Nieuwe hoop na elke verbetering, hoe klein ook

Eind augustus, Nürburgring. Wouter van Eeuwijk probeert tijdens een Duitse Formule 3-race landgenoot Elran Nijenhuis in te halen. Het lukt net niet; de wielen grijpen in elkaar en Van Eeuwijk wordt gelanceerd....

In de vensterbank naast het bed op de intensive care staat de helm die Wouter van Eeuwijk bij het ongeluk droeg. Je kunt er met je vinger bijna doorheen prikken, zoveel heeft het asfalt eraf geschaafd. 'Ik heb geluk gehad dat ik een goede helm had', zegt de negentienjarige Venlonaar. Het is de eerste keer dat hij dat zegt, maar hij zal het vaak herhalen: 'Ik heb geluk gehad.'

'Wouti', zoals zijn ouders hem liefkozend noemen, zal door het ongeluk op de Nürburgring op 22 augustus levenslang verlamd blijven. 'Vorige week kwamen de eerste tranen van geluk. Voor het eerst voelde ik echt huidcontact toen mijn vader zijn hand op mijn onderarm legde. Ik kan je niet vertellen wat er door mij heenging. Elk millimetertje dat ik meer kan voelen, beschouw ik als een overwinning.'

Wouter van Eeuwijk slikt moeizaam. Het beademingsapparaat onder het bed doet gedisciplineerd zijn werk. Via een canule in zijn nek wordt hij gevoed met verse lucht. 'Voor de medici is het onverklaarbaar dat ik steeds meer gevoel terugkrijg', vertelt hij. 'De spieren in mijn rug spelen op, soms zo intens dat de pijn niet meer uit te houden is. Ze weten niet of dat nu een goed of een slecht teken is. Ik blijf hoop houden dat ik weer zal leren mij te bewegen.'

Vier maanden ligt Van Eeuwijk, een krullenbol met een vriendelijk, open gezicht, nu in het Academisch Ziekenhuis in Maastricht. Hij kan zijn hoofd bewegen, een beetje met zijn schouders wrikken, maar de rest van zijn lichaam ligt roerloos onder de dekens. 'Het gaat al een stuk beter dan in het begin. Ik kon alleen mijn ogen en mijn lippen bewegen. Ik heb als een baby alles opnieuw moeten leren. Eten, slikken, praten.'

Van het ongeluk weet hij niets meer. Hij heeft wel foto's en een video-opname gezien. 'Je weet dat het een riskante sport is, je weet dat er iets kan gebeuren. Maar ik heb bewust voor autoracen gekozen. Vanaf mijn achtste heb ik niets anders gedaan. De laatste jaren was ik vijf tot zes uur per dag aan het sporten. Racen, en kickboksen om mijn conditie en reflexen aan te scherpen. Het was mijn leven, het betekende alles voor mij. Moet ik dat nu overboord zetten omdat ik dit ongeluk heb gehad?

'Ik heb wel getwijfeld. Wil ik zo wel verder? Maar de toewijding van mijn ouders, die van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat aan mijn bed zitten, van de mensen op de afdeling, de bezoekers, de post die ik soms van wildvreemden krijg: dat geeft zó veel moed.' Ook Nijenhuis is langs geweest. 'Dat was wel even raar', bekent Van Eeuwijk. 'Maar we zaten al snel weer over autosport te praten, grappen te maken, net als anders.'

De negentienjarige jongen kijkt vanuit zijn bed op de intensive care opmerkelijk monter en goed gehumeurd de wereld in. 'Ik heb het geluk gehad dat ik het heb overleefd, ik heb het geluk gehad dat de medici op het circuit er snel bijwaren, dat ze me op de juiste manier hebben behandeld. Ik heb het geluk dat ik steeds iets vooruitga. Ik put hoop uit elke verbetering.'

'Door het ongeluk ben ik een stuk volwassener geworden. Hiervoor was ik een negentienjarige jongen als alle andere. Ik ging uit, een pilsje pakken, naar de bioscoop. Dat kan niet meer, dat is voorbij. Ook in mijn dromen accepteer ik dat steeds meer. In het begin kon ik in mijn dromen alles nog steeds bewegen, nu niet meer. Mijn onderbewustzijn heeft mijn beperkingen nu ook geaccepteerd.'

Er is slechts een ding dat Van Eeuwijk nog niet onder ogen durft te zien: zichzelf. Dat is ook de reden dat hij geen foto's wil laten maken. 'Ik heb mezelf sinds het ongeluk nog niet in de spiegel gezien. Die confrontatie durf ik nog niet aan.' Sinds een paar weken zit hij het grootste deel van de dag vastgesnoerd in een rolstoel. Laatst heeft hij zelfs bijna rechtop gestaan, in een hoek van 65 graden.

Een enorme krachtsinspanning. 'Voor normale mensen is dat geen probleem, bij mij zakt alle bloed in mijn grote teen. Mijn spieren moeten weer leren hoe ze de bloedvaten moeten kneden. Maar de wereld weer eens uit staande positie kunnen bekijken was een enorme overwinning. Ik stel mijzelf steeds een volgend doel, ik moet iets hebben waar ik naar toe kan werken.

'Ik ben plannen aan het maken. Half januari mag ik naar de revalidatiekliniek in Hoensbroek, maar mijn grote doel is om er begin april weer bij te zijn, als het seizoen begint. Dat moet mijn eerste publieke optreden worden.' Dan wil hij ook iets terugdoen voor de mensen die zijn leven hebben gered. 'Er zijn plannen om in januari geld voor mij te gaan inzamelen. Geld, dacht ik toen ik daarvan hoorde, voor mij? Dat kan veel beter aan de medici en de baanposten besteed worden. Dat zijn allemaal vrijwilligers, die kunnen het gebruiken. Ik red me wel.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden