Nooit eerder won Nederland zoveel medailles

Op het jaarlijkse gala eert Nederland vanavond zijn sporthelden. Lastige keuze: 2014 lijkt een uitzonderlijk sportjaar te zijn geweest, met veel prijzen en veel winnaars. De Volkskrant onderzocht de keiharde cijfers en wat blijkt? 2014 wás het allerbeste sportjaar ooit. Hoe hebben we dat voor elkaar gekregen?

Schaatser Bob de Jong (L) en snowboarder Dolf van der Wal tijdens de huldiging van het olympisch team op een podium in de binnenstad van Assen. Beeld anp

Het jaar 2014 gaat de statistieken in als het succesvolste jaar uit de Nederlandse sportgeschiedenis. De acht gouden medailles van de Olympische Winterspelen van Sotsji, in februari van dit jaar, werden gevolgd door een vloedgolf aan blinkende medailles in andere sporten.

Wie alleen eerste plaatsen in de 36 olympische sporten laat tellen - en dat heeft de Volkskrant bij zijn rekensom gedaan -, komt over 2014 naast het octet van Sotsji aan dertien wereldtitels en negentien Europese kampioenschappen. Daarmee komt de teller voor Nederland op veertig mondiale dan wel continentale titels.

Die score is een verbetering van de historische topprestatie van het sportland Nederland uit 2008. Toen, in het jaar van de Spelen van Peking, werden 32 titels veroverd. Daaronder waren zeven gouden medailles bij de Olympische Zomerspelen. Die oogst werd destijds niet eens als heel bijzonder ervaren. Sinds de Spelen van Sydney 2000, waar twaalf maal goud werd gehaald, is Nederland verwend.

Er zijn ook andere staatjes die dezer dagen rondgaan. Sommige cijferaars, waaronder het toonaangevende Infostrada, rekenen met andere cijfers. Zij nemen alle sporten mee met een wereldwijde organisatie of verspreiding. Dat leidt tot een succesaantal van 56, met nog eens drie Europese titels en dertien wereldtitels erbij. De Volkskrant laat in zijn (strengere) opvatting de wereldkampioen darts (Van Gerwen) en motorsport (Van der Mark) buiten de statistieken.

De nominaties

Sportman van het jaar
Epke Zonderland, Sven Kramer, Michel Mulder, Stefan Groothuis, Jorrit Bergsma, Arjen Robben, Jeroen Dubbeldam

Sportvrouw van het jaar
Dafne Schippers, Ireen Wüst, Sifan Hassan, Jorien ter Mors

Sportploeg van het jaar
het Nederlands voetbalelftal, de hockeysters, de springruiters, achtervolgingsploeg schaatsen (mannen en vrouwen)

Gehandicapte sporter van het jaar
Rixt van der Horst, Inge Huitzing, Bibian Mentel, Alijda Norbruis

Coach van het jaar
Bart Bennema, Max Caldas, Rob Ehrens, Louis van Gaal, Gerard Kemkers, Jac Orie

Olympische sporten

Nederland focust zich sinds een dikke tien jaar op grote successen in de olympische sporten. Het nationaal olympisch comité (NOC*NSF) is de regisseur van die aanpak, waarbij ongeveer een kwart (9 miljoen) van het beschikbare geld (39 miljoen euro in 2013) wordt geïnvesteerd in de acht sporten die traditioneel de medailles binnenhalen: schaatsen, zwemmen, hockey, paardensport, judo, roeien, wielrennen en zeilen.

Van de 200 projecten tot de Spelen van 2012 - een beleid van iedereen een beetje- zijn in het nieuwe 'focusbeleid' van NOC*NSF 55 topsporttrajecten overgebleven. Zeilen en zwemmen ontvangen het meeste geld. Schaatsen doet veel op eigen kracht, via de commerciële teams als Lotto-Jumbo en Continu, al draagt NOC*NSF sinds kort bij in de kosten van trainingskampen op het eigen nationale sportcentrum Papendal.

Voetbal is in Nederland een volkomen zelfstandige entiteit. De derde plaats van Oranje in Brazilië had geen betekenis voor de scorelijst van 2014. Emotioneel droeg het wel bij aan de tevredenheid over het voorbije sportjaar, dat vanavond in Amsterdam wordt afgesloten met het Sportgala.

De overstelpende hoeveelheid kandidaten voor de titels van Sportman, Sportvrouw dan wel Sportploeg van het jaar illustreren het niveau van dit sportjaar. Er zijn liefst zeven mannen, vier vrouwen en vijf ploegen gekandideerd. Veel meer dan normaal.

Effectiever systeem

De technisch directeur van NOC*NSF, Maurits Hendriks, wordt bij voortduring met het superlatief 'succesvolste jaar ooit' geconfronteerd. Hij is er trots op, maar laat zich er niet op voorstaan. Hij is niet van het telraam en het scorebord, al worden hij en zijn staf van het olympisch comité daar wel op afgerekend.

'Onze verantwoordelijkheid ligt daar niet. De sporter wint de medaille, met een bijdrage van zijn coach en zijn fysiotherapeut. Wij van NOC*NSF met onze expertise hebben er alleen iets aan bijgedragen door het systeem effectiever te maken, hoogwaardiger', zegt Hendriks.

Hij wijst erop dat de prestatiedichtheid mondiaal nog steeds toeneemt, dat steeds meer landen, zelfs minder welvarende, focussen op topsport. 'De deelnemersvelden zijn daardoor hoogwaardiger. Dan moeten ook de trainingsprogramma's beter. Als Papendal er nog had uitgezien als tien jaar geleden, een park in plaats van een topsportaccommodatie, hadden veel sporten niet op medailleniveau getraind. Dus als we die omgeving willen, zullen we wel degelijk moeten investeren. Dat hebben we gedaan.'

Maurits Hendriks (L) in gesprek met Louis van Gaal Louis van Gaal. Beeld anp

Uniek moment

De technische staf van het olympisch comité reist vanuit Papendal de wereld over om overal te adviseren en te helpen. Hendriks praat graag 'met de benen op tafel' met technisch directeuren en bondscoaches van zijn bonden. Kennis uitwisselen.

En dan gaan shorttrackschaatsers en baanwielrenners ineens samen trainen. Turners en handboogschutters beleggen een bijeenkomst. 'Wij brengen ze bij elkaar. Dat is onze rol. Het past bij de intensieve kenniseconomie en de fijnmazigheid van de infrastructuur. Daarin kunnen wij beter zijn dan de rest van de wereld. '

Het succes van 2014 verklaart hij uit de basis die bijvoorbeeld de schaatswereld al in 2010 legde. 'Nederlandse schaatscoaches keken na de Spelen van Vancouver op welke afstanden zij niet meededen en waar zij ruimte zagen voor medailles. Daar stemden zij hun beleid op af. Sommigen denken bij beleid aan kantoortje, hokje, tafeltje. Maar het gaat om slimme coaches die hun werk goed doen.'

In Sotsji kwam alles samen. Wat bij de Amerikanen helemaal en bij de Russen deels mislukte, ging bij de Nederlanders top. 'Nederland ontwikkelde zich in het laatste jaar sterk. Dat heeft een uniek moment in de sportgeschiedenis opgeleverd.'

'Maximale efficiency'

Geld wordt de sleutel van succes genoemd. Maar volgens Hendriks is succes niet te koop. 'Ik kan landen noemen met veel oliedollars die niks voor elkaar krijgen.' Nederland werkt efficiënt met zijn geld, maar het is de laatste jaren onder druk van bezuinigingen nog efficiënter gaan opereren. 'Ik denk niet dat we de maximale efficiency hadden. Terwijl we wereldwijd wel zo worden bekeken. Al jarenlang kost een gouden olympische medaille in Nederland aanzienlijk minder dan in de rest van de wereld.'

Hendriks' geheim: 'Succes komt niet zomaar en toevallig in topsport. Dat is de reden waarom ik er graag werk. Het komt van de juiste dingen doen, elke dag, en dat volhouden.'

Een nuancering, tot slot, over de rekenmethode. 'Het aantal gouden medailles zoals jullie dat hanteren, vind ik niet het belangrijkste cijfer. Ik trek er sowieso de EK's af. Dan is het getal nog steeds hoog. Ik kijk naar het mondiale podium en vervolgens in hoeveel sporten we dat hebben bereikt. Die spreiding, in zo veel mogelijk sporten succes halen, is ook een onderdeel van ons beleid.'

Lees onder de graphic verder.

Beeld de Volkskrant / Erik d'Ailly

Alleen sporten met Olympische status tellen mee

Of 2014 het beste sportjaar uit de Nederlandse geschiedenis was, dat moest toch zo uit te rekenen zijn, was de gedachte. De werkelijkheid bleek al snel weerbarstig. Want wat moet je daarvoor eigenlijk meetellen? En hoe definieer je succes?

De derde plaats van het Nederlands elftal op het WK voetbal in Brazilië? Nee, die telt niet mee. Natuurlijk draagt die bij aan het gevoel dat Nederland meedoet in de internationale sport, in dit geval misschien wel de belangrijkste sport ter wereld. Maar we rekenen alleen winnen mee.

De overwinning van Niki Terpstra in Parijs-Roubaix dan, telt die mee? Nee, ook niet. De Touretappezege van Lars Boom evenmin.

De definitie die de Volkskrant heeft gehanteerd, is dat de sport een olympische status moet hebben (of hebben gehad en weer krijgen. Lees: honkbal). Wielrennen heeft die status, maar in de lijst wordt naast de Spelen alleen het WK meegeteld. Parijs-Roubaix is geen landenwedstrijd, er wordt niet geselecteerd op nationaliteit. Daarom tellen ook de clubsuccessen van Ajax en PSV niet mee.

Dat kun je arbitrair noemen. Maar het is de enige manier om een eerlijke vergelijking mogelijk te maken. Hoewel eerlijk hier ook een betrekkelijk begrip is; in pakweg 1914 had sport een heel andere plek in de samenleving dan in 2014. Met de jaren neemt ook het aantal internationale sportevenementen toe. Een WK atletiek bestond vóór 1983 niet eens, de WK zwemmen gaan maar tien jaar verder terug, tot 1973. Het zogenoemde kortebaanzwemmen, in een zwembad met een lengte van 25 meter, is pas gangbaar sinds 1993. In de lijst is het kortebaanzwemmen sowieso niet opgenomen: olympische wedstrijden zijn altijd in een 50-meterbad.

En wie had ooit gedacht dat je olympisch kampioen kon worden op een crossfiets? Of als schaatser met een ploeg?

Van de olympische sporten tellen alle disciplines mee, omdat bij bijvoorbeeld het roeien en baanwielrennen een komen en gaan zijn van nummers. Het aantal disciplines en de aard zijn niet bestendig. Nederland werd dit jaar op de Amsterdamse Bosbaan roeiwereldkampioen in de lichte vier, maar dat is geen olympisch nummer.

Dat wil niet zeggen dat alle evenementen een even zwaar gewicht hebben. EK's hebben sportief de minste uitstraling. Acht olympische medailles staan niet gelijk aan acht olympische titels. Om die reden zijn ook alleen de olympische jaren becijferd.

2000 wordt algemeen aangemerkt als een ijkjaar van de Nederlandse sport. Dat jaar wonnen de sporters twaalf olympische titels bij de Zomerspelen in Sydney. Vanaf dat moment kreeg de sport ook in Den Haag voet aan de grond en zette de overheid er serieus op in. Onder premier Balkenende werd in overheidsbeleid vastgelegd dat Nederland op Olympische Spelen bij de tien succesvolste landen moet behoren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden