Olympische Spelenwielrennen

Olympiërs Van der Breggen en Van Vleuten: We kunnen pas tegen elkaar rijden als de rest eraf is

In Rio de Janeiro won Anna van der Breggen goud nadat Annemiek van Vleuten, aan kop rijdend, in een afdaling onderuit ging. In Tokio staan ze weer samen aan de start. Ze blikken terug en vooruit.

18 mei 2021. Anna van der Breggen (links) wint de sprint van Annemiek van Vleuten in de  Baskische koers Durango-Durango.  Beeld Getty Images
18 mei 2021. Anna van der Breggen (links) wint de sprint van Annemiek van Vleuten in de Baskische koers Durango-Durango.Beeld Getty Images

Olympische titel

Van der Breggen (31): ‘Wat dat heeft betekend, vind ik een lastig te beantwoorden vraag. Ik weet immers niet hoe het was geweest als ik in Rio niet had gewonnen. Ik ben niet ineens beter omdat ik olympisch kampioen ben. De andere meiden keken ook niet anders naar mij. Het is één moment geweest waarop je een wedstrijd hebt gewonnen. Zeker, het was heel bijzonder om mee te maken, het gaf zelfvertrouwen. Maar er wordt vooral van buitenaf anders tegenaan gekeken, alsof het een moeilijkere wedstrijd is om te winnen.

‘Het wordt misschien wel te groot gemaakt. Een WK is lastiger. Dan rij je met 120 rensters, in Tokio zijn er 60. Veel toppers zijn er niet. Dat neemt allemaal niet weg dat de zege in Rio ergens bovenaan staat op mijn lijstje met de mooiste overwinningen. Ik heb één kans gehad en die heb ik gegrepen. Ik wil zeker weer winnen. Ik wil graag laten zien dat ik de beste ben.’

Van Vleuten (38): ‘Het niveau van zo’n olympische wedstrijd is kwalitatief het laagste niveau van alle races gedurende vier jaar. De helft van het aantal goede rensters zit thuis. Veel landen sturen er maar één. Velen ken ik niet eens. Ik heb er wel een missie van gemaakt om mensen daarop te wijzen, wakker te schudden, het belang ervan te relativeren. Ik deed dat omdat ik het zo jammer vond. Je deed daarmee de vrouwen tekort. Gelukkig is de regel veranderd.

‘Bij de volgende Spelen is het peloton bij de mannen en de vrouwen gelijk. Mooi, doel bereikt. Maar ik vind nog steeds een wereldtitel belangrijker dan een olympische. Een onwijs mooie trui, behaald in een sterk deelnemersveld, met landenteams op normale grootte. Laat ik het zo zeggen: de olympische titel staat er een half procentje onder. Het is zo bijzonder omdat het eens in de vier jaar is. De wedstrijd wordt heel veel bekeken. Het is daarmee ook een moment om het vrouwenwielrennen in de etalage te zetten, al is het niet representatief.’

April 2021, Annemiek van Vleuten met de bloemen voor de tweede plaats in Luik-Bastenaken-Luik.  Beeld AFP
April 2021, Annemiek van Vleuten met de bloemen voor de tweede plaats in Luik-Bastenaken-Luik.Beeld AFP

De val

Van Vleuten: ‘Anderen zien Tokio misschien als de gelegenheid waarin ik iets recht kan zetten na mijn val in Rio. Alsof ik uit zou zijn op revanche. Zelf heb ik dat gevoel totaal niet. Die val is achteraf gezien het startpunt geweest van het tweede deel in mijn carrière. Ik heb het juist omarmd. Ik had de zege voor het grijpen, ik bleek tot iets in staat waarover ik tot dan alleen maar durfde te dromen. Dat ik niet met een medaille thuiskwam, zie ik niet als iets negatiefs. Het was tof dat ik heb laten zien dat ik op dat moment de beste klimmer was. Voor mijn motivatie in Tokio maakt het niets uit. Dit is een totaal nieuwe wedstrijd.’

Van der Breggen: ‘Nee, de val van Annemiek heb ik nooit ervaren als een schaduw over de titel. Bij mij is vooral blijven hangen dat 2016 niet eens mijn beste jaar was, maar dat ik toch olympisch kampioen ben geworden. Ik kon in de finale zoveel dingen fout doen, maar waar ik het jaar eerder misschien wel beter was maar veel verkeerde beslissingen nam, deed ik daar eindelijk ik alles goed. De goede keuzes gemaakt, het juiste moment aangegaan. Daar ben ik vooral trots op.’

