Reconstructie Omloop van de Slagvelden

‘Nooit, bij menschen geheugen, was een koers lastiger en gruwelijker’ – terug naar het gehavende West-Vlaamse platteland van 1919

Ieper.

Terwijl de oorlog nog voelbaar is, wordt in mei 1919 de Omloop van de Slagvelden verreden. Een staaltje van onbegonnen werk. Zondag, bijna honderd jaar later, rijdt het peloton in Gent-Wevelgem even over dezelfde wegen.

Zullen de renners die op 1 mei 1919 de bakstenen woestenij van het Vlaamse Ieper hebben verlaten en nu op weg zijn naar Menen, geteisterd door ijzige slagregens en stuiterend op glibberige kasseien, de holle blikken op het gelaat van hun gewezen wapenbroeders op zich gericht voelen? Ze liggen er die dagen nog, gesneuvelde frontsoldaten uit de Groote Oorlog. In pas gedolven graven, gemarkeerd met een houten kruis, of zomaar weggezonken ergens in het slijk, met de doodsgrijns nog op de lippen.

Voelen de coureurs een bitter verwijt uit de klei? Wat doen ze hier, nu al? Sommige renners hadden zelf in de loopgraven gezeten. Het kan ook zijn dat ze instemming vermoeden. Toe maar jongens, het leven gaat door. Rijen! Wat ze ook gewaarworden, ze gaan verder. Ze geven er in de derde etappe van de Omloop van de Slagvelden, een koers door het nog maar net verlaten theater van de oorlog, nog een lap op. Ze moeten helemaal naar Amiens, in Noord-Frankrijk.

Komende zondag, bijna honderd jaar later, draaien de deelnemers aan de klassieker Gent-Wevelgem na het passeren van de Menenpoort dezelfde weg op, de N8, nu geasfalteerd, langs keurig onderhouden begraafplaatsen, en dan in een vrijwel rechte lijn naar de finish. Het is niet voor niets dat deze koers zich het predicaat In Flanders Fields aanmeet. Het parcours voert onder meer over de Kemmelberg en onverharde, zogeheten plugstreets bij Ploegsteert en langs ­Poperinge – verwonde landschappen uit 1914-1918, intussen genezen verklaard, maar de littekens nog op het lijf.

Het kleine peloton van 42 renners fietst op die meidag in 1919 door het macabere decor van het gehavende West-Vlaamse platteland. De kerktorens op de einder hebben de gedaante van reusachtige, rottende kiezen aangenomen. Wat er aan huizen en staminees omheen stond, zijn nu amorfe stapels gesteente. Ze passeren houten barakken, voorlopig onderdak voor de eerste teruggekeerde bewoners of de verblijfplaats van de vroege toeristen die de frontlinies wel eens met eigen ogen willen zien.

Bloedigste veldslag

Ze steken de IJzer over, waar het Belgische leger in dodengangen de Duitse troepen had weerstaan. Ze rijden door velden rondom de volledig kapotgeschoten lakenstad, waar zich de jaren daarvoor die reeks zinloze slachtingen afspeelde, de Eerste Slag om Ieper, de Tweede, de Derde, de Vierde – er kwam maar geen eind aan. En dan te bedenken dat later op de dag het gebied van de Slag aan de Somme nog voor de wielen komt. Daar vielen van juni tot november 1916 één miljoen slachtoffers in de bloedigste veldslag van de Eerste Wereldoorlog.

De Omloop van de Slagvelden, Le ­Circuit des Champs de Bataille, zou je destijds klinisch als een zeer uitdagende wedstrijd hebben kunnen zien, maar naar de huidige maatstaven was het een volstrekt krankzinnige onderneming.

De weg naar Menen vanaf de verwoeste Grote Markt in Ieper (Collectie In Flanders Fields, Ieper). Beeld Kenniscentrum In Flanders Fields Museum,

De Franse krant Le Petit Journal had het op 19 december 1918 met enig aplomb op de voorpagina aangekondigd: de organisatie van een wielerkoers van zeven etappes, verspreid over veertien dagen, met een totale afstand van 1.985 kilometer langs de nog smeulende frontlinies in Frankrijk en België. Formeel was de strijd nog niet eens ten einde, het was nog geen zes weken na de wapenstilstand op 11 november. Het Verdrag van Versailles zou pas eind juni van het jaar erna worden getekend.

De wedstrijd moet volgens de krant in die lente van 1919 een eerbetoon worden aan de slachtoffers en een boodschap bevatten voor bestendige vrede. Commercie vormt een ­zeker zo belangrijke drijfveer. De oplage van 850 duizend exemplaren was in de oorlog meer dan gehalveerd. Daarvoor was al getracht een reputatie in de wielersport op te bouwen: in 1891 organiseerde de krant Parijs-Brest-Parijs, 1.200 kilometer heen en terug.

Het was, zegt de Vlaamse historicus Frank Becuwe, die in 2013 een boek schreef over de ronde (De omloop van de slagvelden, 1919: de meest heroïsche wielerwedstrijd ooit) ook de koers van het ­triomfalisme. Duitsers, Hongaren en Oostenrijkers, verliezers van de oorlog, zijn uitgesloten van deelname. Niet toevallig begint en eindigt de koers in Straatsburg. Het gebied Elzas-Lotharingen is heroverd op het Duitse keizerrijk.

Eerste etappe

Op 28 april verzamelen zich 87 renners op de met toeschouwers volgepakte Place Broglie voor de eerste etappe, 275 kilometer naar Luxemburg. Er hadden zich 138 fietsers ingeschreven, maar niet iedereen slaagt erin tijdig Straatsburg te bereiken. Het zijn vooral Belgen en Fransen, enkele Luxemburgers en Zwitsers en één Tunesiër, Ali Neffati.

De Vlaming Henri − ‘Ritte’ voor vrienden − Van Lerberghe is een van de favorieten, hij had dat jaar op een geleende fiets al de Ronde van Vlaanderen gewonnen, met 14 minuten voorsprong. De lange Jules Vanhevel doet ook mee, hij was infanterist en cycliste in de oorlog geweest en in Vlaanderen als derde achter Van Lerberghe geëindigd.

Deruyter komt aan bij Parc des Princes, 4 mei 1919. Beeld Bibliothèque Nationale de France

De Fransen hopen op Jean Alavoine, die voor de oorlog al enkele etappes in de Tour de France had gewonnen – hij zou in zijn carrière op een totaal van zeventien uitkomen. Deelnemen is niet zonder risico: in de reglementen staat dat wie onderweg op een obus, een granaat, rijdt, de organisatie niet aansprakelijk kan stellen. De renners mogen niet eens van rijwiel wisselen.

Wie er ook is: Karel Van Wijnendaele. De grondlegger van de Ronde van Vlaanderen volgt voor de krant SportWereld de omloop. Hij zou na afloop het volgende noteren: ‘Nooit, bij menschen geheugen, was een koers lastiger en gruwelijker; nooit wrocht hij moorddadiger op het gemoed en de lichamelijke gesteltenis van een rijder.’

De hoofdrolspelers weten dan nog van niets, maar ze zouden er snel achter komen. De rit in bar slecht weer van Straatsburg naar Luxemburg wordt gevolgd door een etappe van 301 kilometer naar Brussel in ijskoude omstandigheden. Bij het vertrek naar Amiens blijkt dat bijna de helft van het peloton, dat de afgelopen dagen toch geregeld was verwelkomd door drommen enthousiaste toeschouwers, het heeft opgegeven, verkleumd, murw geslagen.

Tijdens die derde etappe van 323 kilometer ontvouwen zich voor de overgebleven 42 vainqueurs de l’impossible, de bedwingers van het onmogelijke, de verschrikkingen van het lege strijdtoneel pas echt. Geplaagd door een snijdende noordwestenwind en gutsende regen ploeteren ze over gebutste wegen langs zompige akkers, pokdalig door provisorische graven, loopgraven en granaattrechters, en langs de puinhopen van Beerst, Diksmuide, Kaaskerke, Oudekapelle, Nieuwkapelle, Lo, Poperinge.

Spookdorpen

Het zijn spookdorpen, soms. Jules ­Vanhevel gaat onderuit en moet opgeven nadat hij tevergeefs met een hamer zijn kromme voorwiel weer recht heeft proberen te slaan. Hier en daar wijzen de personen de renners de weg; een stratenpatroon is als gevolg van de inslagen van mortieren en granaten niet meer te herkennen.

Eenmaal op Franse bodem worden de omstandigheden er niet beter op. Het blijft maar regenen, de modder zuigt zich vast aan de wielen en het mechaniek. Renners moeten afstappen om besmeurde wegwijzers schoon te vegen.

Champs de bataille, Parc des Princes, op 4 mei 1919. Beeld Bibliothèque Nationale de France

Het is de in Frankrijk geboren Belg Charles Deruyter die langs de ruïnes van Bapaume, Pozières en Albert steeds verder weet uit te lopen, al verliest ook hij hopeloos op het traagste tijdschema. In aankomstplaats Amiens staan toeschouwers al om drie uur ’s middags te wachten, het is iets voor elven in de avond als hij verstijfd van de kou de Boulevard Beauvillé oprijdt, achttien en een half uur na het vertrek in Brussel. Deruyter, oorlogsvrijwilliger en vliegtuigmecanicien, heeft zijn overwinning mede te danken aan een vrouw die hem onderweg een bontjas aanreikte.

In de loop van de nacht komen maar vier renners over de finish. De dag erna druppelt de rest binnen. Een aantal heeft in het donker beschutting gezocht in een loopgraaf. Dertig renners halen Amiens, de laatste op 19 uur en 26 minuten van de winnaar. Deruyter wint later nog de vierde etappe naar Parijs (277 kilometer), de laatste rit van 163 kilometer naar Straatsburg en uiteindelijk het eindklassement in de Omloop van de Slagvelden. Het levert hem 8.740 Franse francs op, een voor die tijd riant bedrag. De definitieve ranglijst telt niet meer dan 21 namen: twaalf Fransen, acht Belgen, van wie er drie op het podium staan, en één Zwitser.

Damp en bloed

Het woord is weer aan Karel Van Wijnendaele, die in SportWereld de draagwijdte van de koers duidt en zijn bewondering niet onder stoelen of banken steekt. ‘Op de puinen van het onmenselijk slagveld, dat nog rookt van damp en bloed, de wereld verkondigen dat een nieuw leven, aan ’t worden is, een leven van groei en bloei, gedragen door menschen van sterken wil en taaien moed!’

Het is bij één editie gebleven. Historicus Becuwe vermoedt dat de organisatie het niet meer aandurfde. Reeds na de derde rit tussen Brussel en Amiens zat Le Petit Journal met de handen in het haar omdat er al zoveel renners waren afgehaakt. De 21 finishers ten spijt, het was niet gelukt nu al de suggestie van een nieuw leven te wekken. Ook aan het wielerfront bleken de ontberingen nauwelijks verteerd. Becuwe: ‘Het was met recht een course de l’impossible.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden