achtergrond

Noël van ’t End hoopt net als zijn idool Anton Geesink olympisch goud te winnen in het hol van de leeuw

Anton Geesink is een held voor Noël van ’t End. Woensdag beginnen zijn Spelen in de hal waar Geesink in 1964 olympisch kampioen werd. Een ode aan een idool.

Dertig seconden worstelde de Japanner Kaminaga om te ontkomen aan de ijzeren houdgreep van Anton Geesink. Tevergeefs, Geesink won goud op de Spelen van Tokio in 1964.  Beeld Jacques Klok / ANP
Dertig seconden worstelde de Japanner Kaminaga om te ontkomen aan de ijzeren houdgreep van Anton Geesink. Tevergeefs, Geesink won goud op de Spelen van Tokio in 1964.Beeld Jacques Klok / ANP

Noël van ’t End, Nederlands topjudoka in de categorie tot 90 kilogram, werd in 2019 in Tokio wereldkampioen. Woensdag keert hij voor zijn olympische strijd terug op de tatami van de Budokan, de heilige tempel van de judosport. Daar, in dat zeshoekige stadion, waar hij in 2019 in de WK-finale de Japanner Mukai versloeg, kwamen gedachten boven aan Anton Geesink, zijn legendarische voorganger.

Van ’t End kent Geesink, de olympisch kampioen van 1964, van jaarlijkse judokampen op Ponypark Slagharen. ‘Daar kwamen honderden kinderen op af. Hij was een gigantische kerel met veel charisma. Dat straalde hij uit. Als kind keek je daar tegenop. Als je dan van je coach en je vader hoort wat hij allemaal heeft gepresteerd, dan ga je wel naar zo iemand luisteren.’

Later, als student, liep Van ’t End weleens langs de inmiddels verdwenen judoschool van Geesink in de Utrechtse wijk Ondiep. ‘Ik dacht aan Anton toen ik in de Budokan klaarstond voor de finale. Voor zo’n gevecht wordt je pak gecheckt en heb je tien minuten voor jezelf. Dan komt dat in je op. Anton Geesink heeft het hier ook gedaan. Ook tegen een Japanner. In deze hal. Toen heb ik hem om hulp gevraagd, in mijn hoofd.’

Als je in Japan zegt dat je judoot, dan valt meteen zijn naam. Hij is daar minstens zo bekend als Johan Cruijff. Het is meer dan vijftig jaar geleden dat hij in Tokio geschiedenis schreef. Dat weten ze daar nog steeds, als de dag van gisteren. Hij is nooit vergeten. En zal nooit vergeten worden. Waarom niet? Omdat hij de eerste was. De eerste olympisch kampioen in onze sport. En dan ook nog in het hol van de leeuw, de plek waar judo is geboren. Daar was hij beter dan dan alle Japanners, ook in de finale. Fascinerend, fenomenaal. (Uit: Een Ode aan Anton Geesink, video van de judobond).

Geesink versloeg in 1964 dezelfde tegenstander twee keer, Akio Kaminaga. Van ’t End: ‘Vroeger kon je via de herkansing de finale nog halen. Best lastig. Je moet tweemaal een tactiek bedenken. Hij won de eerste met klein voordeel. In de finale was het kesagatame. Wij zeggen houdgreep. Die finale was een groot mentaal spel. Anton was een gigakerel. Langer dan twee meter en 100 en zoveel kilo. De armen gestrekt in de lucht gestoken, zoals in de finale. Als dat op je afkomt, denk je: wat gaat die doen? Als je iemand daarmee uit zijn doen krijgt, dan helpt dat.’

Ode: Dat hij daar won, inspireert mij als sporter. Maar de manier waarop hij dat deed, eigenlijk vind ik dat nog veel indrukwekkender. Zelfs op het moment dat hij olympisch goud pakte, in die setting, dacht hij aan de normen en waarden van het judo. Aan de discipline, aan het respect. Hij ging niet overdreven juichen, nadat hij zijn tegenstander op de grond had gekregen. Sterker nog, hij stuurde de Nederlandse fans weg van de mat. Dat vond hij respectloos naar de tegenstander toe. Feest vieren mag, maar pas na het afgroeten.

De Budokan heeft een speciale betekenis voor Van ’t End gekregen. In zijn biografie Superman, van de hand van Hans Klippus, verhaalt hij er van. De hal hangt er vol posters van legendarische judoka’s, uiteraard ook van de in Japan vereerde ‘Geesink-san’. Van ’t End ziet het als hij er een paar dagen voor de start van de WK met zijn coach JP Bell gaat kijken.

Noël van ’t End (wit) wordt in 2019 wereldkampioen in dezelfde hal waar Geesink goud veroverde. Beeld Getty Images
Noël van ’t End (wit) wordt in 2019 wereldkampioen in dezelfde hal waar Geesink goud veroverde.Beeld Getty Images

Hij is vaker in Tokio geweest, maar nog nooit in de Budokan. ‘Het is wel een dingetje, die hal. Die was nog helemaal leeg, maar we zijn een half uurtje op de tribune gaan zitten, hebben even de sfeer opgesnoven. Ik besefte dat hier judohistorie was geschreven.’

Ode: Ik vind het zo knap dat je op zo’n moment op zo’n hoogtepunt nog de normen en waarden van je sport kan uitdragen. Daarin is hij echt een voorbeeld geworden voor mij. Zo wil ik het ook doen, dacht ik jaren geleden. En zo kon ik het ook doen. In 2019 tijdens de WK in diezelfde hal kwam het zo ver.

De Budokan was in 1964 nog van de Japanse traditie, de hardheid waarmee de opvoeding geschiedde. De tatami was van rijstmatten. Elke avond ging Anton er naartoe, vertelde diens zoon bij het slaan van de herdenkingsmunt voor Geesink op Papendal. ‘Het was heel ongelijk. Hij ging dan dansen op de mat. Elke avond. Zo voelde hij waar hij was op de tatami. Nee, het is hem niet komen aanwaaien.’

Van ’t End, de judoka die de Geesinkmunt sloeg, zou het graag zo doen, zelfs op de gladde mat die nu wordt gebruikt. ‘Nu kan dat niet meer. Je komt niet op de vloer. Ze laten het je niet doen. Alle matten zijn ook hetzelfde. Ik ga meestal een dag voor mijn wedstrijd een warming-up doen. Dan loop ik rondjes om de randen, maak me het stadion eigen. Zoals Geesink dat ook heeft gedaan. Dat is wel mooi.’

Ode: Ik ben niet gelovig, maar ik heb wel om hulp van bovenaf gevraagd. Niet van God, maar van hem. Help me Anton, geeft me extra kracht. Het klinkt misschien wat zweverig. Maar het voelde toen ik Anton aanriep of zijn spirit daar hing. Het hielp mij door aan hem te denken. Aan die grote, onmogelijke prestatie die hij in 1964 heeft geleverd. Dammnnn, het lukte me. Ik werd wereldkampioen en trad daarmee in zijn voetspoor. In de voetsporen van de man die mijn voorbeeld is, maar die ik helaas nooit heb gesproken.

Van ’t End judoot graag aan de randen van de mat. ‘Af en toe pakt dat verkeerd uit. Maar aan de rand krijg je actie, reactie. Sommige judoka’s willen je wegduwen. Maar als ze dat doen en ik kan het een beetje berekenen wanneer en hoe ze dat doen, dan kan ik er gebruik van maken. Het is een lokmiddel. In de halve finale van dat WK heb ik het zo gedaan tegen Majdov. Hij probeert me buiten de mat te duwen, op het moment dat hij heel veel kracht zet, gebruik ik die.’

De 30-jarige Van ’t End, die voor de wedstrijd altijd wordt gewogen op 89,9 kilogram, heeft de voorbije maanden zijn blessures laten herstellen om bij de Spelen te kunnen uitblinken. Beide ellebogen deden vervelend en de schouder ook. Hij is met opzet laat naar Japan gegaan. Hij is fit. Zijn eerste tegenstander is bekend: Paolo Persoglia uit San Marino, op mat 2. ‘Ik heb er zin in.’

Ode: Als jong mannetje liep ik langs Antons standbeeld. Dat maakte indruk. Dan wil je ook een poging wagen dat ook te doen wat hij heeft gedaan. Dit jaar sta ik weer in de Budokan. Ga ik weer proberen geschiedenis te schrijven. Natuurlijk zal ik vooraf aan hem denken. Ik droom ervan in de gedachten van de judofans te blijven. Dat ze jaren later het daar in Japan nog steeds over hebben. Dat je naam nog steeds met zoveel respect wordt uitgesproken in het grootste judoland. Hoe vet zou dat zijn?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden