkens opgesteld, terwijl Sven Braken, onze andere spits, op de bank blijft zitten. De trainers zeggen dat Arias ‘anderen beter laat spelen’, en daar hebben ze ook wel gelijk in, al dragen die anderen niet na iedere kaats van Arias een shirt van FC Emmen.

Heracles kreeg zondag één kans bij ons, en het was meteen raak. Om ook een doelpunt te kunnen maken, moesten wij veel meer werk doen, alsof het net niet helemaal eerlijk was: veruit de meeste duels winnen, bijna alle tweede ballen veroveren, 70 procent van de tijd de bal in bezit houden en vijf kansen creëren. Ook ballen op de goal, tussen de palen, zogezegd, wat nog maar een klein deel was van het geheel aan doelpogingen.

Met Arias in de spits kun je bijna al je ballen kwijt. Hij is een ballen-vasthouder. Hij neemt ze aan en houdt ze bij zich, beschermt ze met zijn sterke lichaam, zodat de middenvelders de tijd krijgen om aan te sluiten en de aanval eventueel kan beginnen.

Maar hij scoort niet, of weinig, wat toch belangrijk blijft. Tegen Heracles thuis kopte hij afgelopen zondag de bal op precies dezelfde manier in de handen van de keeper als tegen Heracles uit — recht vooruit, op vanghoogte, niet te hard.

Met Braken, onze andere spits, zet je een echte doelpuntenmaker in de diepte. Als je hem vrij zet voor de keeper, zoals vorige week bij 0-0 tegen Feyenoord gebeurde, stuitert de bal van zijn scheen alsof-ie een punter heeft gekregen, maar geef je hem nóg een bal, liefst hard en hoog voor de goal, zoals zondag tegen Heracles, dan springt hij hoog voor de verdediging uit en kopt hem onhoudbaar hard in de korte bovenhoek.

Maar aan doelpunten gaat veel vooraf — bal afpakken, opbouwen, voorzetten, cross-, wissel-, steek- en eindpassen, die ook nog eens nauwkeurigheid vereisen. En met Braken in de punt van de aanval ontstaat er nu eenmaal vaak een gat tussen hem en het team, groot en gapend, een half veld, waarin alle ballen en bedoelingen verdwijnen.

Met Arias heb je de boterham, met Braken de pindakaas. Dat is, bij alle andere, ons probleem, ons eigen kleine spitsenprobleem — de enige luxe waarover we beschikken. Eigenlijk zou je een kruising moeten kunnen opstellen, een mens, half Arias, half Braken, en mindere helften verkopen of in het tweede laten spelen. Beiden opstellen, wat het beste zou zijn, kan niet, want dan zou je de extra verdediger moeten offeren, en die — Andrej Lukiç, van Kroatische makelij — staat daar werkelijk niet voor niets.

In de aanloop naar Heracles thuis, vanaf de 16de plek, vanuit de gevarenzone, met drie verse nederlagen in de benen, vond trainer Dick Lukkien de enige uitweg uit ons vermaledijde spitsenprobleem: hij stelde ze beiden op, niet tegelijk, maar na elkaar. De eerste 60 minuten waren we daarna met Arias doelpuntloos de beste, met Braken kregen we er in de 85ste minuut — betrekkelijk laat, maar dat kwam ook door de sneeuw — een doelpunt uit een voetbalstrip bij — klabám! (Oef, aargh.)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden