REPORTAGE

Ongewapend vechten tegen radicalisering

Een van de verdachten van de aanslagen in Parijs trainde op een boksschool in Molenbeek. Die moest jongens juist in het gareel houden.

De boksschool in het Brusselse Molenbeek. 'Jongeren radicaliseren niet omdat ze fundamentalistisch zijn. Ze gaan naar Syrië omdat ze het in de wijken zo klote vinden.' Beeld Marcel van den Bergh

Dat Ahmed Dahmani zou zijn geradicaliseerd, kunnen ze in de boksschool nauwelijks geloven. Hij trainde zelfs met mij, vertelt de Vlaamse Marjan Verachtert. Boksen met een vrouw, dat is toch niet echt iets voor een fundamentalist, zegt ze. Ze ziet hem nog staan, die lange Marokkaanse jongen. Hij gaf haar tips om door zijn dekking te komen. 'Ik moest stoten op zijn lichaam en dan op zijn hoofd.'

Nu zit Dahmani (26) in een cel in Turkije. Bij de Brussels Boxing Academy in Brussel, op de rand van de gemeente Molenbeek, zijn ze verbijsterd. Dahmani, potentieel Belgisch kampioen boksen, wordt genoemd als een van de organisatoren van de aanslagen in Parijs, waarbij op 13 november 130 mensen omkwamen. Hij zou de locaties van de aanslagen hebben uitgezocht en verkend.

Deze donderdagavond staat conditietraining op het programma. 'Ik wil de beste worden. Nog beter dan Muhammad Ali', zegt de kleine Samir. Het is heet in de bokszaal, maar de jonge bokser heeft de capuchon van zijn dikke trui over zijn hoofd getrokken en onder zijn sportbroekje draagt hij een zwarte maillot. Hij wil extra zweten om nog meer vet te verliezen. 'Spieren wil ik, geen vlees.'

Beeld Marcel van den Bergh

Net als Dahmani woont Samir in Molenbeek, de wijk die nu internationaal bekendstaat als broedplaats voor terroristen. Hier komen ook Brahim en Salah Abdeslam en Abdelhamid Abaaoud, verondersteld brein van de aanslagen, vandaan. Brahim blies zichzelf op bij café Voltaire in Parijs, Salah is nog steeds voortvluchtig.

Toen Dahmani met trainen begon, bleek hij al snel een talent. Na minder dan een jaar mocht hij wedstrijden boksen. Één brok spier, een mooie atleet. Op YouTube staat een filmpje van Dahmani in een Heerlense ring. Hij beweegt soepel, stoot hard. Na een linkse hoek gaat zijn tegenstander knock-out.

De sport hield hem van de straat, totdat hij werd betrapt op het gebruik van cannabis. In 2010 kreeg hij een dopingschorsing en 1.000 euro boete. Hij kwam nog maar amper trainen. Een lijk werd het, zegt Tom Flachet, een van de trainers. Van de atleet bleef weinig over. Dahmani werd teruggeworpen naar de grauwe straten van Molenbeek.

Beeld Marcel van den Bergh

's Ochtends trainen

In de bokszaal zijn een stuk of vijftig boksers hard aan het trainen. 'UN!', brullen ze na de eerste push-up. 'DEUX, TROIS, QUATRE!' Na twee keer tien push-ups komen de bokshandschoenen. Eerste oefening: stoten met rechts, ontwijken en hoeken met links. Pof, pof, pof.

Wat hij zou doen als hij het boksen niet had? 'Ik weet het niet', zegt Samir. 'Misschien werd ik wel een dief.' De jonge bokser woont met zijn drie broers en ouders in een appartement in Molenbeek, de wijk waar het grootste deel van de boksers vandaan komt.

School en boksen, dat is het ritme van Samir. Tussendoor een maaltijd van vlees of rijst, in elk geval veel eiwitten om spieren te kweken.

'Interessant aan boksen is dat het veel invloed heeft op je leven. Je moet op je gewicht letten, op je eten en je moet slapen om te kunnen trainen', zegt trainer Flachet. 'Als je niet goed hebt geslapen, krijg je een knal. Boksen is anders dan voetbal; dat kan nog met een suffe kop.'

Beeld Marcel van den Bergh

Flachet wil niet generaliseren, maar een deel van de Molenbeekse jongeren komt voor drie uur zijn bed niet uit, weet hij. Ze hangen wat rond, drinken thee in het koffiehuis. Daar zien ze op tv beelden uit Damascus en Homs, van bombardementen. Opengescheurde hoofden en benen. Lijken.

Toen Flachet en zijn maten in 2003 met de boksschool begonnen, besloten ze juist 's ochtends te gaan trainen, zodat de jongens wel op tijd moesten opstaan. Zonder dat ze het in de gaten hadden, probeerde de boksschool hun weer een normaal ritme te geven.

Samir zweet zich een ongeluk en hij gooit zijn trui aan de kant. Knieheffen, sit-ups en springoefeningen. Op de achtergrond luide rapmuziek.

De boksschool is een plek om de frustratie van zich af te slaan, zeggen de boksers. Hier proberen ze hun droom waar te maken: bokser worden.

Wat precies met Dahmani is gebeurd, weet Flachet niet. Of hij echt iets met de aanslagen te maken heeft, weet hij ook niet zeker. 'Maar die jongens kenden elkaar wel. Iedereen kent elkaar daar. Hij zal wel met die mannen hebben gebeld.' Dahmani zat in het criminele milieu, zegt Flachet. Dahmani werd veroordeeld voor het plegen van overvallen.

De Brussels Boxing Academy is behalve boksschool ook jeugdcentrum, een van de acht jeugdhuizen, zoals het hier heet. De boksschool is met haar circa 550 leden veruit de best bezochte. 'Boksen is hun passie', zegt Flachet. 'Ze komen hier voor de sport. Met kaartavonden gaan we ze niet bereiken.'

Zijn werk is nogal veranderd. Ging het vroeger over huiswerkbegeleiding en hulp bij het zoeken naar een baan, nu is de vraag of de jongeren hun leven willen geven in Syrië. 'Gelukkig komen ze met ons praten, dan twijfelen ze nog. Dan kunnen we er nog wat aan doen. Het eerste signaal van radicalisering is dat je ze niet meer ziet.'

De sfeer in de boksschool is na de aanslagen in Parijs veranderd. Als Flachet om 18 uur aankomt bij de boksschool staan de boksers voor een dichte poort. De boksschool zit in een gymzaal van een basisschool en sinds de aanslagen mogen de kinderen niet meer met de boksers in contact komen. Pas een kwartier voor de training gaat de poort open.

De boksschool in het Brusselse Molenbeek. 'Jongeren radicaliseren niet omdat ze fundamentalistisch zijn. Ze gaan naar Syrië omdat ze het in de wijken zo klote vinden.' Beeld Marcel van den Bergh

Wereld ingestort

De Brussels Boxing Academy wordt geleid door Flachet en zijn kompaan Mohammed Maalem. Hoofdtrainers zijn Mohamed Idrissi en Anas Lamouissi, die beiden voor de Marokkaanse nationale ploeg boksten. Het oude toilet van de school doet dienst als clubkantoor. 'Daar stonden de pisbakken', zegt Flachet. Nu is het krappe kantoor versierd met posters en spreuken van Muhammad Ali.

Trainer Flachet wijst tijdens een rondleiding in Molenbeek naar de straten waar Dahmani en de Abdeslams hebben rondgehangen. Hij kent de wijk, ook wel Laag-Molem genoemd, goed.

'Ahmed leefde aan de rand van de maatschappij. Hij had alles om te kunnen slagen als bokser. En toen werd hij betrapt op doping vanwege het roken van een joint. Het enige wat hij had, viel weg. Zijn wereld stortte in. En dan kreeg hij ook nog een boete van 1.000 euro. Weet je hoeveel dat hier is? Twee jaar schorsing is te lang. Met zes maanden hadden we hem nog binnenboord kunnen houden.'

Huizen zonder eigen toilet

De sportieve teleurstelling van Dahmani lijkt enigszins op het verhaal van de familie Abdeslam. Het café waarin het hele gezin aandelen had, werd gesloten wegens geluidsoverlast. Niet lang daarna vonden de aanslagen in Parijs plaats.

Deze donderdag wordt de markt in Molenbeek afgebroken. Het is een drukte van belang met koopmannen en vrachtwagens. Op het eerste gezicht is bijna iedereen van Marokkaanse afkomst. Flachet windt zich erover op: 'Waarom wonen de Marokkanen in Molenbeek, de Turken in Schaarbeek, de zwarten in Matonge en Portugezen en Italianen in Sint-Gillis? Dat is geen samenleven. Bij ons bokst een Portugees tegen een Marokkaan en een Zaïrees tegen een Turk.'

De meeste boksers reageren gelaten op de aanslagen in Parijs. De jonge Samir zit na de training hijgend op een houten bank. 'Alle mensenlevens zijn evenveel waard', zegt hij. 'Die van een Fransman net zo veel als van een Palestijn.'

Beeld Marcel van den Bergh

Een sterk sentiment in Molenbeek en de bokszaal: waarom wel zo veel aandacht voor de aanslagen in Parijs en niet voor aanslagen in het Midden-Oosten?

Al in 2012 waarschuwde Flachet: er is een groot probleem in Brussel. 'Sinds de aanslagen heb ik nog geen enkel positief voorstel voor de jongeren gehoord. Ze gaan alleen wel 400 miljoen in extra politie en enkelbanden investeren. Elk huis in Molenbeek wordt onderzocht, maar aan het feit dat een op de vier huizen in Molenbeek geen eigen toilet heeft, daaraan wordt niks gedaan.'

Dat moet anders, vindt Flachet. 'We moeten ervoor zorgen dat jongeren naar werk worden begeleid. Dat gasten de mogelijkheid krijgen na te denken over hun identiteit. Wie ben ik? Wat wil ik? Waar groei ik op? Er zijn plekken nodig waar je kunt zingen, toneelspelen of sporten. Er wordt veel te weinig georganiseerd, vooral voor jongeren van 18-plus.

'Jongeren radicaliseren niet omdat ze zo fundamentalistisch zijn. Ze vertrekken naar Syrië omdat ze het hier zo klote vinden. Daarom zijn de propagandafilms van IS ook zo gevaarlijk. Kom erbij, broeder, je hoort bij ons, roepen ze vanuit hun dure auto's.'

Het boksgedeelte van de training zit erop, maar de boksers hebben er nog geen genoeg van. Samir zet zijn capuchon weer op en verlaat de zaal. Een duurloop van 8 kilometer door Brussel. Binnenkort vecht hij zijn eerste competitiewedstrijd. In de categorie tot 57 of tot 54 kilo. Maar hij gaat winnen, dat weet hij zeker.

Beeld Marcel van den Bergh
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden