Reportage Boek Marco van Basten

Ode aan Marco van Basten: de spits met de eeuwige pijn in zijn enkel

Marco van Basten huilt in 1984 tijdens Ajax - Atletico Mineiro op het Amsterdam-toernooi. Het bloed sijpelt uit een wond in zijn linkerknie. Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Tijdens de boekpresentatie van zijn autobiografie Basta werd teruggekeken op de carrière van Marco van Basten. Pas nu heeft hij alles losgelaten en is hij gelukkig.

Doelpunten. Nog meer doelpunten. Modder, zalig gras. Winnen. Tranen. Pijn. Vreugde. Bandages. En weer goals. Met links, rechts, hoofd, wreef, binnenkant en buitenkant. Voor Ajax, AC Milan en Oranje.

Marco van Basten (55) heeft een autobiografie laten schrijven door Edwin Schoon. Basta, heet het boek. Als de Stadsschouwburg in Amsterdam maandag is volgelopen met voetballiefde, start de ode aan Van Basten met een filmpje. Na minuten gemonteerd totaalvoetbal klatert het applaus tegen de muren. Kijken naar het spel is bijna altijd mooier dan praten over het spel. ‘Ik ben gevleid door deze avond’, zegt Van Basten. Hij, voorheen star genoemd en introvert, is totaal ontspannen.

Op het podium formeert hij een elftal van de beste spelers met wie hij voetbalde: Van Breukelen; Tassotti, Koeman, Baresi, Maldini; Wouters, Rijkaard, Lerby; Gullit (‘Ik moet toch wat op rechts zetten), Cruijff, Olsen. Het is een melancholische, vrolijke avond over de man die te kort de beste spits ter wereld was, omdat een enkelblessure hem op 28-jarige leeftijd dwong te stoppen. Eigenlijk pas nu heeft Van Basten alles losgelaten. Hij is gelukkig. Het glas van zijn loopbaan is halfvol in plaats van halfleeg.

Hij is nog steeds fanatiek. Hij squasht veel. Hij is een om zijn enkel afgekeurde voetballer. Hij golft. Sport is een bijna eerste levensbehoefte. Ook Ruud Gullit en Frank Rijkaard betreden het podium, met Van Basten de drie van AC Milan die dertig jaar geleden alles wonnen. Rijkaard, die net als Van Basten het liefst in de luwte leefde: ‘Marco was een ongelooflijke ster, maar bescheiden. We vonden het heerlijk dat Ruud in ons elftal zat.’ De flamboyante Gullit: ‘Ik was de buffer.’ Rijkaard: ‘Hoe meer aandacht, hoe beter Ruud was.’ Gullit: ‘Ik babbelde wat makkelijker. We leerden ook hoe we ons moesten kleden. Marco heeft het niet echt opgepikt.’ Dan, serieuzer: ‘Als ik op doel schoot, kon de bal erin. Als Marco schoot, ging hij erin.’

In het boek zegt Van Basten iets over de voorzet van Arnold Mühren, voor de mooiste goal in zijn loopbaan, in de finale van het EK 1988. ‘Eigenlijk een hopeloze bal. Maar het was zo’n dag dat alles in één keer goed valt.’ In Basta staan veel van dat soort uitspraken. Henk Spaan leest een column, Thomas Acda speelt een hit, jeugdvrienden halen herinneringen op, een combo speelt op verzoek van Van Basten en vrouw Liesbeth muziek van Bach en Vivaldi. Jan Mulder, die het officieel eerste exemplaar ontvangt, leest voor. De zaal zit vol aanbidders. Veel mannen met net gekochte boeken onder de arm, om te laten signeren.

Het boek is een monoloog, een autobiografie. Hij is gemiddeld kritischer voor zichzelf dan voor anderen. Hij kapittelt Arrigo Sacchi, de trainer bij Milan die te theoretisch was. ‘Maar ik vond het niet nodig om met allerlei mensen af te rekenen.’ Lachend: ‘En juridisch was het ook niet verantwoord.’

Nu hij heeft gewonnen, gehuild, zijn frustraties heeft verwerkt en vrede heeft gevonden, is hij ontspannen. Zie hem staan, voor het programma dat even lang duurt als een voetbalwedstrijd plus rust. Hij zwaait vanuit de Koninklijke loge. Hij steekt een duim omhoog, geeft handen en kust. Het boek staat vol emotie. Over de door voetbal geobsedeerde vader Joop. ‘Van mijn vader mocht ik alles, als ik maar goed voetbalde.’ Over het liefdeloze huwelijk van zijn ouders, het hartinfarct en de hersenbloeding van zijn moeder. Over het vriendje dat door het ijs zakte op een avonturentocht en verdronk, terwijl Marco hem aan een touw hield.

Spits met twee levens door de eeuwige pijn in zijn enkel, al sinds zijn 22ste. Zijn laatste goede wedstrijd was in december 1992 tegen Göteborg, met vier doelpunten en een derde Gouden Bal. Twee levens, voor en na het knoeiwerk van de artsen. Het apparaat van Ilizarov, een soort martelwerktuig dat kraakbeen moest aanmaken. Jan Mulder leest de passages met typische dictie voor. Van Basten had zoveel pijn dat hij ’s nachts naar het toilet kroop. Zijn loopbaan was voorbij. In het boek: ‘Jullie kijken naar iemand die er niet meer is. Ik ben mijn leven kwijt. Ik ben hier te gast op mijn eigen begrafenis.’

Voor een trainersloopbaan was hij te gespannen. Hij sliep niet. Sportgek zal hij altijd blijven. Hij houdt nog lijstjes bij van prestaties op de hometrainer, zoals hij vroeger in zijn schriftje verslagen maakte van wedstrijden, met doelpunten en zijn beroemde uitspraak: ‘Ik ben de beste (op mezelf na).’

De vraag aan Gullit is of het iets is voor hem, zo’n boek waarin hij alles op tafel legt. ‘Nee, dan zou ik veel mensen moeten beschadigen. Maar ik houd echt van Marco, omdat hij zo anders is dan ik.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden