WB schaatsenSalt Lake City

Onder de 37 seconden: Femke Kok telt nu echt mee

Niets wees op een goede tijd. Sterker, tijdens de 500-meterrace van Femke Kok ging er van alles mis. Met name bij de start. En toch stond er zaterdag na afloop 36,96 op het scorebord van de Olympic Oval in Salt Lake City. Daarmee was de 21-jarige Friezin de eerste Nederlandse vrouw die onder de grens van 37 seconden dook.

Erik van Lakerveld
Femke Kok: eerste Nederlandse vrouw onder de 37 seconden op de 500 meter. Beeld EPA
Femke Kok: eerste Nederlandse vrouw onder de 37 seconden op de 500 meter.Beeld EPA

Toen het startschot klonk, schoot Kok weg. Maar haar tegenstander Jutta Leerdam bleef achter, in de veronderstelling dat er sprake was van een valse start. Onderweg naar de 100-meterdoorkomst was Kok in verwarring. Wat was er gebeurd, waarom hoorde ze haar concurrente niet schuin achter zich? Ze noteerde desondanks een keurige opening van 10,49.

Kok was daarmee even snel weg als op vrijdag, toen ze met 37,01 het oude nationale record van Thijsje Oenema (37,06) van het tableau veegde. In haar uppie denderde ze door. Terwijl Leerdam voor de vorm en de wereldbekerpunten haar race op trainingstempo afrondde, gleed Kok naar haar recordtijd.

Het was niet genoeg voor een podiumplaats, want de Poolse Andzelika Wojcik (36,77) en de Russinnen Angelina Golikova (36,78) en Olga Fatkulina (36,93) waren sneller. Voor Polen was het de eerste wereldbekerzege voor een vrouw sinds de zege van Erwina Rys-Ferens op de 3 kilometer in 1988, in Heerenveen.

Verbaasd

Na afloop toonde Kok zich even verrast als verheugd. ‘Mijn rit voelde totaal niet goed, maar de tijd was kennelijk wel goed. Ik had een paar missers en toen ik over de streep kwam, was ik verbaasd dat het een 36’er was’, zei ze bij de NOS.

Negen jaar stond het record van Oenema, voordat Kok het afgelopen weekend in twee etappes aanscherpte tot 36,96. Oenema was de laatste van de generatie Nederlandse sprinters van mondiaal topniveau, met vrouwen als Annette Gerritsen, de tot baanrenster omgeschoolde Laurine van Riessen en Margot Boer, die met brons als eerste Nederlandse in 2014 een olympische medaille op de 500 meter pakte.

Nadat Oenema eind 2015 door huidkanker gedwongen werd om op 27-jarige leeftijd haar topsportcarrière op te geven, viel er een gat. De enige die toen op goede dagen mee kon met de internationale sprinttop was Jorien ter Mors. Zij werd op de WK afstanden van 2016 vierde op de 500 meter en in 2018 wereldkampioene sprint. Haar beste 500-metertijd was helemaal niet zo scherp: 37,39.

Bij de mannen dook Jan Ykema die bij zijn zilveren race op de Winterspelen van 1988 in Calgary als eerste Nederlandse man onder de 37 seconden. Voortschrijdende trainingstechnieken en natuurlijk de klapschaats deden die tijd al snel verbleken. De snelste mannen sprinten onder de 34 seconden. Maar voor de vrouwen is het sinds de Chinese Yu Jing in 2012 36,94 reed een waterscheiding. Zij die eronder kunnen komen, doen echt mee.

Met haar nationale record onderstreepte Kok dat de Nederland weer meedoet op de 500 meter voor vrouwen en misschien zelfs meer dan ooit. Dat had ze vorig seizoen al laten zien, toen ze alle vier wereldbekerraces over 500 meter won en in Thialf al 37,08 reed. Maar op de WK won ze niet, ze werd tweede.

Geen uitschieters

Bij aanvang van deze schaatswinter moest ze telkens veel toegeven op de concurrentie. Bij haar beste uitslag tot dit weekend, de achtste plek in het Poolse Tomaszow Mazowiecki, moest ze 0,65 seconden toegeven op de Amerikaanse winnares Erin Jacksen. Waren de successen van vorig jaar eenmalige uitschieters geweest? Nee, luidde haar antwoord vrijdag al. Ze werd toen derde, op nog maar 0,2 seconden van Jackson.

Ook Leerdam (22) is een representant van de nieuwe generatie sprintvrouwen, al ligt haar talent meer op de 1.000 meter. Dat is de afstand waarop ze als 20-jarige in 2020 wereldkampioene werd. Vorige winter moest ze zich tevreden stellen met zilver.

Net als Kok haalde Leerdam na een stroeve seizoenstart pas in Salt Lake City voor het eerst deze winter het podium. Ze werd na de mislukte 500 meter met 1.12,25 tweede op de 1.000 meter, achter de Japanse alleskunner Miho Takagi (1.11,83). Het was pas de tweede keer in haar loopbaan dat Leerdam een wereldbekermedaille verdiende.

Kok mag de barrière van 37 seconden hebben geslecht, ze is nog een heel eind verwijderd van het wereldrecord van de inmiddels bijna vier jaar geleden gestopte Lee Sang-hwa. De Zuid-Koreaanse was in haar beste dagen onverslaanbaar en noteerde in november 2013 een tijd van 36,36 in Calgary. De enige die daar de afgelopen jaren bij in de buurt is gekomen, meerdere keren zelfs, is Nao Kodaira. Maar afgelopen zaterdag bleef de Japanse steken op de zevende tijd: 37,19.

Er zit nog genoeg ruimte voor verbetering, vermoedde Kok. Een nette rit met tegenstander, dat had al een heleboel kunnen schelen. ‘Het liefst had ik nog een keer gereden om te kijken of het harder had gekund.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden