Interview Bram Louwije

Nieuwe Nederlander Bram Louwije op het voltigepaard in Qatar

Zijn Nederlandse paspoort kreeg de Belg Bram Louwije juist op tijd om op de Spelen van Tokio in 2020 te mogen uitkomen. Op de WK turnen in Qatar is hij een belangrijke pion. Er kan een eerste stap worden gezet naar kwalificatie.

Bram Louwije op het voltigepaard, het oerlastige toestel dat in zijn vaderland ‘paard met bogen’ wordt genoemd. Beeld ANP

De voormalige Belg Bram Louwije is intussen zo Nederlands geworden dat hij commentaar kreeg voor zijn taalgebruik op de Belgische sportzender Sporza. Louwije was co-commentator bij de EK van deze zomer in Glasgow. ‘Ik kreeg heel veel reacties dat het niet echt meer Vlaams is wat ik nog spreek.’

Louwije, deze donderdag deelnemer namens Nederland aan de WK turnen in Qatar, kan erom lachen. ‘Ik kom van Ieper, een aparte streek in België, met een zeer eigen stadsdialect. Zoiets als Fries in Nederland. Lastig te volgen voor anderen.’

De nieuwe Nederlander gebruikt zijn originele taal niet meer. Om dat te checken vragen we hem naar zijn specialisme en hij zegt zonder aarzelen ‘voltigepaard’. In zijn Belgische tijd was dat ‘paard met bogen’; het oerlastige toestel met de twee grepen bovenop.

Bram Louwije (24), met 1.78 een reus van een turner met extreem lange armen (‘die doen pijn op ringen’), besloot in 2016 Nederlander te worden. Hij woonde al enkele jaren in Nederland, in Den Bosch waar hij turnde bij de topclub FlikFlak, en hij was uitgekeken op de lege zalen in zijn eigen land.

‘Wij hebben in België een WK in Gent en Antwerpen gehad, maar er is nog niet een Belg opgestaan zoals in Nederland Epke Zonderland en Yuri van Gelder.’ Publiekstrekkers met grote titels (olympisch, wereld en Europees) bedoelt hij.

Het ging Louwije niet om de uitgestorven tribunes (‘alleen met ouders erop’), toen hij besloot voor Nederland te kiezen. ‘De reden van mijn nationaliteitswijziging is simpel. Omdat ik besloten had dat ik na mijn sportcarrière ook in Nederland wens te blijven en in Den Bosch verder wil leven. Ik vind het hier leuk. De mentaliteit van de Nederlander bevalt me.’ Het directe staat hem aan. Hij is zo direct dat hij over het gebrek aan publieke belangstelling in België tot de uitspraak ‘dat was behoorlijk kut’ komt.

In de zomer van de Olympische Spelen van Rio (2016) sprak Louwije met de staf van de gymnastiekunie KNGU en met de Belgische turnbestuurders. Hij wist dat hij de overstap makkelijk kon maken. ‘Ik kwam in aanmerking voor een spoedprocedure, omdat ik al vijf jaar in Nederland woonde en topzes in een individuele sport was. Het inburgeringsexamen was een eitje voor mij. Stelt niks voor, als je dezelfde taal spreekt. Wat je gaat doen, als je naar de bakker gaat. Voor iemand uit Somalië ongetwijfeld lastig, voor iemand uit België tweemaal niks.’

Voor de afronding van de naturalisatie moest hij zijn Belgische nationaliteit opgeven. ‘Dat heb ik gedaan. Ik ben nu de enige in mijn familie met een ander paspoort. Mijn vader moest wel even slikken toen het zover was.’

De Belgische gymfederatie lag niet dwars, ‘uit dank voor bewezen diensten zeiden ze’, waardoor zaken bespoedigd konden worden. Er was nog een ‘maar’.

Wilde Bram Louwije een kans hebben op een olympisch optreden in Tokio, in 2020, dan moest hij drie jaar tevoren zijn nieuwe nationaliteit bezitten. Anders houdt het Internationaal Olympisch Comité (IOC) zo’n van paspoort wisselende sporter buiten de deur.

‘Ik wist van die regel. Het was in juni 2017 dat ik mijn Nederlandse paspoort kreeg, juist op tijd dus. De EK van dat jaar waren voor mij niet haalbaar. Ik was als sporter even zonder paspoort. Ik moest wachten. Ik had de WK van Montréal wel kunnen turnen, maar toen was mijn voorbereiding niet goed. Ik haalde de ploeg niet’, aldus de turner die in 2015 voor België op de WK van Glasgow uitkwam.

Voor deze wereldtitelstrijd, die van Doha 2018, is Louwije wel gekozen. Hij geldt als een stabiele factor. Bondscoach Bram van Bokhoven heeft hem op het opstellingsformulier voor alle zes toestellen (ringen, sprong, brug, rek, vloer en voltige) geplaatst. Op vier ‘apparati’ komt hij als eerste aan de start. Dat duidt op vertrouwen in de de man uit Den Bosch.

Hij werd in maart gekozen in het KTT, Kernteam Tokio. Dat leverde hem eindelijk geld op. ‘Ik heb vijf jaar in Den Bosch gewoond en geleefd van mijn centjes die ik bij de Duitse Bundesliga ophaalde en van de steun van mijn ouders. Het was scharrelen. Nu ben ik lid van dat kernteam, bezit ik een A-status bij NOCNSF en is het makkelijker leven. Een vriendin met inkomen? Nee. Dan heb je alleen maar gezeik aan je hoofd. Ik wil me nog enkele jaren focussen.’

Hij is Nederlander, maar in één zaak blijft hij Belg. ‘Ik ga in Nederland geen friet eten. Ik wacht wel tot ik weer eens in België ben.’

Het Nederlandse mannenteam strijdt bij de wereldtitelstrijd in Qatar voor een positie bij de 24beste landenteams. Dat geeft toegang tot de definitieve olympische kwalificatie, volgend jaar bij de WK in Stuttgart. Daar wordt het startveld van twaalf teams voor Tokio 2020 afgerond. Bondscoach Bram van Bokhoven heeft daarom een op stabiliteit afgestemde ploeg opgesteld, bestaande uit vier allrounders (Bram Louwije, Frank Rijken, Casimir Schmidt en Bart Deurloo) plus één toestelspecialist, Epke Zonderland (rek en brug). Nederland, twee jaar geleden in Rio van de partij, komt donderdagochtend (10.30uur) in subdivisie 2 uit. Daarna volgen er nog acht divisies. Vrijdagavond is het eindresultaat bekend.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden