Interview Roberto Piazza

Nieuwe bondscoach moet volleybalmannen naar ‘next level’ brengen: ‘Tijdens de wedstrijd ben ik gek’

De Italiaanse bondscoach van de Nederlandse volley­bal­mannen gaat zijn team managen als een grote grote familie. ‘In elkaar geloven en elkaar helpen.’

Roberto Piazza, de nieuwe bondscoach van de Nederlandse volleybalmannen, aan het werk in Arnhem. Beeld ANP

Roberto was nog echt Robby ­Piazza, toen hij op zijn 16de al droomde van het coachen van een olympisch volleybalteam. Dinsdag, bij zijn presentatie als bondscoach van de Nederlandse mannenploeg, zei hij dat specifieke moment nog precies voor de geest te kunnen halen. In welke stoel hij zat, waar hij naar staarde.

Piazza, een sportverliefde geest, droomde niet van het zelf spelen van een olympische wedstrijd. Dat zou normaal zijn geweest. Niet voor de middenblokkeerder die wist dat hij te klein was voor de top. ‘In de jeugd was ik een goede speler, want op mijn 14de was ik al net zo lang als ik nu ben. Maar die anderen, die anderen bleven groeien. Voor topvolleybal moet je lang zijn. Ik was niet lang genoeg.’

Zo kwamen zijn gedachten op dat andere sportieve pad dat hij ging bewandelen, dat van coach. ‘Ik was 18. Ik haalde meteen mijn rijbewijs en mijn papieren als assistent-trainer en ik ging aan de slag. Onder 13, onder 14. Ik had Montali, een belangrijke bondscoach in Italië, van dichtbij meegemaakt. Hij bedacht andere manieren van volleybal. Ik dacht: dat kan nog iets beter.’

Alles in teken van volleybal

Piazza zocht het spoor van een legendarische coach als Bebeto, de Braziliaan die Italië in 1998 wereldkampioen maakte. ‘Het was na 1994, het jaar dat Italië in Brazilië wereldkampioen werd. Ik besloot Bebeto te volgen, totaal te tekenen voor het leven van coach. Dat is nog steeds zo. Mijn vriendin woont in Italië, ik leef in Nederland mijn leven als volleybalcoach. Ik kan niet anders werken.’

In het gevolg van Bebeto leed Piazza (‘zeg maar Robby, of Robert, maar nooit meneer’) een pijnlijke nederlaag tegen Nederland bij de Europese titelstrijd van 1997 in Eindhoven. De Lange Mannen van coach Toon Gerbrands, regerend olympisch kampioen op dat moment, wonnen met ­3-0 in de halve finale. ‘Ik had die wedstrijd tactisch voorbereid. Tegen dat Nederlands team was voor ons niets te doen.’

Na een lange weg langs tal van Italiaanse en internationale clubteams stond Piazza nog steeds met die droom in het achterhoofd langs de zijlijn. Toen kwam Joop Alberda, de technisch directeur van de Nevobo, naar Polen. Peter Blangé, Nederlands gouden spelverdeler van ’96, had hem op het bestaan van de olympische geestverwant gewezen.

‘Waar kan ik tekenen?’, had Piazza in Warschau tegen Alberda gezegd, nadat de twee in tien uren spreektijd hun visie op volleybal hadden gedeeld.

‘Ik was verrast dat Nederland een bondscoach zocht. Gido Vermeulen had Nederland naar de achtste plaats van het WK gebracht, een enorme prestatie.’

Next level

Piazza moet de Nederlandse mannen deze zomer, met de olympische kwalificatie in Rotterdam in augustus, naar een ‘next level’ brengen. Hoe hij dat gaat doen, was de vraag. ‘Ik ben geen god’, sprak de Italiaan. Er zijn drie dingen die tellen, riep hij. ‘Werken, werken en nog eens werken.’

De volleyballers moeten gek van het spel zijn, dat is voorwaarde één. Want Piazza is ook gek, langs de lijn. ‘Kijk niet naar mij tijdens een wedstrijd. Dan ben ik gek. Ik kus de bal als ik ’m in handen krijg. Want ik ben nog steeds dat kind dat de bal wil aanraken.’

Zijn stijl is emotioneel, maar hij zegt minder goed te zijn dan zijn Italiaanse voorganger bij de vrouwen, Giovanni Guidetti. ‘Hij is een psycholoog als coach. Ik zou graag op hem lijken, maar kom aan, hij is een van de besten ter wereld.’

De aanpak van de ‘crazy’ coach wordt een Italiaanse. ‘Ik zal mijn team managen als een grote familie. Dat familiesysteem kan ons helpen, in elkaar geloven en elkaar helpen. Als de ander het pad kwijtraakt, dan hem corrigeren. Het gaat hier niet om de coach, maar om het team dat we gaan bouwen. En dat steeds closer met elkaar wordt’, waarna Piazza zijn handen in de nauwste bidstand drukt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.