INTERVIEW

Olympische droom is slecht voor haar hart

Interview Shanne Braspennincx, baanwielrenster

Ze wil naar de Olympische Spelen, maar misschien wordt Shanne Braspennincx gedwongen om nooit meer te fietsen. Het gevolg van een verkeerde medische ingreep na een hartinfarct.

Als ze nu een echo van mijn hart maken, ziet het er pico bello uit. Het zijn echt die aders. Beeld Klaas Jan van der Weij

De zachte wind voelt Shanne Braspennincx niet als ze zwetend in het donker naar het ziekenhuis van Colorado fietst. Ze heeft wel wat anders aan haar hoofd. Het is half vijf 's ochtends en de baanwielrenster is zonder het te weten bezig aan een gevecht tegen de klok.

Naast haar fietst bondscoach René Wolff, die ze in allerijl uit zijn bed heeft getrommeld. Een auto heeft de Nederlandse ploeg niet gehuurd voor het trainingskamp in de Verenigde Staten. Gelukkig ligt het ziekenhuis maar op anderhalve kilometer, aan een aflopende weg. Zo kan Braspennincx met haar onderarmen tot haar ellebogen op haar stuur hangen en hoeft ze nauwelijks bij te trappen.

Olympische Spelen

Tien uur eerder. 'Verdomme hé, ik krijg het benauwd', roept Braspennincx geïrriteerd. Ze klaagt niet snel. Maar tijdens het uitfietsen op het middenterrein van de wielerbaan in Colorado, op een woensdagavond in juli, kan ze het niet laten.

Een paar maanden geleden heeft Braspennincx (24) bij de WK zilver gewonnen op het onderdeel keirin. Ze geldt als een van de beste baanwielrensters van Nederland.

Alles wat ze doet staat in het teken van de Olympische Spelen in Rio. Nog precies twaalf maanden heeft ze. Bij haar thuis in Arnhem ligt een door spotlights verlichte zilveren WK-medaille in een vitrinekast, verrassend gewonnen op haar favoriete onderdeel: de keirin, in februari dit jaar. Niet dat het vaak nodig is, maar de medaille helpt haar om de focus op Rio 2016 te houden.

'Nee hè', mompelt ze, terwijl ze op advies van ploeggenote Yesna Rijkhoff van haar fiets stapt en plaatsneemt in de tent van het Nederlandse team. Het is niet voor het eerst dat een wedstrijd haar zwaar valt. Overgeven, met het zwart voor de ogen langs de kant moeten liggen, ze weet hoe het is. Braspennincx kan diepgaan als geen ander. Van die eigenschap moet zij het juist hebben.

Maar deze keer zijn de klachten anders. Wat heb ik toch gedaan?, denkt ze. Middenrif gekneusd? Longblaasjes kapot gereden in de ijle lucht? Vreemd is dat ook weer niet. Ze is moe en Colorado ligt op 2.200 meter hoogte.

Iemand van de begeleiding drukt haar een zuurstofmasker in handen. Zulke spullen heeft het Nederlandse team altijd mee, veel sporters gebruiken het apparaat na een wedstrijd om het herstel in de longen te bevorderen. 'Het helpt geen ene flikker', zegt Braspennincx, terwijl ze het zuurstofmasker teruggeeft. De druk op haar borst houdt aan.

En het ging vandaag net zo goed. Nog geen kwartier geleden plaatste ze zich voor de finale. Straks mag ze nog een keer fietsen.

Regen

Het begint te regenen, fietsen op een natte baan is gevaarlijk. Niet veel later meldt de wedstrijdorganisatie dat de finaleritten worden uitgesteld tot de volgende ochtend. Braspennincx pakt haar spullen en fietst de twee kilometer terug naar de campus, waar ze een slaapkamer deelt met ploeggenote Laurine van Riessen.

Haar fiets zet ze in de kamer. Even later sluit ze fris gedoucht en omgekleed in de eetzaal aan bij de rest van het Nederlandse team. Ze is een van de oudsten van de overwegend jonge ploeg, een gezelligheidsdier ook. Maar vanavond is ze niet in voor natafelen. Zelfs van de grappen krijgt ze niks mee. 'Jongens, ik trap 'm aan. Ik voel me nog steeds niet goed, ben benauwd en ga vroeg naar bed', zegt ze.

Bezorgd is ze niet. Waarom zou ze? Ze is 24, fitter dan ooit en wie hard traint heeft elke dag te maken met pijntjes. In de beleving van Braspennincx is dat het teken dat je verbetert, dat je sterker wordt. Topsporters denken doorgaans niet aan acute, levensbedreigende ziekten. Ook zij niet.

Al op jonge leeftijd leerde ze hard te zijn voor zichzelf. Ze staat in haar ploeg bekend als 'one of the guys'. Als er schunnige grappen worden gemaakt in haar bijzijn, krijgt ze steevast te horen dat zij dat toch wel kan hebben. Het gevolg van opgroeien met twee broers, denkt ze. Alles wat Stijn en Ton deden, wilde zij ook. Ze was een wildebras en zat op haar 7de al te 'klooien op een fietsje' bij de wielerclub. Nog voordat ze oud genoeg was om een wedstrijdlicentie aan te vragen.

Ook zonder haar broers als voorbeeld kon het niet anders dan dat zij zou gaan wielrennen. Haar ouders kochten een restaurant in Meerle, vlak onder de grens in België. Op jonge leeftijd leerde ze dat ze in een wielerdorp woonde. Erik Dekker en Servais Knaven zag ze vroeger met regelmaat langsfietsen. 'Als je vervolgens je dorpsgenoot op tv een etappe in de Tour de France ziet winnen, motiveert dat wel.'

Talent had ze zeker. In haar jeugd won ze van jongens, werd ze drie keer Nederlands jeugdkampioen en verhuisde ze op haar 17de naar Papendal toen ze werd uitgenodigd door de nationale selectie op de weg. De keren dat ze op een baan fietste, waren op de vingers van een hand te tellen. Niet zo vreemd, de dichtstbijzijnde wielerbaan lag op twee uur rijden van haar ouderlijk huis.

Ziekenhuis

Braspennincx is onrustig. Ze wordt steeds wakker en haar linkerarm voelt raar. Alsof die aan iemand anders toebehoort. Haar arm ligt ook maar in de weg, heel irritant is dat. Als ze halverwege de nacht terug loopt van de wc op de gang, druipt het zweet van haar lijf. Ze besluit haar kamergenote Laurine van Riessen wakker te maken, die haar adviseert Wolff te wekken. Als hij van haar klachten hoort, is de bondscoach resoluut: 'We gaan naar het ziekenhuis.'

Ze kent de Duitser sinds 2011, toen goede resultaten op de weg uitbleven en Braspennincx nadacht over een toekomst in een andere wielerdiscipline. Baanwielrennen is een kleine sport in Nederland, er is minimaal budget en beperkte media-aandacht. Groot talent is altijd welkom. 'Lijkt het je wat om mee te gaan op trainingskamp naar Amerika?', vroeg Wolff destijds. Haar antwoord: 'Wat is dit voor vraag? Natuurlijk!'

Ze geniet van het reizen, zoals naar Colorado. Maar uiteindelijk draait het maar om één ding: winnen. Als klein meisje sprak ze er al hardop over: 'Ik wil wereldkampioen worden.'

Hartritmestoornissen

Op de eerste hulp in Colorado wordt ze op een stoel gezet en krijgt ze een spervuur aan vragen. Een verpleegkundige meet haar hartslag en zegt: '42 slagen, zo laag is logisch voor een topsporter.' Maar Braspennincx schrikt. 'Dat is helemaal niet logisch, mevrouw. Mijn hartslag is nog nooit zo laag geweest en ik stap net zwetend als een otter van mijn fiets.' Pas wanneer de cardioloog hoort dat Braspennincx rond haar 17de last had van hartritmestoornissen waar ze later overheen groeide, neemt de paniek in het ziekenhuis toe.

Dan gaat het snel. Plots schiet haar hartslag alle kanten op, er wordt een infuus aangelegd en ze krijgt een adrenalinespuit. Al die tijd is Braspennincx bij bewustzijn maar verdoofd, onder invloed van morfine en andere pijnstillers. Tot haar wordt gevraagd of ze steroïden heeft gebruikt. Doping dus. Ontzet tilt Braspennincx haar hoofd op. 'What the fuck? Nee! Natuurlijk niet!'

Het is inmiddels acht uur geworden. Ze ligt alleen op een kamer als een broeder langskomt. 'Shanne, je hebt een hartinfarct gehad', zegt hij. Dan komt het besef. Haar rechterkransslagader zat voor 99 procent dicht. Ze is gedotterd, er is een stent geplaatst, een buisje dat helpt bij het openhouden van een bloedvat.

Bel zulk nieuws maar even naar Nederland. Nooit eerder hoorde ze zo veel emotie in de stem bij haar vader en broers. Nooit eerder voelde ze zich zo ver weg en alleen. De televisie in haar kamer vertoont een sitcom waarin een actrice schrikt en zegt: 'Ik kreeg bijna een hartaanval.' Braspennincx kan alleen maar denken: zo'n grap heeft voor de rest van mijn leven een andere lading gekregen.

Het advies dat de dokters in Colorado haar gaven: drie weken rust houden, dan revalideren en daarna mag ze weer onbezorgd haar fiets op. Althans, dat denkt ze.

Zuurstoftekort

Twee maanden later, in september, kampt Braspennincx nog steeds met klachten. Het lastigste is het opnieuw leren vertrouwen van haar lichaam. Hoe moet zij nu weten welk pijntje hoort bij haar herstel en welk gevoel haar moet verontrusten?

Toch trekt ze aan de bel. Ze krijgt een echo en scans, gevolgd door verbijsterend nieuws: in Colorado hadden ze er geen rekening mee gehouden dat topsporters getrainde, grotere aderen hebben dan de gemiddelde mens. Er is een te kleine stent geplaatst en deze blijkt dicht te zitten.

De verstopping wordt verholpen. Maar de precieze gevolgen van dat tijdelijke zuurstoftekort rond die stent zijn nog onduidelijk. 'Dat kunnen we pas zien als alles rond jouw hart een beetje rustig is en wanneer je voorzichtig getraind hebt om te kijken wat er dan gebeurt', vertellen Nederlandse artsen haar.

Schade

Ze droomt nog steeds van de Spelen in Rio. Maar misschien wordt ze wel gedwongen om nooit meer iets te doen. Testen in januari moeten uitwijzen hoe groot de schade is in het gebied rond haar kransslagader. Dan pas weet ze of ze ooit weer intensief mag sporten.

Tot die tijd traint ze voorzichtig in andere hartslagzones. Zo hoopt ze de trainingsachterstand zo veel mogelijk te beperken, mochten de artsen haar groen licht geven om haar olympische droom na te blijven jagen. Dat ze achterligt op de concurrentie, merkt ze dagelijks. Al haar broeken zakken af - dé vrees voor baanwielrenners, die trots zijn op hun doorgaans gespierde billen en benen.

Ruim tien uur nadat ze in Amerika een hartinfarct had gehad, is ze naar het ziekenhuis gegaan. Waarschijnlijk heeft ze geen extra schade opgelopen in die tijd. Toch denkt ze nu: was ik wel goed bij mijn hoofd?

Als die wedstrijd de avond ervoor niet was afgelast door de regen, was ze gewoon gaan rijden. Dat weet ze zeker. En dan? 'Dan had ik waarschijnlijk ter plekke een hartstilstand gehad. Of je dan nog gereanimeerd kunt worden? Ik heb geen idee.'

Shanne Braspennincx op de baan. Beeld Getty

Eenzaamheid

Een topsporter heeft doorgaans oogkleppen op. Ook voor Braspennincx ging de sport altijd boven alles. Nu is het anders. De verstandhouding met haar broers is hechter geworden. 'En mijn moeder checkt tegenwoordig bijna dagelijks via WhatsApp, al is het maar met de simpele vraag: 'Hé Shanne, hoe gaat het?' Lang alleen zijn lukt haar ook niet zo goed meer. In eenzaamheid begint het piekeren.

Laatst zag ze haar ploeggenoten een van de voor Nederland succesvolste EK's ooit rijden: negen medailles, waaronder vijf keer goud, was de oogst. Braspennincx was zowel door trots als jaloezie overmand. 'Tot ik in juli werd neergesabeld deed ik mee, ik bungelde nooit onder aan de groep. Nu zat ik langs de kant.'

Ze had het infarct niet kunnen voorkomen. Haar vader werd op zijn 35ste gedotterd, maar nooit vreesde ze dat ook zij in de problemen kon komen. Ze stond juist bekend als de gezondste van de drie kinderen uit het gezin en haar hart werd geregeld getest tijdens sportkeuringen. 'Als ze nu een echo van mijn hart maken, ziet het er pico bello uit. Het zijn echt die aders.'

Natuurlijk zou ze kunnen zeggen: ik stop met fietsen, ik neem geen risico meer. Maar ze wil zo graag. 'Er zit nog zo veel in het vat en ik word er gelukkig van. Fietsen hoort bij mij, dat wil ik blijven doen. Maar of dat kan, ligt niet meer alleen aan mij. Je hart is niet zomaar een deel van je lichaam, het is je motor. Soms denk ik: kan ik niet even andermans hart stelen?'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.