De vorm

Van Vleuten: ‘Ik heb nog steeds het idee dat ik beter kan worden. Vorig jaar was misschien wel mijn allerbeste jaar, dat kwam ook wel door covid, waardoor ik langer heb kunnen trainen. Ik stak er met kop en schouders bovenuit. Velen hadden lang in lockdown gezeten. Anderen waren misschien wat minder gemotiveerd omdat er zo lang geen wedstrijden waren. Daar had ik geen last van. Dat ik de afgelopen maanden niet meer iedereen naar huis reed, heeft te maken met de sterker wordende concurrentie, zeker in vergelijking met 2020.

April 2021, Anna van der Breggen heeft de Waalse Pijl gewonnen. Ze wordt geflankeerd door de Poolse Katarzyna Niewiadoma en Elisa Longo Borghini uit Italië. Beeld BELGA
April 2021, Anna van der Breggen heeft de Waalse Pijl gewonnen. Ze wordt geflankeerd door de Poolse Katarzyna Niewiadoma en Elisa Longo Borghini uit Italië.Beeld BELGA

Op basis van mijn trainingen denk ik dat ik weer een stapje heb gemaakt. Het is een kwestie van opbouwen, van focussen. Mijn piekmoment moet nog komen. De Spelen zijn voor mij dit jaar het grootste doel. Daarom heb ik na een heel druk koersblok de Giro Rosa overgeslagen en gekozen voor een hoogtestage in Italië. Daar gaat mijn niveau omhoog, in wedstrijden gaat het juist omlaag. Tien dagen klassement rijden, geeft heel veel stress, het is ook oppassen, vorig jaar viel ik. Mijn pols speelde me nog parten op het WK in Imola. Ik wil opgeladen naar Tokio gaan, niet afgedraaid.’

Van der Breggen: ‘Ik rij goed op dit moment, een trainingskamp extra was voor mij geen optie. Ik ga geen wedstrijden mijden om niet te vallen. Het kan je ook op een training overkomen. Ik hou van koersen. Het gaat het hele seizoen al goed. Ik zat er meteen in, het was de eerste koers raak, terwijl iemand anders onze kopvrouw zou zijn. Hoe dat komt, weet ik niet precies. We hebben niet veel anders getraind dan voorgaande jaren. Misschien speelt mee dat ik niet zoveel druk voel, dit is mijn laatste seizoen. Het dragen van de regenboogtrui geeft toch ook iets extra’s.’

De ploeg

Van der Breggen: ‘Met SD Workx winnen we heel veel, ja. Dat ik een ander een keer de ruimte geef, is niet meer dan normaal. De suggestie dat ik wel eens meedogenlozer zou kunnen zijn door alles voor me op te eisen, is onzin. Je moet meedogenloos met de ploeg zijn. Wielrennen is een teamsport, je wint samen. Als ik het gevoel heb dat het erin zit, laat ik dat weten en dan krijg ik van de andere meiden ook de kans. Maar in Luik-Bastenaken-Luik konden we bijvoorbeeld echt vertrouwen op de sprint van Demi Vollering. Die gaat gewoon harder. Het hangt echt af van de koers. Ik heb er totaal geen moeite mee me dan weg te cijferen.’

Van Vleuten: ‘Wat me de overgang naar Movistar heeft opgeleverd? Nieuwe energie, een nieuwe taal leren, het werken met jonge, talentvolle ploeggenoten die nog wel een kopvrouw nodig hebben om zich aan op te trekken. Ik vind het leuk zo’n coachende rol op me te nemen. Wie weet rijdt er wel een opvolgster van mij tussen. Ik ben heel blij met mijn snellere fiets voor de tijdrit. Er is veel energie in gestoken. Ik heb vier keer in de windtunnel gezeten.

‘Wat ik wel wat mis, is tactisch vernuft bij de ploegleiding. Misschien had ik er meer van verwacht. Het is mooi hoe iemand als Pablo Lastras met ons en het personeel omgaat, hij smeedt er echt een fijne familie van. Maar waar we in Nederland echt gewend zijn aan ploegleiders die zich mengen in de strategie, hoor je uit de Spaanse volgauto’s vooral vamos! Vamos! Vamos. En: focus! Dat kan nog wel een niveautje hoger.’

Het parcours

Van der Breggen: ‘Het is niet zo lastig als de wedstrijden waarin ik wereldkampioen ben geworden. Als er niet gekoerst wordt, kan het een redelijk makkelijke wedstrijd worden. Maar wij zijn gebaat bij een zware wedstrijd. Iedereen zal naar ons kijken, dat is op WK’s niet anders. Het is veel klimmen. Niet zo steil als bijvoorbeeld in de Giro d’Italia, maar je kunt er wel het verschil maken. Het weer kan ook een factor zijn. Ik kan meestal wel goed tegen de hitte.’

Van Vleuten: ‘Het parcours is niet echt iets voor mij, het loopt wel omhoog, lang ook, maar echt steile stukken ontbreken. Het is wel in mijn voordeel dat ik goed kan omgaan met extreme omstandigheden. Van warmte en een hoge vochtigheidsgraad heb ik minder last dan veel anderen.’

Vier kopvrouwen

Van der Breggen: ‘Dat is echt geen probleem. Kijk hoe we het de afgelopen WK’s hebben gedaan. Dat zal in Tokio echt niet anders zijn. Als Annemiek in de aanval is en ik heb het idee dat ik er achteraan kan gaan, zal ik het niet laten, maar alleen als ik niemand van een ander team in het wiel heb. Je moet natuurlijk niet de overwinning van je land in gevaar brengen. We snappen dit allemaal. We kunnen pas tegen elkaar rijden als de andere landen eraf zijn gereden. Op het WK in Yorkshire won Annemiek, ze vertrok heel vroeg. Ik heb toen niet kunnen laten zien waartoe ik in staat was. Dat was niet leuk. Maar ik sta er zo in: als Nederland in Tokio wint, wat echt niet vanzelfsprekend is, zal ik daar met een goed gevoel weggaan.’

Van Vleuten: ‘Deze kwestie keert elk WK terug. Elke keer is het antwoord hetzelfde: we zijn zo professioneel dat we niet tegen elkaar gaan rijden. Wijs me één moment aan waarop dat wel is gebeurd. Toen Anna wereldkampioen werd in Innsbruck, zat ik af te stoppen. Het jaar erna, in Yorkshire, deed ze hetzelfde voor mij. Ja, je baalt als je niet meezit. Maar we snappen heel goed hoe het werkt. We maken een plan met de bondscoach en daar houden we ons aan. Pas als we met z’n tweeën vooruit zijn, zullen we het onderling uitvechten.’

Concurrenten

Van der Breggen: ‘Elisa Longo Borghini is het heel seizoen al sterk, Kasia Niewiadoma rijdt goed. Het gaat een gekke wedstrijd worden. We kunnen niet altijd iemand meesturen, we zijn maar met z’n vieren. Dat kan gevaarlijk zijn. Andere landen rijden op ons. Maar tegelijkertijd zijn we alle vier in staat om te winnen.’

Van Vleuten: ‘Ik kijk niet naar concurrenten.’

Na de Spelen

VdB: ‘Dit is mijn laatste seizoen. Ik kijk nu al uit naar de periode dat ik ploegleidster zal zijn. Het gaat goed met het team, ik ben nu al wat aan het meedenken over volgend jaar. Niet meer elke dag op de fiets, dat is toch wel een soort bevrijding. Topsport is leuk als je wint, als het minder gaat of geen zin hebt om te trainen en toch moet, is het minder leuk. Het is geen baan van 8 tot 4, je bent er dag in dag uit mee bezig. Elke avond op tijd naar bed. Straks maakt het niet als je een keer een nacht slecht slaapt. Veel zal anders zijn. Ik wil mijn carrière graag op een mooie manier afsluiten, maar ik weet nu al dat als ik terugkijk, dat ik daar tevreden over zal zijn.

VV: ‘Ik denk niet dat ik er in Parijs nog bij zal zijn, hoe jammer ik het ook zal vinden. Dan ben ik 41. Mijn drijfveer is het beste uit mezelf te halen. Mijn contract met Movistar loopt nog tot en met volgend jaar. De groeicurve is er al jaren achtereen, die is misschien nu licht aan het afvlakken en gaat onherroepelijk een keer naar beneden. Ik weet het nu al zeker: dat punt ga ik niet opzoeken.’

Erelijsten

Anna van der Breggen en Annemiek van Vleuten domineerden de afgelopen jaren het vrouwenwielrennen. Wie door hun erelijsten loopt, valt op dat ze elkaar weinig toegaven. Aan kop van de wereldranglijst was het stuivertje wisselen: Van Vleuten eindigde in 2017 en 2018 bovenaan, Van der Breggen in 2015 en 2020. Op dit moment, na haar vierde zege in de Giro d’Italia deze maand, is Van der Breggen weer leider, 100 punten voor Van Vleuten. Van der Breggen werd twee keer wereldkampioen op de weg (2018 en 2020) en was één keer wereldkampioen tijdrijden (2020), won zowel klassiekers als de zware etappekoers Giro d’Italia (vier keer). Van Vleuten kon één keer na een WK op de weg de regenboogtrui aantrekken (2019), was twee keer de snelste op WK’s tijdrijden (2017, 2018) en schreef ook belangrijke eendagswedstrijden en de Giro (twee keer) op haar naam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden