Nieuwe aanpak Smith lijkt te werken

Bij Nederlandse wedstrijden is Rutger Smith verzekerd van de winst. Hij degradeert zijn tegenstanders tot figuranten, zo groot is zijn voorsprong op de concurrentie bij het kogelstoten en discuswerpen....

Zijn uitbarsting van vreugde in Lisse, bij de eerste wedstrijd van het atletiekseizoen, kwam dan ook niet voort uit de eerste prijzen die bij behaalde bij kogel en discus. Het had ook nauwelijks te maken met het behalen van de kwalificatie-eisen voor beide nummers voor de WK atletiek in het Japanse Osaka, eind augustus. Zelfs de verbetering van zijn persoonlijk record op discus, met ruim een halve meter tot 66.08 meter, speelde een ondergeschikte rol.

Smith ging door het dolle, omdat hij op de winderige baan van Lisse korte metten maakte met een nederlaag die hem de afgelopen maanden als een nachtmerrie heeft geplaagd.

Bij het EK indoor, afgelopen maart, wist de kogelstoter zijn reputatie als een van Nederlands meest succesvolle atleten geen moment waar te maken. Voor het eerst sinds de Olympische Spelen van Athene (2004) wist hij zich bij een titeltoernooi niet te plaatsen voor de finale. Hij bleef na drie stoten steken in de kwalificaties, met één geldige worp van 19.19 meter, ruim anderhalve meter onder zijn persoonlijke record.

Die prestatie deed pijn. Terwijl maar liefst vier andere Nederlanders titels of medailles veroverden, droop de rossige Groninger vol twijfel af. Weer ging een titel aan zijn neus voorbij. De zilveren medaille bij de WK atletiek in Helsinki, in 2005, leek opeens een prestatie van lang geleden.

Smith en zijn trainer Gert Damkat, die sinds dit jaar fulltime bondscoach is, realiseerden zich dat hun werkwijze met het oog op de Olympische Spelen van Peking, volgend jaar, aan een grondige evaluatie toe was. Zij zagen de zeges in Lisse als een teken dat de nieuwe aanpak werkt. ‘Dat EK indoor is misschien het beste wat me is overkomen’, zei Smith glunderend. ‘Ik ging natuurlijk flink te kakken. Op dat moment voelde ik me behoorlijk kut. Maar nu heb ik meer zin dan ooit.’

Smith en Damkat hebben geleerd van de fouten die ze op weg naar de EK in Birmingham hebben gemaakt. De atleet kwam vermoeid aan de start, onder andere door een verhuizing en verbouwing. ‘Dat staat op nummer één op de lijst van stressmomenten in een mensenleven, nog voor een echtscheiding’, legde Smith uit.

Die stress kon niet worden weggenomen door Rico Schuijers, de sportpsycholoog met wie Smith ging samenwerken, nadat hij bij de Olympische Spelen van Athene ten onder was gegaan aan de spanning. Na enkele jaren van mentale bijstand had de atleet besloten dat hulp niet meer nodig was. ‘Ik heb die mentale begeleiding verwaarloosd. Dat was niet slim. Ik wilde het zelf proberen, maar ik heb ontdekt dat het toch prettiger is wat vaker sessies met hem te doen.’

De terugkeer van de sportpsycholoog in het begeleidingsteam van Smith is niet de enige aanpassing. Ook het trainingsregime is gewijzigd. Het accent is meer komen te liggen op kogelstoten, aangezien zijn kansen op medailles bij dat onderdeel groter zijn dan op discus. Voorheen verdeelde Smith zijn tijd gelijk over beide werpnummers, maar sinds de EK indoor doet hij naast zijn krachttrainingen driemaal per week kogel en tweemaal discus. Als hij extra rust nodig heeft, dan laat hij de discustraining als eerste schieten.

Dat Smith in Lisse juist op discus zijn persoonlijke record verbeterde, leek dan ook opmerkelijk, maar trainer Damkat zag er niets ongewoons in. ‘Hier is maar weer eens bewezen dat niet het aantal trainingsworpen telt, maar de kwaliteit van een training. Dat is het verschil met de winter. We hebben heel goed naar zijn lichaam geluisterd. Door de combinatie van kogel en discus is hij in het nadeel ten opzichte van stoters die niet aan discus doen. Hij kreeg minder rust.’

De nadruk op kogelstoten gaat sinds de EK-deceptie gepaard met een stringenter schema. Damkat zet voor krachttrainingen tegenwoordig bijvoorbeeld het te tillen gewicht op papier. Voorheen gaf hij via percentages aan hoe Smith diende te trainen, bijvoorbeeld op 70 of 80 procent van zijn vermogen. Dat, zo bleek tijdens de evaluatie, leidde tot misverstanden. Toen Smith afgelopen winter vermoeid was, dacht hij dat hij op 80 procent van zijn maximale vermogen moest trainen. Damkat bedoelde 80 procent van zijn capaciteit tijdens de vermoeidheid.

‘Slimmer trainen’, zo luidt volgens Damkat het nieuwe devies van Smith. Dan komen de medailles op internationale titeltoernooien vanzelf weer in zicht. En wie weet is zelfs het Nederlandse record op discus haalbaar. Dat is sinds 1991 in handen van Erik de Bruin, met 68.12 meter. ‘Nog twee meter’, zei Smith gretig. ‘Dat hoop ik dit jaar te doen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden