Onbreekbare idealen van een gekwelde atlete

Haar doelen heeft ze bijgesteld, want dat maakt teleurstellingen minder groot. Toch is Jacqueline Poelman (25) vastbesloten weer heel erg hard te lopen....

door Tynke Landsmeer

E EN BOBBEL, ter grootte van een ei, ontsiert het linkerscheenbeen van Jacqueline Poelman. Souvenir van een stressfractuur. Het rode litteken, er dwars overheen, herinnert aan de operatie die de sprintster deze winter onderging. Net als de pijn, die tijdens extreme belastingen nog steeds voelbaar is.

De pijn is draaglijk. Het gedwongen stilzitten na de operatie niet. Jacqueline Poelman (25) wil maar één ding: zo hard mogelijk lopen op de 100 en 200 meter. En juist daarin wordt ze al vier jaar lang belemmerd.

Het begon allemaal zo veelbelovend. Het sprinttalent verraste in 1992 met een tweede plaats op de 100 meter tijdens de WK voor junioren. Twee jaar later bewees ze als senior dat haar succesvolle optreden geen toevalstreffer was. In Parijs behaalde ze brons bij de EK indoor op de 200 meter. En in eigen land versloeg ze Nelli Cooman bij de Nederlandse kampioenschappen.

Maar Poelman wilde meer.

'Ik had een nieuwe prikkel nodig. Ik trainde bij Argo'77 met een groep recreanten, meestal op gras of in het bos. Vaak was ik alleen. Ik voelde dat er meer uit te halen was, en dat ik ook meer kon. Als ik in Groningen was blijven wonen, zou ik waarschijnlijk op hetzelfde niveau zijn gebleven, maar ik was nooit beter geworden.'

Na een trainingsstage met de Utrechtse atletiekvereniging Hellas wist ze precies wat ze wel wilde: zich aansluiten bij de groep van trainer Peter Verlooy. 'Daar leefden ze voor atletiek. Er werd vijf keer per week getraind, iedereen was gemotiveerd. Dat wilde ik ook.'

Ze verruilde Groningen voor Utrecht en trainer Tije Blauw voor Verlooy. Maar waar ze succes zag gloren, vond ze enkel problemen. Nooit meer liep Poelman sinds haar overstap een internationaal titeltoernooi. En ook haar Nederlandse titels raakte ze kwijt. 'Vanaf die tijd ben ik aan het kwakkelen.

'Ik hield er rekening mee dat het 't eerste jaar minder zou gaan. Ik was niet zoveel gewend. Ineens trainde ik maximaal op spikes, ik deed aan alle trainingen mee, vond alles prachtig. Alleen de prestaties vielen tegen.

'Dus gingen we na het seizoen evalueren. Zoeken naar oorzaken waar het fout was gegaan en wat we het jaar erop zouden moeten veranderen. We haalden mijn oude trainingsdagboeken erbij, om de aanpak van toen en nu met elkaar te vergelijken. En de moed erin blijven houden, dat het volgend jaar wel weer beter zou gaan.'

Het ging niet beter. Het was sinds die tijd elk jaar hetzelfde deuntje: flink balen, uithuilen, evalueren en weer vertrouwen opbouwen. 'Soms is dat heel moeilijk, vooral als het slecht gaat. Dan wil je het liefst stoppen. Maar dat doe je niet, want de sport is veel te mooi. Ik slaagde erin uit elk seizoen ook weer de positieve dingen te halen.

'En op den duur zijn de tegenslagen steeds makkelijker te verwerken. In het begin waren mijn doelen hoog, afgesteld op de prestaties van het jaar ervoor, en dan viel het resultaat vreselijk tegen. Tegenwoordig verwacht ik er niet meer zo veel van. Ik wil dit jaar goed presteren tijdens de NK en ik wil in de buurt van mijn persoonlijk record lopen.'

Ogenschijnlijk lijkt Poelman te berusten in het lot dat internationale toernooien voor haar niet meer mogelijk zijn. Maar als dat ter sprake komt, stuift ze op. Aan alles heeft ze de afgelopen jaren getwijfeld, maar nooit aan haar mogelijkheden.

'Ik weet dat ik talent heb, anders had ik in 1992 nooit zo hard kunnen lopen. Wanneer je logisch redeneert dan zou ik dus met meer training nog harder moeten lopen. Ik heb er nog steeds vertrouwen in dat het goed komt. Anders was ik al lang gestopt.'

Daar leek dit seizoen dan ook alle reden toe. Net toen de tranen gedroogd waren en Poelman zich weer vol vertrouwen op het indoorseizoen stortte, diende zich de zoveelste klap aan. Al tijdens de tweede training raakte ze geblesseerd: een scheurtje in haar scheenbeen zette haar opnieuw buitenspel.

'Ik was al een heel seizoen aan het klungelen geweest, maar ik dacht dat het met rust wel zou genezen. En dan komt die klap. Op dat moment dacht ik natuurlijk: ik kap ermee. Maar ik wil niet op zo'n manier afscheid nemen, daar kan ik me nog niet bij neerleggen. Ik wil gewoon hard lopen. En dat gaat ook gebeuren, daar heb ik vertrouwen in. In mijn achterhoofd weet ik dat Peter en ik er samen wel uitkomen.

'Als ik moet stoppen met atletiek, dan stort mijn wereld in. Ik kan niet zonder. Mijn hele leven is afgesteld op atletiek. Als dat ineens wegvalt, zoals tijdens een blessure, dan besef je dat er maar weinig over blijft.'

'Ik mocht kiezen: een pen in mijn been, maar dan zou ik nooit meer kunnen lopen, of opereren. Dan is de keus niet moeilijk. Dan ga je opereren.'

Ook tijdens het revalideren hield Poelman zich vast aan haar onbegrensde liefde voor de sport. 'Het herstel is vreselijk. Vooral aquajoggen is een ramp. Je komt geen meter vooruit in dat vieze zwembad. Het is moeilijk om je daarvoor te motiveren.

'Bovendien is er steeds die onzekerheid. Niemand weet hoe lang het gaat duren. Als je je hamstrings scheurt, dan weet je precies hoe lang daarvoor staat. Dan weet de fysiotherapeut wat hij eraan moet doen, en dan kun je weer langzaam opbouwen. Maar ik mocht helemaal niks.'

D E DOELEN voor het nieuwe seizoen zijn daarom opnieuw bijgesteld. Deelname aan de WK in Sevilla is mogelijk, maar dan alleen op de estafette, bij de 4x100 meter. Op dat onderdeel deed ze in 1992 al mee aan de Olympische Spelen in Barcelona.

'Alles', zegt Poelman vastberaden, op de vraag wat ze ervoor over heeft om weer zo hard te lopen. Bijna alles dan. Want nooit, ook niet in de uitzichtloze dagen dat de muren van haar Utrechtse studentenkamer op haar leken af te komen, heeft ze overwogen te vluchten in het gebruik van stimulerende middelen.

'Ik weet dat er genoeg gebruikt wordt in de atletiekwereld. Maar het feit dat ik niet meer bij de top zit, heeft alles te maken met mijzelf en niet met de rest van de wereld. Ik heb er zelfs nooit over nagedacht om doping te gebruiken. Dat zou me veel te ver gaan.

'Het hoort niet, het is niet fair. Ik zou nooit met de gedachte kunnen leven dat ik een medaille haal terwijl ik heb gebruikt. Dan kun je er nooit zo van genieten als ik heb gedaan. En ik weet dat het ook zonder kan, ik ben tweede en derde geworden.

'Ik heb heel veel voor mijn sport over, maar niet alles. Dan maar niet.'

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden