‘Nooit gaat iets mis, niemand vergeet een afspraak’

Sef Vergoossen (59) is trainer van de sterke Japanse voetbalclub Grampus Eight Nagoya. De Limburgse oefenmeester trekt in zijn reis over de wereld steeds verder oostwaarts....

Van onze verslaggever John Volkers

Nooit en te nimmer leek hij zijn provincie, Limburg, te verlaten. En toen Sef Vergoossen na 23 jaar VVV, MVV en Roda JC eindelijk naar het buitenland vertrok, betrof dat Genk, Belgisch Limburg. ‘Zie je wel’, zei de voetbalwereld. Die kan niet buiten bronsgroen eikenhout.

Maar toch is Vergoossen in de herfst van zijn loopbaan aan een wereldreis begonnen, eerst het Midden-Oosten, Abu Dhabi, en sinds december 2005 het Verre Oosten, Japan. Op de 52ste verdieping van een wolkenkrabber in de industriestad Nagoya vertelt de Limburgse voetbaltrainer dat hij ‘achteraf gezien’ te laat is geweest met zijn vertrek over de grens.

‘Ik had angst. Ik was altijd bang dat als ik eenmaal zou gaan, ik dan niet meer zou kunnen terugkomen in Nederland. Dat de clubs me vergeten zouden zijn. Maar sinds ik ben weggegaan naar Al Jazeera en nu dan Grampus Eight, heb ik zeker vijftien telefoontjes gehad. Ze willen me in Nederland, België, Duitsland en Griekenland graag als trainer. En ik kan weer terug naar Arabië. Dit had ik eerder moeten doen.’

Niets laat zich vergelijken met Japan is de mening van Vergoossen die op het Sakae-plein van Nagoya plotseling wordt herkend door een tiental tieners. De mobieltjes met ingebouwde camera’s worden tevoorschijn gehaald. Sef poseert, met een zekere verlegenheid. Wie wil er nou met zo’n bleke, bebrilde en besnorde Nederlander op de foto?

Japan heeft iets met Nederlandse trainers. Hans Ooft was de eerste, daarna volgden Wim Jansen, Jan Versleijen, Aad de Mos en Pim Verbeek. ‘Toen ik werd benaderd door Nagoya, wist Verbeek het door zijn vroegere tolk bijna nog eerder dan ikzelf. Pim zei: geen drie seconden nadenken, Sef. Doen.’

Daarna begon de kennismaking met een cultuur en een land die hem dagelijks verbazen. Een van de opvallendste zaken: ‘Dat alles hier altijd klopt. Het is puur perfectionisme. Ik heb het er weleens over met Dwight Lodeweges, mijn assistent. Nooit is iets niet geregeld. Nooit gaat iets mis, omdat iemand niet komt opdagen of de afspraak is vergeten. Dat bestaat hier niet.

‘Ik heb een staf van acht trainers, rond de ploeg zijn 45 mensen werkzaam. Als we voor de J League spelen in Sapporo, 1500 kilometer verder, gaan er twee man met een vrachtwagen twee dagen vantevoren weg. De dag erop volgt de teammanager. Als we dan ter plekke zijn, is alles ingericht. In de kleedkamer hangt en ligt alles klaar. Tot en met de flesjes water.

‘Alles na Japan zal tegenvallen. Je past straks elders niet meer, denk je, als je dit meemaakt.’

Sommige zaken uit de Japanse volksaard zijn in het voetbal contraproductief: hun gehoorzaamheid bijvoorbeeld. ‘Ze zullen nooit zeggen dat ze iets niet begrijpen. Geen denken aan. Maar jij komt er als coach niet achter.’

De andere eigenschap is hun ijver. ‘Ze doen alles voor elkaar. Ze hebben geen enkele moeite een fout van de ander te corrigeren.

‘Maar dat betekent vaak dat ze op plaatsen lopen, waar ze niet horen. Staan blijven, of een pas terugzakken, na het geven van een pass is nodig om je eigen ruimte te creëren. Maar Japanse spelers lopen dan weer het gat dicht. Hun bewegingsdrang is zo hoog.

‘Daarom gebeurt hier ook zo veel in het spel. Het is behoorlijk spectaculair. Maar een trainer kijkt natuurlijk met heel andere ogen naar zo’n wedstrijd. Die wil andere dingen zien.’

De ijver en het plichtsbesef zijn zo Japans dat het koddig aandoet. ‘Als ik om kwart over acht op de club kom, is de hele staf er al. Je hoort er eerder te zijn dan je baas.

‘In het begin van ons verblijf hier zei ik tegen Lodeweges: hier klopt iets niet. Wij bleven op zijn Nederlands napraten, beetje ouwehoeren op kantoor. En niemand ging weg. Hier gaat dus niemand weg, zolang de chef er nog is. Ik heb van mijn tolk verhalen gehoord over Aad de Mos bij Urawa die daarmee leek te spelen.’

De hiërarchie bij een Japanse voetbalclub is van een orde die in Nederland niet bestaat. ‘Ik ben hier voor het eerst in mijn leven echt de baas. Al zou ik het niet willen, het moet. Iets anders accepteren ze niet.

‘Ik wilde tussen mijn spelers in de economy-class naar Europa vliegen, voor een trainingskamp in Zuid-Limburg. Maar dat kan hier echt niet. Ik moest in de first-class. Mijn hotelkamer is nooit een gewone kamer. Altijd een suite, met een aanpalende kamer voor vergaderingen.

‘Hier is dat verschil tussen baas en personeel extreem. Maar bij ons is het misschien wat te veel naar de andere kant doorgeslagen. Toch?’

Als de trainer de training besluit, blijven gemiddeld 22 van de 25 spelers buiten. ‘Ze blijven oefenen, op vrije trappen, jongleren, bij de kopgalg. Ze zijn zo ijverig.

‘Dat is wel wat anders dan Abu Dhabi. Daar ging ik 45 minuten tevoren, daarna 30 minuten, nog 20 minuten en 10 minuten vooraf naar de kleedkamers om te zeggen dat we om 5 uur met de training zouden beginnen. Dan waren er vijf vroeg op het veld en de anderen sloten redelijk op tijd aan. Liet ik dat gebruik vieren, dan was het hopeloos.

‘Weet je, Arabieren werken zelf niet. Daar hebben ze anderen voor, zoals Indiërs, Pakistani en Filippino’s. Al ik ze prof wilde maken, vroegen ze mij dat niet te doen. Dan moesten ze hun baan opzeggen. Daar krijgen ze de rest van hun leven geld van.

‘Als ik bij Al Jazeera spelers scoutte en wilde aantrekken, kon dat niet, want die jongens waren eigendom van de halfbroer van de sjeik. Daar mocht je niet aankomen. Dat noemen ze vrijheid.’

Japan is een voetballand in supersnelle ontwikkeling. Nagoya heeft twee stadions en trekt soms 40 duizend toeschouwers. ‘Wat wij in Nederland in 50 jaar hebben bereikt, doen ze hier in 25 jaar. Ze zullen zaken moeten verbeteren, zoals de opleiding.

‘In Nederland word je van 17 tot 20 opgeleid tot prof. Hier komen ze op hun 22ste naar de profclub. Daarvoor hebben ze de universiteit gedaan. Die is belangrijker. Dat verander je niet. Wil je ze beter maken, dan moeten ze goede trainers krijgen bij de universiteiten. Daar is winst te boeken.’

Of die trainers uit het expat-korps van CBV-chef Jan Reker zullen zijn, weet Vergoossen niet. Eén ding weet hij zeker. De matige verrichtingen van het Nederlands elftal bij het WK in Duitsland van de voorbije zomer hebben het belang van de werkzoekende trainer geschaad.

‘Nederland staat er hier geweldig op. Van de 25 mensen op deze club noemden 15 onze ploeg bij de top vier. Ze hebben er een matige vertoning van gemaakt. Het was zeker niet sterk.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden