Nu Bram Tankink zijn kop op orde heeft kan hij stoppen met fietsen

Zondag rijdt de Tukker zijn laatste Amstel Gold Race. ‘Reken maar dat ik ga genieten.’

Bram Tankink (39) rijdt zondag zijn laatste Amstel Gold Race. Aan het einde van dit seizoen stopt hij als wielrenner. De fiets was voor hem een vlucht uit een knellende gezinssituatie. ‘Ik durf nu te zeggen: je mag er zijn, Bram.’

Foto Klaas Jan van der Weij

Guitige blik, Twents accent. Bram Tankink weet het: hij heeft de lach aan zijn kont hangen. ‘Bram de Lolbroek’ is de man die op een rustdag in de Giro d’Italia Freek Vonk imiteert (‘Kijk, wat hangt daar nou aan de wilgen? Een fiets!’), die voor de camera’s minutenlang over ‘de derde bal’ kan mijmeren en die, al dan niet expres, vergeet dat de start al is geweest. Een man zonder zorgen, zo lijkt het. Maar dat is schijn. ‘Het is slechts een deel van mezelf dat ik laat zien.’

Twee jaar terug ging Tankink in therapie. Er was onverwerkt leed uit zijn jeugd, een knagend schuldgevoel naar zijn gezin, moeizame onderhandelingen over contractverlenging en een gehoorbeschadiging die steeds erger leek te worden. ‘Ik moet dat ergens in 2007 hebben opgelopen. Ik ben in die periode hard gevallen met de fiets en op een feestje geweest waar de muziek te hard stond. Vanaf dat moment heb ik een piep in mijn oren. Na een etappe kon ik urenlang wakker liggen op mijn hotelkamer. Gek werd ik er van.’

Tankink zit deze morgen aan de lange keukentafel in zijn vrijstaande huis in het Belgische Lanaken, net over de grens bij Maastricht. Zijn drie dochters lopen rond in hun pyjama en vermaken zich met het imiteren van dierengeluiden. Buiten is het zwembad afgedekt. ‘Ik heb dat ooit voor mijn kinderen laten bouwen’, vertelt hij. ‘In de zomer kon ik nooit met ze op vakantie, omdat ik altijd de Tour de France reed. Op deze manier hebben we het vakantiegevoel een beetje naar huis gehaald.’

Nog een half jaar en dan is Tankink renner af. Slechts twee overwinningen staan er op zijn palmares: een zege in de Ronde van Duitsland en een eerste plaats bij de JP Jef Scherens, een koers in België. Tankink is geen sprinter, geen tijdrijder en evenmin een groot klimmer, maar hij kan wel verschrikkelijk goed afzien. Daarmee bouwde hij een carrière als knecht op, achttien jaar lang.

Tankink is de middelste uit een gezin van drie kinderen uit Haaksbergen. Zijn jongste zusje, Annemiek, is spastisch. Ze kan niet lopen, praten en zelfstandig eten, maar verstandelijk is ze helemaal in orde. Tankink: ‘Daardoor is ze in ­zekere zin een gevangene in haar eigen lichaam. De zorg voor haar was enorm zwaar voor mijn ouders, ook al omdat we met veel tegenwerking van instellingen te maken kregen.’

Dat hij wielrenner werd, was niet vanzelfsprekend. ‘Ik ben daarin niet gestimuleerd. Daar hadden mijn ouders ook helemaal geen tijd voor. Alles draaide om de hulp voor mijn zus. Het was een moeilijke situatie, maar het heeft me ook gevormd. Ik denk dat ik daarom later als wielrenner nooit moeite heb gehad met knechten. Ik was van huis uit al gewend om me weg te cijferen.’

Foto Klaas Jan van der Weij

Als hij vroeger bij vriendjes ging spelen, zag Tankink dat er, zoals hij het noemt, ook ‘normale gezinnen‘ bestonden. ‘Bij ons voelde je altijd druk. We stonden continu ter beschikking van onze ouders. Onze opvoeding was katholiek. ‘God zal wel een bedoeling hebben gehad met haar’, zeiden ze in de kerk over mijn zusje. Maar als ik dan vroeg welke bedoeling precies, wist niemand het antwoord. Lekker dan. Op mijn 12de, 13de jaar was ik volledig genezen van het geloof.’

En toen ontdekte hij de fiets. ‘Achteraf gezien was het een manier om te ontvluchten aan de moeilijke situatie thuis. Vanuit Haaksbergen ging ik soms hele stukken Duitsland in. Op mijn 14de ben ik zelfs met mijn broer vanaf onze camping in Zuid-Frankrijk naar huis gefietst. We hebben er twee weken over gedaan, in een tijd dat je nog helemaal geen mobiele telefoons had.’

Zo groot als de opluchting was op de fiets, zo knellend was het schuldgevoel bij thuiskomst. ‘Dan zag ik mijn zusje in haar rolstoel en dacht ik: ik kan lopen, fietsen. Waarom ik wel en zij niet?’

Tankink studeerde hydrologie in Wageningen, maar zegde die studie op toen hij, eind 2000, aan de slag kon bij wielerploeg Domo-Farm Frites, de voorloper van Quick-Step. Drie weken nadat zijn contract was ingegaan overleed zijn vader. Hij kreeg een hartaanval tijdens het hardlopen.

Overlevingsmodus

Tankink schakelde over op de overlevingsmodus. ‘Ik heb de dood van mijn vader heel klinisch benaderd, zo van: ik heb nu een nieuw leven en daar hoort geen vader meer bij. Punt.’ Pas veel later, toen hij in therapie ging, kwam hij er achter dat hij diens dood niet goed heeft verwerkt. Het zorgde voor een valse start van zijn carrière.

Tankink moest zich bewijzen in een wereld die hij nog niet doorgrondde. De wielerwereld was hard. ‘Op koers was je wielrenner, je thuissituatie was jouw probleem. Niemand vroeg daar ook naar, al zal ik nooit vergeten dat de ploegleiders Marc Sergeant en Hendrik Redant naar de begrafenis van mijn vader waren gekomen. Ze kenden mijn vader helemaal niet, maar toch hadden ze de moeite genomen om vanuit België naar Haaksbergen te komen.

‘Door mijn jeugd heb ik het wielrennen altijd enorm kunnen relativeren. Misschien ben ik daardoor nooit verder gekomen dan knecht, maar ik heb wel achttien jaar met plezier mijn werk gedaan. Dat kan niet iedereen zeggen. Ik weet nog goed dat ik na een zwaar voorjaar ook nog de Ronde van Romandië moest rijden. Ik kom ’s avonds afgepierd het hotel binnen en zeg tegen de barman: doe mij eerst maar eens een lekker biertje. Werd Robert Gesink boos. Hij zei: ‘Het leven is wel heel gemakkelijk als je Bram Tankink bent hè?’

Dochter Julie komt de keuken ingelopen. Ze doet een leeuw na. ‘Heel mooi’, zegt Tankink. ‘Ga je nu weer spelen?’

Foto Klaas Jan van der Weij

Hij gaat verder: ‘Ik heb toen geantwoord: Robert, jíj hebt voor dit leven gekozen, met al die beperkingen die je jezelf oplegt in je drang de beste te willen zijn. Later heb ik met hem nog eens een discussie gehad over of het leven nou mooier was geweest met een vierde of vijfde plaats in de Vuelta in plaats van plek zes of zeven. Robert vindt van wel, ik waag het te betwijfelen. Het typeert zijn sportbeleving, zijn drive. Daar heb ik enorm veel respect voor. Maar ik bekijk de sport wel vanuit een helikopterview. Uiteindelijk is het ook maar gewoon vermaak.’

Tankink wordt gewaardeerd om zijn ijver. Niet zeuren, altijd doorgaan. Hij leerde het naar eigen zeggen van zijn ouders. ‘De zorg voor mijn zus was zwaar, maar ik heb ze nooit horen klagen. Altijd honderd procent toewijding. Dat heb ik onbewust van ze overgenomen.’

Bij Lotto-Jumbo rijdt hij met nummer 40, een verwijzing naar de leeftijd die hij in december hoopt te halen. Daarna begint hij aan een nieuw leven. Hij is bezig met diverse projecten, waarvan Tank Electric, een bedrijf dat zich richt op zonne-energie in ontwikkelingslanden, er één is.

Nieuw leven

Twee jaar geleden begon hij voor het eerst na te denken over een leven na de fiets. Vorig jaar was het al bijna zover. ‘Ik had de Druivenkoers in het Belgische Overijsse gereden en had het helemaal gehad. Tegen mijn vrouw zei ik: ik kap ermee. Zij heeft me toen laten inzien dat de tijd nog niet rijp was. Ze zei: je gaat niet stoppen vanwege een of andere Druivenkoers. Ik had er keihard voor gevochten om bij de ploeg te blijven. Het zou zonde zijn om dat op te geven. Ze zei: je hebt er nog zo veel plezier in, ga nog één jaar door en geniet heel bewust van die periode. Dat is wat ik nu aan het doen ben.’

Elke koers die hij rijdt, is nu de laatste keer. Zondag wacht de Amstel Gold Race. ‘Ik denk niet dat ik de wedstrijd ga winnen’, grijnst Tankink. ‘Maar reken maar dat ik ga genieten.’

Hij zegt dankbaar te zijn voor de kansen die hij heeft gehad in zijn carrière. Plezier heeft hem achttien jaar lang voortgedreven. In die zin was hij ook écht een lolbroek. ‘Maar met die lach heb ik ook een hoop weggelachen, zo eerlijk moet ik zijn. Twee jaar terug liep ik vast. Ik had waar ik altijd van droomde, een normaal gezin, maar door het fietsen was ik altijd van huis. Ik voelde me tekortgedaan door een aanbieding van Lotto-Jumbo. En die piep in mijn oren werd steeds heftiger. Mijn vrouw zei: ga eens met iemand praten. De vrouw bij wie ik in therapie zat zei: je hebt jezelf altijd weggecijferd. Voor je ouders, je zusje, voor al die kopmannen. Maar vind je zelf dat je er mag zijn, Bram?’

Tankink valt even stil. Buiten landt een vogeltje in een vogelhuisje met vetbolletje. Dan zegt hij: ‘Ik dacht nog: wat een kutvraag. Het heeft me maanden beziggehouden. Maar het is wel de kernvraag natuurlijk. Ik ben me toen heel bewust geworden van de dood van mijn vader, de handicap van mijn zusje, het schuldgevoel richting mijn gezin. Kennelijk is er door die gesprekken iets van me afgevallen, want daarna is de piep in mijn oren met 80 procent verminderd. Ik geniet optimaal van het wielrennen en durf nu hardop te zeggen: ja, je mag er zijn, Bram. Ik heb niet veel gewonnen in mijn carrière, maar die vaststelling is misschien wel de grootste overwinning geweest.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.