Niki Terpstra, nuchtere Noord-Hollander die langzaam bij de beste wielrenners ooit is gaan horen

Grote wielrenners hebben alleen voornamen in Vlaanderen. Ze heten Fabian, Tom, Sep of Greg. Nu is er een die luistert naar de naam Niki. Van Niki Terpstra (33) uit Assendelft, Noord-Holland, flandrien van beroep en zondag de winnaar van de Ronde van Vlaanderen, de belangrijkste Belgische koers van het jaar. Hij is de verre opvolger van Adrie van der Poel, in 1986 de laatste Nederlander die de ‘hoogmis’ wist te winnen.

Het voorjaar is het seizoen van Terpstra. Als coureur leeft hij voor die eerste maanden van het jaar. In de Tour de France is demarreren al lang niet leuk meer, klaagde hij eens. Vrijwel geen ontsnapping houdt stand. En wat hij wil is aanvallen. Desnoods tegen beter weten in. In zijn tweede jaar als prof – in 2008 bij het Duitse Milram – kreeg hij van de commentatoren van de Belgische tv de twijfelachtige bijnaam 'de onvermijdelijke’. Hij bleef maar proberen.

Terpstra heeft bijgeleerd, meer koersinzicht gekregen. Zijn versnelling zondag op de beklimming van de Hotond, zo’n 25 kilometer voor de finish, was allerminst een kamikazepoging. Hij zag dat iedereen stuk zat. Zijn benen voelden nog goed. Nadat hij Vincenzo Nibali had bijgehaald, reed hij het gat met koplopers Dylan van Baarle, Sebastian Langeveld en de Deen Mads Pedersen ogenschijnlijk gemakkelijk dicht. Vervolgens reed hij alleen door en kwam na 266,5 kilometer alleen over de finish, met 12 seconden voorsprong. Zo wint hij het liefst.

In de voorjaarsklassiekers loont de aanval. Na meer dan 200 kilometer door de kou, regen en wind speelt ploegentactiek vaak geen rol meer. Het is overleven. Een afvalrace. Niet voor niets krijgen winnaars van de Vlaamse voorjaarskoersen een heldenstatus. Zolas Fabian Cancellara en Tom Boonen, de afgelopen jaren heersers in het voorjaar met meerdere overwinningen in zowel de Ronde van Vlaanderen als Parijs-Roubaix. Zij zijn uitgegroeid tot halve goden in het land waar de koers als een religie wordt beleden.

Voor de nuchtere Noord-Hollander, vernoemd naar de Oostenrijkse Formule 1-coureur Niki Lauda, hoeft het gezwollen gedoe niet zo nodig. Toch is hij langzaamaan tot de beste Nederlandse wielrenners gaan behoren. In 2012 won Terpstra zijn eerste Vlaamse koers: Dwars door Vlaanderen, een semiklassieker. Sindsdien heeft hij ieder voorjaar minstens een keer op het podium gestaan. Hij won Dwars door Vlaanderen nog een keer, Parijs-Roubaix in 2014. En vorige week nog E3-Harelbeke – een belangrijke generale repetitie voor de Ronde van Vlaanderen.

Op weg naar de finish in Oudenaarde had Terpstra tijd om na te denken over een liedje – een gimmick die vier jaar geleden ontstond bij zijn eerste overwinning in Dwars door Vlaanderen. Toen citeerde hij met uitgestreken gezicht vrij naar de songtekst van Als je wint, van Henny Vrienten en Herman Brood: ‘Ik denk niet na, ik fiets. Al doen mijn benen pijn. Ik moet de snelste zijn. Ze halen nooit meer in. Ik denk: verdomd ik win!’

In de E3-Harelbeke verraste hij de Belgische interviewer vorige week met regels uit het nummer Banaan van Jebroer. Na zijn overwinning zondag klinkt een variant op Liefde voor muziek van Raymond Van Het Groenewoud. ‘Ik bouwde op, ik bouwde op, ik bouwde op. Het bloed spat in m’n kop. Het was de liefde voor de koers.’

Terpstra kan brutaal zijn. Ontwapenend eerlijk ook. Hij ontmoette zijn vrouw Ramona bij de Olympia’s Tour in 2006, waar ze rondemiss was. Toen Terpstra won en van Ramona de bloemen kreeg uitgereikt, vroeg hij: ‘Ben je niet iets vergeten? Je telefoonnummer misschien?’ Inmiddels hebben ze twee kinderen.

De slungelige Terpstra – 1,90 meter – had talent in de jeugdcategorieën. Maar ploegleiders konden niet altijd overweg met zijn eigenwijze karakter. Rabobank, het belangrijkste opleidingsinstituut voor Nederlandse wielrenners, toonde nooit interesse. ‘Tja, ik ben niet de ideale schoonzoon’, zei hij daarover in een interview.

In 2007 debuteerde hij bij de profs in dienst van de Duits-Italiaanse ploeg Milram. Na een paar jaar kwam hij in 2011 terecht bij de miljoenenformatie Quick-Step. Daar respecteren ze zijn uitgesproken opvattingen. Terpstra heeft geen boodschap aan status. Hiërarchie zegt hem niks. ‘Hij is inmiddels echt een Vlaming’, zegt Quick-Step-ploegleider Wilfried Peeters zondag tevreden. ‘Hij past goed in de ploeg. Al is hij misschien iets directer dan de gemiddelde Belg.’

Terpstra leeft als een prof (‘niet als een monnik’). Een potje voetballen met zijn zoontje doet hij niet meer in aanloop naar belangrijke wedstrijden. De hond uitlaten ook niet. ‘Als je soepele koersbenen hebt, moet je niet gaan lopen. Dan word je stijf.’ De komende week zal hij zich dus rustig houden, want in Parijs-Roubaix behoort hij ook tot de kanshebbers. ‘Ik ben misschien wel beter dan ooit’, zei hij zondag op de persconferentie.

Meer over