Nieuwe namen geven schaatsen allure

Reputaties zijn geknakt, kampioenen geboren. Schaatsen is minder voorspelbaar geworden. De grootmachten, Nederland en Duitsland, moeten na jaren van dominantie terrein prijsgeven....

Van onze verslaggever Mark van Driel

Meestal volgde de constatering na winst van een Amerikaan op een Nederlander, zoals in Hamar waar Chad Hedrick en Shani Davis voor het eerst imponeerden. Vaak werden de woorden uitgesproken door de verliezer, of diens coach. Ze keken er zelden vrolijk bij, maar leken troost te putten uit het idee dat hun nederlaag een hoger doel diende: spanning in de schaatssport.

De Amerikaanse doorbraak heeft voor ongekende opwinding gezorgd. Er kwam een einde aan vanzelfsprekende Nederlandse zeges. Bij de WK allround duurde de hegemonie negen jaar, op de vijf kilometer acht jaar. Toch draaide de winter van 2003/2004 niet alleen om Nederlands verlies. De onvoorspelbaarheid nam op alle fronten toe.

Zowel bij de mannen als de vrouwen, bij sprinters en allrounders, in de klassieke vierkampen én bij de afstandskampioenschappen zijn reputaties geknakt en kampioenen geboren.

De waterscheiding kwam bij de WK sprint, half januari, al leek die uitslag aanvankelijk juist de voorspelbaarheid van de schaatssport te benadrukken. Op het eerste gezicht lagen de zeges Erben Wennemars en Marianne Timmer immers in het verlengde van de jarenlange dominantie van Nederlandse allrounders.

De ontwikkelingen later in het seizoen werpen echter een ander licht op de winst van Wennemars, pas de tweede sprintkampioen uit Nederland in 35 WK-edities, en Timmer, die als eerste Nederlandse de titel greep. De traditionele grootmachten hebben terrein moeten prijs geven aan nieuwkomers.

Bij de sprint dienen de Noord-Amerikanen en Japanners (bij de vrouwen ook de Duitsers) weer schaatsers uit andere naties naast zich te dulden. Daartoe behoren Nederlanders, maar ook de Russen (Lobkov), Chinezen (Wang, Yu) en Finnen (Koskela) strijden om eremetaal.

Bij de allrounders tekent hetzelfde beeld zich af. Hedrick en Davis waren het meest zichtbaar bij de mannen. Maar ook de Russen (Skobrev, Lalenkov), Italianen (Fabris) en zelfs de Noren naderen de top.

Een Duitse triomf is bij de vrouwen minder vanzelfsprekend. Friesinger en Pechstein wordt het vuur aan de schenen gelegd door Canadezen (Klassen, Hughes), Amerikanen (Rodriguez) en Nederlanders. Hoe onverwacht het optreden van Groenewold, Smit en Cramer was, bleek wel uit het feit dat de KNSB aan de vooravond de EK nog een rapport publiceerde over de zorgelijke staat van het vrouwenschaatsen. Een wereldtitel allround voor Groenewold leek onmogelijk.

De WK afstanden zijn wellicht de betrouwbaarste graadmeter voor de plotselinge verbreding van de top. Het toernooi heeft het meeste weg van de Olympische Spelen; het doel van vrijwel alle schaatsers.

Vorig jaar domineerden Nederland en Duitsland met negen van de tien gouden medailles. Die dominantie is in post-olympischejaren gebruikelijk, zeker sindsde commercialisering van de schaatssport. Terwijl Nederlanders en Duitsers riante inkomens ontlenen aan de sport, moeten buitenlandse vedetten vaak buiten de ijsbaan op zoek naar verdiensten.

In Seoul vergaarden de twee grootmachten gezamenlijk slechts vijf gouden medailles, een evenaring van het slechtste resultaat in de acht edities van dit WK. Met nog twee jaar te gaan tot de Olympische Spelen van Turijn is de concurrentie opmerkelijk vroeg verhevigd.

Een allesomvattende verklaring voor de buitenlandse progressie is er niet. Nog steeds is in Nederland en Duitsland aanzienlijk meer geld te verdienen dan elders. Geen enkel land (misschien met uitzondering van China) kent een vergelijkbaar arsenaal aan talent als Nederland.

Maar of de buitenlanders nu worden gedreven door olympische ambitie of liefde voor de sport: ze hebben met relatief beperkte middelen razendsnel aansluiting bij de top gevonden. Vooral bij de mannen is dat opmerkelijk, aangezien het niveau niet stokt. Er wordt steeds sneller gereden.

De voortekenen wijzen op meer spanning en sensatie. In Salt Lake City blijft de baan open, waardoor de Amerikanen verzekerd zijn van hoogwaardig ijs. Rusland krijgt zijn eerste schaatshal, net als Italië. In navolging van Hedrick wagen meer inline-skaters zich op het ijs. En de internationale schaatsunie maakt werk van mogelijk aantrekkelijke disciplines als de achtervolging, de 100 meter sprint en de kleine vierkamp.

De sport mag zijn zegeningen tellen. Al zullen Nederlandse schaatsers en schaatsliefhebbers moeten wennen aan het idee dat de waarde van gouden medailles toeneemt als winst minder vanzelfsprekend is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden